De storm der vooruitgang

“Democratische vrijheid is het hebben van alternatieven. Een geweldloze samenleving bestaat niet, maar je moet permanent de strijd aangaan om dat geweld aan de kaak te stellen. En dat heet simpelweg democratie.”
Willem Schinkel

vluchten

Vluchtelingen aan de Grieks-Macedonische grens.

In een interview in de Volkskrant noemde de socioloog Willem Schinkel het EU-beleid met betrekking tot vluchtelingen onlangs “een politiek van de dood“. Een hek om Europa is even absurd als onwerkbaar. Voorstellen in die richting benadrukken slechts dat we onze eigen kernwaarden niet serieus nemen. Maar dit isoleren van groepen mensen om ze af te scheiden van een fictieve eigenheid waar ze geen deel van zouden mogen uitmaken is niet beperkt tot vluchtelingen. De uitlatingen van Wilders, de varkenskoppen, bedreigingen van en zelfs aanslagen op moskeeën en moslims laten zien dat het vluchtelingenprobleem slechts als katalysator dient voor het reeds aanwezige groepsdenken.

Schinkel wijst op de rol van taal, het “gewelddadige effect” van een term als integratie, waarmee je de problemen alleen maar groter maakt. Talloze termen worden gedachteloos gebruikt, omdat ze nu eenmaal voortdurend opduiken in de media, zonder dat men eens nadenkt over wat ze nu werkelijk betekenen. Het zijn “statistische classificatieconcepten als ‘Marokkaan’ en ‘allochtoon’ die het CBS heeft bedacht.” We moeten “meer antropologisch of etnografisch onderzoek doen in plaats van statistisch onderzoek“.

Het interview wordt afgesloten met de vraag of Schinkel denkt dat het eerst helemaal mis moet gaan voordat het beter gaat. Hij reageert daarop met een verwijzing naar de filosoof en criticus Walter Benjamin: “De echte catastrofe is, om met Walter Benjamin te spreken, dat het verder gaat zo als het is.

Macht en geweld

Walter Benjamin was ook een vluchteling en zijn lot belichaamt hoe toeval en willekeur een mensenleven kunnen bepalen. Maar eerst een stap terug in de tijd. In 1969 publiceerde The New York Review of Books het essay Reflections on Violence van Hannah Arendt. Een jaar later kwam een langere versie in boekvorm uit onder de titel On Violence. De problemen van toen waren anders dan die van nu, maar zeker niet minder heftig. Om een beetje context te geven volgen hier een paar belangrijke gebeurtenissen uit die jaren zestig. In 1963 werd John F. Kennedy vermoord; in 1965 Malcolm X; in 1968 Martin Luther King; ook in 1968 Robert Kennedy; het was de tijd van de Burgerrechtenbeweging, de Vietnamoorlog en de Black Power-beweging.

walter-benjamin

Walter Benjamin

Algerije was in 1962 na een bloedige oorlog/revolutie onafhankelijk geworden en het boek De verworpenen der aarde van de militante psychiater en essayist Frantz Fanon uit 1961 had veel invloed onder intellectuelen die geweld als enige mogelijkheid zagen om het geweld van het kolonialisme te bestrijden. Een ander boek uit die periode dat zeer populair was, was de studie van de etholoog Konrad Lorenz over agressie. Het verscheen in het Duits maar werd al snel in het Engels vertaald. De visie van Lorenz – net als bij Freud – was dat agressie wordt “opgekropt” en vervolgens een uitlaatklep zoekt. En dat leek toen een goed model voor al die bewegingen die her en der in opstand kwamen, alsof het resultaat van jaren van onrecht, onderdrukking en discriminatie overal spontaan tot ontploffing kwam.

Wanneer Arendt tegen het eind van zo’n decennium terugkijkt op wat macht, geweld en terreur betekenen, moeten wij daar iets van kunnen leren. Haar essay had wat mij betreft beter “Macht en geweld” kunnen heten, aangezien het verschil tussen die termen de basis vormt van haar analyse. Zij stelt dat macht het tegenovergestelde van geweld is. Geweld komt pas om de hoek kijken als de macht faalt. En dat is wat we op dit moment steeds meer zien gebeuren. De militarisering van de politie, de verregaande wetten en regels die privacy inperken, steeds meer censuur, het zijn allemaal tekenen dat de machthebbers de macht “tussen hun vingers vandaan voelen glippen” en zo in de verleiding komen “haar te vervangen door geweld“. En wat is dan de volgende stap? Een politiestaat? Terreur, hier uiteraard bedoeld als staatsterreur en niet als terrorisme, definieert ze zo:

Terreur is niet hetzelfde als geweld; het is de vorm van heerschappij die tot stand komt wanneer geweld, nadat het alle macht heeft vernietigd, niet terugtreedt, maar de touwtjes in handen blijft houden.

