Balfour en het ‘joods nationaal thuis’

800px-Balfour_portrait_and_declaration

De Balfour-declaratie van 2 november 1917 heeft met een paar regels gezorgd voor onnoemelijk veel ellende in het Midden-Oosten. En bijna 100 jaar later wordt dat niet minder. De afgelopen maand hebben we opnieuw gezien hoe op basis van a-historische en racistische claims het ene volk het andere kan blijven terroriseren. Met meer dan 70 voor het grootse deel jonge slachtoffers aan Palestijnse kant, duizenden gewonden en de dagelijkse intense vernederingen van talloze Palestijnen, jong en oud, verwijdert Israël zich steeds verder van de humane consensus die samenlevingen zou moeten binden.

Cruciaal in de beruchte declaratie is de zinsnede “a national home for the Jewish people“. Wat daarmee bedoeld werd weten we nu maar al te goed, maar toentertijd werd alles in het werk gesteld om de ware bedoelingen te camoufleren. De man die de tekst uiteindelijk opstelde – na veel discussie tussen zionisten in Engeland en in de Verenigde Staten – wordt zelf door de Jewish Virtual Library een “geheime jood” genoemd. Deze Leopold Amery was in diezelfde periode betrokken bij het opzetten van het Joodse Legioen voor Palestina, jaren voordat het Britse mandaat zou ingaan en jaren voordat de eerste Palestijnen rebelleerden.

De geheimzinnigheid rond dit kattebelletje is echter vrij goed te verklaren. Het politiek zionisme ging officieel in 1897 van start met het Eerste Zionistische Congres, maar een jaar eerder had Theodor Herzl zijn politieke pamflet Der Judenstaat gepubliceerd, het manifest van het politiek zionisme. De eerste versie daarvan was bedoeld voor intern gebruik en was gericht aan de familie Rothschild. Het was een poging de Rothschilds ervan te overtuigen dat de beste investering voor hun immense kapitaal in Palestina lag. Pas nadat hij erop gewezen werd dat zo’n insteek geen kans van slagen zou hebben, veranderde hij de tekst in wat Der Judenstaat zou worden.

Toen Herzl korte tijd later toch de noodzakelijke financiële en politieke steun kreeg en werd uitgeroepen tot de ideoloog van het zionisme, zat men een beetje in z’n maag met die term Judenstaat. Op dat moment maakte Palestina deel uit van het enorme Ottomaanse Rijk en daar zat men helemaal niet te wachten op Europese joden die daar een eigen staat kwamen stichten. De term “staat” moest men dus zien te vermijden. Hoe dat tijdens dat eerste congres ging werd later uit de doeken gedaan door Max Nordau.

Max Nordau was met Theodor Herzl een van de oprichters van de Zionistische Wereldorganisatie. Een erudiet man, maar met nogal bizarre denkbeelden. Zo had hij in 1892 het boek Entartung (“ontaardheid”) het licht doen zien, waarin hij betoogde dat kunstenaars die in zijn ogen minderwaardige kunst produceerden evolutionair achterliepen. Onder de vele grote schrijvers die hij op de korrel nam zaten Oscar Wilde (homoseksualiteit) en Emile Zola (realisme). Nordau was tevens een groot voorstander van eugenetica en een volgeling van de toen vermaarde Italiaanse eugeneticus Cesare Lombroso. De ideeën van Nordau werden veel later door Hitler gebruikt voor diens hetze tegen Entartete Kunst.

Nordau verklaarde later waarom hij de term bedacht die in het Engels “national home” zou worden:

Ik deed mijn best om de voorstanders van de joodse staat in Palestina ervan te overtuigen dat we een perifrase zouden kunnen vinden die precies uitdrukte wat we bedoelden, maar op zo’n manier dat we de Turkse heersers over het begeerde land niet zouden provoceren. Ik stelde “Heimstätte” voor als synoniem van “staat”… Dat is de geschiedenis van deze zoveel becommentarieerde uitdrukking. Het was dubbelzinnig, maar wij wisten allemaal wat het betekende. Voor ons betekende het toen “Judenstaat” en dat betekent het nu nog steeds.

De woorden perifrase – het benoemen van onderdelen zonder het bedoelde rechtstreeks te benoemen -, het begeerde land, dubbelzinnig, laten aan duidelijkheid niets te wensen over: dit was doelbewuste misleiding. Het congres was weliswaar toegankelijk voor niet-joden, maar het is duidelijk dat hier over de eigen achterban wordt gesproken. Tegenover een niet zionistisch publiek werd echter precies het tegenovergestelde beweerd. Zo ontkende Nahum Sokolov, die nauw samenwerkte met de superzionist Chaim Weizmann, dat men uit was op een onafhankelijke joodse staat: “De ‘Joodse Staat’ was nooit onderdeel van het zionistische programma.“*

Tegenstanders van het zionisme in het Westen waren in de begintijd vooral anti-zionistische joden en het waren deze mensen die net als de bevolking van Palestina (en de hele Arabische wereld) voor de gek werden gehouden. Maar de zionisten hadden ondertussen de steun gekregen van die Rothschilds en van andere joodse bankiers. De financiële, logistieke en politieke steun zorgde ervoor dat ze in verhouding tot hun aantal een onevenredig beslag op het land konden leggen. En al snel volgde de militaire steun van de Britten. Voor hen was die vijandige joodse aanwezigheid een goed excuus om een flinke militaire aanwezigheid in stand te houden. Hun eigen belang daarbij bleek onder andere uit een memorandum van de Britse politicus Victor Cavendish:

Recente ontwikkelingen hebben onze positie in Egypte ingrijpend veranderd en er zouden makkelijk omstandigheden kunnen ontstaan, onder de nieuwe voorwaarden, die onze greep op het Suezkanaal ernstig zouden kunnen schaden. Met zoveel onzekerheid zou de controle over Palestina voor ons van vitaal belang kunnen zijn.**

Alle ontwikkelingen leken de zionisten in de kaart te spelen. En zo kon 2 november worden uitgeroepen tot een “racial holiday“: Declaration Day.

Op 2 november 2015 werd de 16-jarige Ahmed Awad Abu al-Rub uit Qabatiya doodgeschoten bij een checkpoint in Jenin. Ik ben de tel kwijt.

Engelbert Luitsz

* Citaten van Nordau en Sokolov komen uit Christopher Sykes: Cross Roads To Israel

** John Quigley, Britain’s Secret Re-Assessment of the Balfour Declaration. The Perfidy of Albion (The Balfour Project)

 

1 comment for “Balfour en het ‘joods nationaal thuis’

Comments are closed.