Zionisme: een politieke kritiek

israeli-troops-overlooking-jerusalem_1967

1967: Het Israëlische leger gaat ook Oost-Jeruzalem innemen.

For the purposes of criminal or disciplinary investigations, use of the words ‘Zionist’ or ‘Zio’ in an accusatory or abusive context should be considered inflammatory and potentially antisemitic.
Rapport voor het Britse Lagerhuis over antisemitisme

Over één ding zijn de meeste mensen het wel eens als het gaat om Israël: de huidige regering is de meest rechtse uit de geschiedenis van het land. De Likoedpartij is vanaf 1977 bijna onafgebroken aan macht geweest en de huidige premier Netanyahu is al zeven jaar de onbetwiste leider. De etnische zuivering van Palestina begon echter in 1947 en de bezetting van de overige gebieden in 1967, dus Likoed volgt gewoon het zionistische programma. Dat blijkt ook wel uit het feit dat een andere prominente Likoed-politicus, Ariel Sharon, al in de jaren vijftig betrokken was bij het doodseskader Unit 101, verantwoordelijk voor diverse bloedbaden zoals dat in Qibya in 1953. Sharon wordt ook verantwoordelijk gehouden voor de bloedbaden in Sabra en Shatila, bijna dertig jaar later. Je kunt dus wel stellen dat de geest van de huidige regering nooit ver weg is geweest. (Zie bijv. The Crimes of Ariel Sharon)

Vandaar dat ik in dit stukje even terug in de tijd ga. Naar eind 1967, na afloop van de Juni-oorlog en tien jaar voordat Likoed aan de macht kwam. De Amerikaans-joodse historica en schrijfster Tabitha Petran schreef toen een compact essay over het zionisme: Zionism, A Political Critique. Zij zou later veel roem oogsten voor haar belangrijke boeken over Syrië en Libanon, dus de bredere context was haar niet vreemd.

Ze wijst op het feit dat de gebieden die toen net door Israël waren veroverd slechts een klein deel waren van de eisen die de zionisten hadden gesteld tijdens de Vredesconferentie van Parijs in 1919: toen eiste men Zuid-Libanon, Zuid-Syrië tot aan Damascus, Transjordanië (het huidige Jordanië), en een deel van het schiereiland Sinaï.

Het gevaar van het zionisme zie je wellicht het duidelijkst door naar de “gematigden” te kijken, extremisten heb je immers aan elke kant. Petran noemt als voorbeeld de misschien wat naïeve vraag van Albert Einstein aan de “gematigde zionist” Chaim Weizmann, later de eerste president van Israël. “Wat gebeurt er met de Arabieren als Palestina aan de joden wordt gegeven?“, vraagt Einstein. Waarop Weizmann antwoordt: “Welke Arabieren? Die spelen geen rol van betekenis.” En dat bleek ook te kloppen. In 1946 waren er 543.000 joden tegenover 1.267.037 niet-joden in Palestina, een jaar later was het omgekeerd: 716.700 joden tegenover 156.000 niet-joden. Het totale aantal inwoners was gehalveerd, maar het joodse aandeel was gestegen van 30% tot meer dan 80% (bron: Jewish Virtual Library). De Nakba dus.

Het was toen, eind jaren zestig dus, algemeen bekend dat het juist de verstokte imperialisten als Leopold Amery, Philip Kerr, of generaal Smuts waren geweest die het zionisme hadden verdedigd. Of, om even terug te gaan naar de basis, Theodor Herzl zelf had met ontzag opgekeken naar figuren als Cecil Rhodes en Leopold II, beiden beruchte koloniale massamoordenaars en uitbuiters.

Petran wijst ook op de rol die geld speelde in het kolonisatieproces. Naast het feit dat de Britten de Arabische bevolking onder de duim hielden en de zionisten vrij spel gaven, kwamen er toen ook al enorme bedragen het land binnen, waardoor de joodse bevolking tussen 1919 en 1948 per hoofd van de bevolking zestien keer zoveel inkomen had als de Arabische. Met name de agrarische bevolking had zwaar geleden onder de gevolgen van de oorlog en zo werd men een makkelijk slachtoffer voor rijke joden.

Zionisme en nazisme

Nog steeds is het taboe om te wijzen op overeenkomsten in ideologie en op de samenwerking tussen zionisten en nazi’s/fascisten. De Britse politicus Ken Livingstone moest het onlangs nog ontgelden vanwege een opmerking in die richting (zie bijv. Richard Silverstein: Adolf Eichmann: “If I Were a Jew, I’d Be a Fanatical Zionist”). Tabitha Petran doet daar helemaal niet moeilijk over:

Binnen het wereldjodendom bleven de zionisten een minderheid. Zonder de opkomst van het nazisme in Europa zou het zionistische avontuur in Palestina bijna zeker zijn mislukt. De interactie tussen zionisme en nazisme speelde een cruciale rol bij de totstandkoming van de joodse staat.

