Weer jonge Palestijnse doodgeschoten

meisje-19okt-1

Vanmorgen werd in de buurt van Nablus op de Westelijke Jordaanoever een jonge Palestijnse vrouw doodgeschoten. Volgens de Israëlische versie zou zij geen gehoor hebben gegeven aan het bevel te stoppen. Zij zou op de soldaten zijn afgekomen en daarbij een mes hebben getrokken.

Het zou gaan om de 19-jarige Rahiq Shaji Birawi uit het dorp Asira al-Shamaliya ten noorden van Nablus (in andere berichten wordt gezegd dat ze 23 jaar oud zou zijn). Zij is daarmee slachtoffer nummer 234 van de onderdrukking van de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem sinds oktober vorig jaar.

Elke dag feest

De toch al bijna onleefbare situatie voor talloze Palestijnen wordt momenteel nog eens verergerd vanwege de joodse feestdagen – het Loofhuttenfeest in dit geval -, die altijd een excuus vormen om de repressie verder op te voeren. Op sommige plekken worden de straten tot verboden verbied verklaard voor Palestijnen.

Ook deze executie vond plaats bij een checkpoint en door de grenspolitie, de schietgrage bende die bekend staat om het wrede optreden. Alle checkpoints zijn voorzien van camera’s, maar zelden of nooit krijgen we beelden te zien van wat er werkelijk is gebeurd. De standaard reactie dat er een mes in het spel was is al diverse malen onderuitgehaald. Maar zelfs al zou dat zo zijn, deze jonge vrouw werd niet tijdens een aanval of worsteling onschadelijk gemaakt. Ze werd van een afstand doodgeschoten door zwaarbewapende soldaten. Ook de krant Haaretz neemt klakkeloos de informatie van de woordvoerster van de politie over en schrijft dat Rahiq “probeerde agenten van de grenspolitie te steken” (let op het meervoud, alsof ze daar de kans toe had gekregen!). Zij werd echter op zo’n 50 meter afstand van het checkpoint neergeschoten, waarna men haar liet doodbloeden.

Volgens het Palestijnse Rode Kruis werd ze in het hoofd geschoten, niet direct wat je zou verwachten bij iemand met een mes die nog ver weg is. Of sowieso dat dat de manier is waarop professionele ordehandhavers zich zou moeten gedragen. Bovendien verklaarden familieleden dat ze op weg was naar een verjaardagsfeest bij een oom.

Niemand mag het weten

Dat is de reden waarom de Zweedse minister van Buitenlandse Zaken Wallström eerder dit jaar onder vuur kwam te liggen toen ze aandrong op een onafhankelijk onderzoek naar de dood van zoveel jonge Palestijnen. En nadat de directeur van de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem afgelopen zondag een speech hield voor de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties waarin hij geen blad voor de mond nam, wordt het ook deze organisatie steeds moeilijker gemaakt om haar werk te doen. Maar Hagai El-Ad liet alleen maar zien, op basis van 27 jaar nauwgezet onderzoek, dat de vraag van minister Wallström volledig gerechtvaardigd was.

Bij elke vorm van kritiek schiet Israël echter in de gebruikelijke kramp: het registreren van misdaden van leger en politie heet “aanzetten tot geweld“, net als opmerkingen op Facebook of Twitter, diplomatieke acties om de situatie voor de Palestijnen enigszins te verlichten heten “diplomatieke terreur“.

Premier Netanyahu was in alle staten toen de UNESCO een resolutie aannam met betrekking tot de voortgaande Israëlische agressie op de Haram al Sharif (Tempelberg) en in de al-Aqsamoskee, en op de bezettingspolitiek. Het meest opvallende daarbij was wel de rol van de Mexicaanse ambassadeur van UNICEF, Andres Roemer. Roemer is joods en weigerde vóór de resolutie te stemmen (o.a. Nederland stemde tegen). Roemer werd weliswaar ontslagen, maar opeens vroeg Mexico om een nieuwe stemming, die er overigens volgens latere berichten niet zal komen.

Ook gisteren werden er internationale activisten in Hebron belaagd toen zij de situatie daar aan het filmen waren. Een kolonist probeerde hen eerst aan te rijden en kwam vervolgens uit z’n wagen om hen op zeer agressieve en luidruchtige wijze te verjagen. De politie stond erbij en keek ernaar. Veel Facebookaccounts zijn geblokkeerd, Palestijnse radio- en nieuwszenders uit de lucht gehaald, NGO’s worden op allerlei manieren belaagd en de minister van Cultuur probeerde te voorkomen dat de Israëlisch-Palestijnse rapper Tamer Nafar zou optreden. Tamer is een Palestijnse inwoner van Israël en zou volgens de minister een “subversieve ideologie” verspreiden. Eerder al liep diezelfde minister de zaal uit tijdens de uitreiking van filmprijzen, toen er een gedicht van de Palestijnse dichter Mahmoud Darwish werd voorgedragen.

Communicerende vaten

Het beangstigende is dat er zoveel elementen zijn die tezamen de onderdrukking en bezetting vormen, dat je niet weet waar te beginnen. Waren het maar alleen de extremistische kolonisten, was het maar alleen de religieuze kant, of alleen de extreem-rechtse kant, dan zou je nog hoop kunnen houden op een fatsoenlijke oplossing, maar het zit in alle haarvaten van de Israëlische maatschappij (en in een machtig netwerk daarbuiten). De onderdrukking werkt als een systeem van vele communicerende vaten: als je ergens iets goed lijkt te kunnen doen, wordt het als reactie daarop op een andere plek juist weer veel erger.

Na de moord op de zoveelste jonge vrouw, ongetwijfeld weer zonder enige internationale aandacht in de media, na de zoveelste waarnemer die het land niet binnen mag komen, de zoveelste politicus, dichter, wetenschapper wie de mond wordt gesnoerd, is het gevoel niet hoop maar angst, angst voor een nog grotere catastrofe dan die we reeds hebben gezien.

Wanneer je te lang blijft stilstaan bij het cynisme en de onverschilligheid van de moordenaars stomp je op den duur zelf ook af. Ik probeer me Rahiq voor te stellen als een meisje dat inderdaad in haar eentje met een mes een van de machtigste legers ter wereld te lijf gaat. Als in een sprookje.

Engelbert Luitsz