Kafka en de bezetting

Wanneer de leiders van het Zionisme, anders verstandige en talentvolle lieden, die evenwel ver van hun volk staan, geen gezonde volksbeweging in het leven hebben kunnen roepen, mag men hen daarom niet beschuldigen. Zij wilden gaarne iets presteren, zijn daartoe echter niet in staat.

Leo Tolstoj

al-walaja

De terrassen van Al-Wajala, reeds doormidden gesneden door een Israëlische weg. (foto: Emil Salman)

Vandaag eens niet over individuele gevallen, maar een illustratie van hoe Palestijnen als volk worden behandeld. Niet over een meisje van twaalf jaar oud dat gevangen wordt gezet; niet over kinderen van vijf en zes jaar die door soldaten worden meegenomen; niet over de dagelijkse executies van jongeren; niet over een Israëlisch parlementslid dat stelt dat er geen Palestijnen kunnen bestaan, omdat het Arabisch de letter “P” niet kent; niet over een Palestijnse journalist die onterecht is opgesloten en die in hongerstaking is gegaan omdat zijn ondervragers dreigden hem, zijn vrouw en zijn dochters te verkrachten en hem zeven jaar vast te houden, tenzij hij iets zou bekennen wat hij niet heeft gedaan; nee, nu eens over mensen die ondanks alle tegenwerking hun land bleven bewerken en dat zo goed deden dat ze daarvoor bestraft dienen te worden.

De Israëlische journalist Nir Hasson beschreef in Haaretz deze kafkaëske situatie die symptomatisch is voor de manier waarop ook de meest vreedzame Palestijnen tot wanhoop worden gebracht.

Het leven vervangen door een park

Twee weken geleden werden er door Israëlische soldaten posters opgehangen in het Palestijnse dorpje Al-Walaja, even ten zuiden van Jeruzalem. Er werd bekend gemaakt dat er grond aangekocht zou worden. Het gaat om een nieuw stuk van de Afscheidingsmuur, waarbij ook veel omringend land wordt geconfisqueerd. Wat er precies zou gebeuren werd niet vermeld. Om daar achter te komen zou men naar de Israel Land Authority in Jeruzalem moeten gaan, maar verreweg de meeste inwoners van Al-Walaja hebben geen vergunning om Jeruzalem te bezoeken.

De lokale boeren hebben gedurende decennia – wellicht zelfs eeuwenlang – prachtige terrassen aangelegd en onderhouden en juist dat zou een reden voor Israël zijn om het land als nationaal park te bestempelen. Voor de Palestijnen is het duidelijk dat dat een maatregel is die bedoeld is om hen van hun land te verdrijven. En dat zou voor de inwoners van Al-Walaja niet voor het eerst zijn. Het huidige dorp is gesticht door Palestijnen die in 1948 uit het oorspronkelijke dorp Al-Walaja werden verdreven. Toen Israël in 1967 heel Jeruzalem innam, werd het land geannexeerd zonder de inwoners een verblijfsvergunning te verlenen, met als gevolg dat ze regelmatig in hun eigen huis werden gearresteerd omdat ze daar illegaal aanwezig zouden zijn!

Zoals gebruikelijk werd er ook in de buurt van dit dorp een joodse nederzetting neergezet, waardoor de bewegingsvrijheid al sterk werd ingeperkt. Met de muur en het park wordt het dorp aan alle kanten ingesloten en blijft er nog slechts een opening richting Bethlehem open. Met het tot vervelens toe herhalen van “veiligheidsoverwegingen” kan Israël ook hier weer hekken en doorlaatposten plaatsen, met als geen ander doel dan om het leven van de bewoners zo lastig te maken dat ze zullen vertrekken. De Palestijnen zijn afhankelijk van zogenoemde “agrarische poorten” in de muren en hekken van hun gevangenis om hun eigen land te kunnen bewerken, maar daarmee zijn ze overgeleverd aan de willekeur van hun cipiers.

Hoe verkoop je een bezetting?

Vanuit propaganda-oogpunt doet Israël het uiteraard weer zeer efficiënt en overtuigend. Een grote, nieuwe joodse nederzetting zou tot internationale ophef leiden, maar door het gebied tot park te verklaren, met een informatiecentrum, archeologische bezienswaardigheden, wandelroutes, reisbureaus met mooie folders etc. etc., gaat dit project naadloos over in de overige witwaspraktijken. Wie besefte vroeger dat de actie “plant een boom voor Israël” bedoeld was om de sporen van door Israël van de kaart geveegde Palestijnse dorpen te verbergen? Ook nu zal er zo’n overdaad aan brochures en aanprijzingen komen over de “joodse cultuur”, dat de onwetende toerist niet eens op het idee komt dat dit Palestijns land is.

Israël had al eerder een voorschot genomen op de onteigening van het land door een brede weg aan te leggen, dwars door dit bijzondere landschap. Toen het hooggerechtshof besliste dat de Afscheidingsmuur een iets andere route moest volgen, werd deze weg overbodig, maar het leed was reeds geschied. En toch, schrijft Hasson,

Ondanks de druk en de problemen blijft Al-Walaja een van de meest vreedzame Palestijnse dorpen. Zelfs tijdens de meest stormachtige demonstraties die in de buurt werden gehouden werd er nauwelijks met stenen gegooid en niemand herinnert zich dat er sprake was van enig geweld.