Ze verwijst ook naar de vermaarde historicus Arnold Toynbee die schreef dat antisemitisme en zionisme identieke uitgangsposities hebben. En dat waren geen vergezochte interpretaties, het was voldoende naar de zionisten zelf te luisteren. De al genoemde “gematigde zionist” Chaim Weizmann had in 1912 verklaard dat geen enkel land veel joden kon verdragen en dat Duitsland er al te veel had. Nazi’s zouden veel later dit soort uitlatingen overnemen, net als die van andere zionisten als Jacob Klatzman en Nahum Goldman.

Na 1933 stelden zionisten zich in Duitsland op als vertegenwoordigers van “de joden” en gebruikten hun aanzienlijke invloed om niet-zionistische en anti-zionistische joden in diskrediet te brengen. Alles om assimilatie te voorkomen, want dat werd sinds de 19e eeuw als het grote gevaar gezien (d.w.z. het gevaar dat joden zich aan de macht van een joodse elite zouden onttrekken). Het lijkt onbegrijpelijk na decennia van na-oorlogse propaganda, maar Petran schrijft dat de zionisten bij de joodse bevolking aandrongen op het dragen van een gele ster, zes jaar voordat dat officieel verplicht gesteld werd. Vanuit Palestina gingen zionisten naar Duitsland, niet om joden te redden maar om “geschikt materiaal te vinden“. Petran onderschrijft dan ook de keiharde kritiek van Hannah Arendt die stelde dat “zonder joodse steun op het gebied van administratie en ordehandhaving.. er chaos zou zijn ontstaan, wat een onmogelijk zware last voor de Duitsers had betekend.” Het gaat hier dus om joden die niets van het zionisme moesten hebben, het “ongeschikte materiaal“.

De diverse zionistische lobby’s deden er alles aan om emigratie naar andere landen dan Palestina te verijdelen. Zo saboteerden ze een voorstel van de Amerikaanse president Roosevelt om 500.000 joden te redden. Er zijn parallellen met de huidige vluchtelingencrisis waarbij ook politieke motieven meespelen. De zionisten hadden baat bij het vluchtelingenprobleem want zo konden ze met name de Amerikaanse bevolking bespelen. Die werd wijsgemaakt dat er slechts één oplossing was: joden moesten naar Palestina.

Die continuïteit is het meest opvallende element van het zionistische project. Het racisme is niet veranderd, Netanyahu grijpt nog steeds elke gelegenheid aan om joden op te roepen “naar huis te komen”. Het zijn mensen als Wilders en Breivik die het zionisme koesteren, niet de Mandela’s, de Einsteins of de Gandhi’s van deze wereld. En hoe meedogenlozer de opstelling ten opzichte van de Palestijnen, hoe meer er over vrede gepraat wordt. Ook dat is niets nieuws. Petran:

Israël heeft het altijd over vrede gehad om z’n agressieve beleid te verbergen voor de publieke opinie in de wereld en nooit doet men dat zo welbespraakt als net voor of net na een militaire aanval of een bloedbad.

Het essay van Petran geeft een beknopte geschiedenis van het zionistische project. Ook de Balfour-declaratie van 1917, het “verdeelplan” en de “oorlog” van 1948 komen aan bod. In 15 pagina’s weet ze een zeer overtuigend verhaal neer te zetten, waarbij twee zaken de boventoon voeren: het onrecht dat de Palestijnen werd aangedaan, in de eerste plaats door de zionisten, maar met medeplichtigheid van de Britten, en de zionistische beweging die zich op geen enkele wijze betrokken voelde bij het lot van “de joden”, doch met een cynisch aandoende tunnelvisie alleen de eigen agenda uitvoerde.

De Arabische volken en met name de Palestijnen zullen en kunnen het bestaan van Israël niet accepteren, een koloniaal-achtig wezen dat hun door krachten van buiten werd opgelegd. Dat betekent niet – en de zionisten weten dat – dat zij genocide willen plegen op de joodse inwoners. Zij hebben een politiek doel dat hetzelfde karakter heeft als de bevrijdingsbeweging in Zuid-Afrika. Om dit doel te bereiken zouden ze steun moeten krijgen van alle democratische en progressieve mensen, inclusief van het gros van de joden, want die zijn ook slachtoffer van het zionisme en worden door het zionisme naar een nieuwe ramp geleid.

En dat is de reden waarom men het gebruik van het woord “zionist” wil verbieden. Er kleeft al 120 jaar bloed aan.

Engelbert Luitsz