Arendt komt in de buurt van wat Schinkel “statistische classificatieconcepten” noemt, wanneer ze de bureaucratie ziet als de ergste vorm van tirannie. Het is onmogelijk “de verantwoordelijken te lokaliseren en de vijand te benoemen” en dat leidt weer tot onrust en onverantwoordelijk gedrag. Zowel het subject als het object verdwijnt in statistieken, net als in het onpersoonlijke labyrint van de bureaucratie. Arendt noemt de bureaucratie een “niemandsbewind”.

Wanneer we, in overeenstemming met het traditionele politieke denken, tirannie beschouwen als een bewind dat zichzelf niet hoeft te verantwoorden, dan is een niemandsbewind duidelijk de meest tirannieke regeringsvorm van allemaal, omdat er niemand resteert die ter verantwoording kan worden geroepen voor wat er gedaan wordt.

De vluchteling

Arendts fascinatie voor Walter Benjamin heeft ongetwijfeld te maken met diens vermogen te ontsnappen aan elke classificatie. Arendt zelf wordt meestal een filosofe genoemd, hoewel ze dat zelf tegensprak, ze zag zich als politiek denker en niet als filosofe; ze werd beschouwd als zioniste, terwijl ze nooit de politieke doelstellingen van het zionisme heeft onderschreven en al vroeg in de jaren veertig afstand nam van die beweging waarin racisme en eng nationalisme de boventoon voerden. Ze zag in Benjamin een man die over religie schreef zonder theoloog te zijn, over geschiedenis zonder historicus te zijn, een man met een poëtische ziel die toch geen dichter was, een denker die geen filosoof was.

Klee,_Angelus_novus

Paul Klee: Angelus Novus.

Walter Benjamin had zich in 1933 in Parijs gevestigd, gevlucht uit Duitsland vanwege de nazi’s. In Frankrijk werd hij in 1939 echter geïnterneerd, niet omdat hij joods was, maar omdat hij Duitser was. Door toedoen van Franse intellectuelen kwam hij snel weer vrij, maar toen het in 1940 duidelijk werd dat Frankrijk zou capituleren besloot hij naar Spanje te vluchten om vervolgens via Portugal naar de Verenigde Staten te gaan. Bij de Spaanse grens werd zijn visum (uitgegeven in Marseille) echter niet geaccepteerd en de hele groep vluchtelingen zou de volgende dag moeten terugkeren naar Frankrijk. Die nacht pleegde Benjamin zelfmoord. De douanebeambten waren daarvan zo onder de indruk dat ze de andere leden van de groep toch naar Portugal lieten vertrekken.

Arendt beschreef het zo:

Enkele weken later zou het embargo op de visa worden opgeheven. Een dag eerder had Benjamin zonder problemen kunnen doorreizen, een dag later had men in Marseille geweten dat het voorlopig niet mogelijk was via Spanje te reizen. Alleen uitgerekend op die dag was de catastrofe mogelijk.

De laatste teksten van Benjamin waren korte fragmenten (ook wel thesen genoemd) die in het Nederlands werden uitgegeven onder de titel Over het concept van de geschiedenis. Hij had in Marseille een manuscript aan Hannah Arendt gegeven, die het later meenam naar de Verenigde Staten. Een van de thesen gaat over een aquarel van Paul Klee: Angelus Novus. Benjamin interpreteert het beeld als een engel die door een storm naar de toekomst wordt gedreven, maar het gelaat is naar het verleden gewend en de rug naar de toekomst, terwijl de puinhopen steeds groter worden.

Deze storm is wat wij vooruitgang noemen.

Engelbert Luitsz

Volkskrant: Interview met Willem Schinkel

The New York Review of Books: A Special Supplement: Reflections on Violence by Hannah Arendt

Hannah Arendt: Over geweld, Olympus 2009, vertaald door Rob van Essen.

Hannah Arendt: Inleidend essay over Benjamin in Illuminations: Essays and Reflections, 1969. Een kleine selectie uit het werk van Walter Benjamin.

Walter Benjamin: Über den Begriff der Geschichte  These IX (Nederlandse vertaling op Wikipedia).