Hier gedraagt de regering zich zoals elders de extremistische kolonisten. Landbouwgrond, water en een culturele erfenis worden ingepikt. Het landschap is het resultaat van de noeste arbeid van Palestijnse boeren en nu worden ze voor hun vreedzame opstelling beloond met de onteigening van alles waar ze generaties lang aan hebben gewerkt.

Oudste rechten?

Of het archeologische aspect iets zal veranderen aan de bizarre visie dat joden een exclusief recht op het land zouden hebben lijkt niet waarschijnlijk. En toch ontkomt men niet aan merkwaardige tegenstrijdigheden naarmate archeologen eindelijk wat vaker wetenschappelijk dan ideologisch te werk gaan. Een paar jaar geleden werd bij opgravingen in de buurt van Jeruzalem een huis van 10.000 jaar oud gevonden en nu blijkt er zelfs een 7000 jaar oude nederzetting te liggen. De joodse kalender begint bij de schepping van de wereld, 5777 jaar geleden. Er waren dus al Palestijnen lang voordat de wereld volgens de joodse leer bestond. Dat maakt het nog triester dat de mensen die het land hebben bewerkt en onderdeel zijn van een traditie van duizenden jaren, plaats moeten maken voor indringers uit Amerika of Rusland die niets met het land hebben, er alleen zijn omdat ze er met veel geld naartoe worden gelokt en zich ronduit racistisch opstellen tegenover de oorspronkelijke bewoners. Hopelijk zullen toeristen deze plek straks gaan mijden als de pest, wanneer ze beseffen wat hier is gebeurd. Dat zou een hoopvol signaal zijn dat menselijkheid het nog kan winnen van cynische manipulatie en propaganda.

Engelbert Luitsz

Nir Hasson (Haaretz): Palestinian Villagers Tilled Their Land So Well, Israel Is Now Confiscating It From Them

5 comments for “Kafka en de bezetting

  1. Petra van Son
    February 19, 2016 at 8:49 pm

    Ik begrijp niet dat deze dingen kunnen blijven gebeuren, of eigenlijk begrijp ik het wel, want de wereld laat het gebeuren. Maar wat ik niet begrijp is dat de wereld het laat gebeuren. Dat mensen niet inzien dat hier vals spel wordt gespeeld. Ik begrijp ook niet dat er mensen zijn die dat wel zien en blijven zwijgen omdat het niet hun voortuintje is dat hen ontnomen wordt. Hulde aan de schrijver die zoiets walgelijks zo mooi en waardig kan aankaarten!

  2. Egbert Talens, Zutphen
    February 20, 2016 at 10:17 pm

    Waar EL schrijft: ‘Toen het hooggerechtshof besliste dat de Afscheidingsmuur een iets andere route moest volgen’, dacht ik even aan het ICJ (in Den Haag). Het zou m.i. zinvol zijn geweest als hij, voor alle duidelijkheid, had geschreven: het Israëlische hooggerechtshof.
    Een ander punt is gerelateerd aan de joodse kalender en alles wat daarmee samenhangt. Er wordt — in reacties onder het JP-artikel over deze opgraving — opgemerkt dat er vóór 5777 jaar (dus nog) geen mensen konden zijn. Dit voert tot geloof in godsdienstige opvattingen, een kant die ik eigenlijk niet op wil. Of er Palestijnen waren, voordat de wereld volgens de joodse leer bestond, is in mijn conceptie van geen belang. Iets anders is of tekst uit de Tora zelf aangeeft of in het beloofde land al mensen woonden, voordat de de Israelieten c.q. Hebreeën daar arriveerden, en zo ja, hoe zij heetten? Een met ‘ja’ te beantwoorden vraag; in Be’rishit (het boek dat de naam Genesis kreeg toen de bijbel vertaald werd in het Grieks) wordt in hoofdstuk 12, vers 6, gezegd: ‘Avraam trok over in het land – tot de plaats van Sje’chem – tot de eik van Morè – de Ke’na’aniet was toen in het land.’ Waarom ging(en) de Tora-schrijver(s) niet voor de naam Aram, en daarmee voor Aramieten c.q. Arameeërs? Ke’na’an is een lokale benaming, zoals bij ons Twente en Tukkers. Kleurrijke zaken, zou je kunnen zeggen… Of vermelde schrijver(s) — Ezra (en Nehemia) — paars van ergernis zou(den) aanlopen, bij dit alles? In elk geval kwam Palestina/Palestijn niet aan de orde. Die benamingen kwamen later (dan Ezra en Nehemia) in beeld.

    • February 21, 2016 at 12:03 am

      Ik bedoelde uiteraard de mensen die er van oudsher woonden. Ons “Hebban olla vogala” dateert uit de 11e eeuw, maar “Nederland” bestaat pas sinds halverwege de 19e eeuw. Toch hebben wij een Nederlandse geschiedenis die ver teruggaat, zelfs tot de Romeinen, het Stenen Tijdperk en de Mosasaurus van Maastricht van meer dan 60 miljoen jaar geleden. Indien de afstammelingen van de Romeinen of de Mosasaurus ons land zouden komen claimen ten koste van de huidige bevolking, dan zouden we enigszins begrijpen wat de Palestijnen meemaken.

Comments are closed.