Alan Hart over het geweld in Palestina

hart_zionism_books

Het enige verrassende is dat niet meer Israëlische joden worden aangevallen en vermoord

De incidenten die de escalatie van geweld in het door Israël bezette Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever hebben ingeluid en waarbij enkele Israëlische joden zijn gedood moeten niet als geïsoleerde gebeurtenissen worden beschouwd. Er is een context die als volgt kan worden samengevat.

De Israëlische strategie (niet uitgesproken maar feitelijk) is om het leven tot een hel te maken voor de bezette, onderdrukte en vernederde Palestijnen, in de hoop dat zij hun strijd zullen opgeven en zich zullen overgeven op zionistische voorwaarden, of, nog beter, dat zij hun spullen pakken en vertrekken, zodat Israëls leiders in de toekomst niet hun toevlucht hoeven te nemen tot een definitieve etnische zuivering van Palestina.

Het gevolg van deze strategie, gecombineerd met de onmacht van de wereldmachten om Israël ertoe te bewegen te stoppen met z’n minachting voor het internationaal recht en z’n weigering de Palestijnen recht te doen, is dat steeds meer Palestijnen absoluut wanhopig worden.

Vraag: Is het dan vreemd dat Israëlische joden worden aangevallen en vermoord?

Mijn antwoord is een hartgrondig “NEE!“. Volgens mij, en zoals de titel aangeeft, is de enige echte verrassing dat er tot nu toe zo weinig Israëlische joden zijn aangevallen en vermoord.

Wat ook gezegd moet worden is dat de Israëlische reacties op de Palestijnse daden die uit totale wanhoop worden begaan – reacties waaronder het doodschieten in plaats van arresteren en het slopen van huizen – contra-productief zijn. En dat leidt tot een andere vraag.

Heeft de ziekelijke eigendunk van Israëlische leiders hen gevaarlijk dom gemaakt of hopen ze echt op een escalatie van Palestijns geweld, zodat ze een excuus hebben voor een definitieve etnische zuivering?

Zoals ik tijdens een bijdrage aan Press TV heb gezegd kan alleen de toekomst die vraag beantwoorden.

Het is goed eens te memoreren dat al in 1998, een jaar voordat hij minister-president van Israël werd, voormalig minister van Defensie Ehud Barak het volgende zei tegen Gideon Levy in een interview. “Als ik een Palestijn zou zijn met de juiste leeftijd zou ik me op enig moment bij een van de terroristische organisaties hebben aangesloten.

En wat nog steeds in mijn geheugen gegrift staat is wat generaal-majoor Shlomo Gazit, toen reeds met pensioen, in het begin van de jaren tachtig tegen me zei. Hij was de beste en intelligentste van Israëls directeuren van de militaire inlichtingendienst. Op een morgen bij een kopje koffie, toen ik dienst deed als bemiddelaar bij een geheime en verkennende dialoog tussen Yasser Arafat en Shimon Peres (toen de leider van Israëls belangrijkste oppositiepartij, de Arbeiderspartij) en hij Peres adviseerde, zei Shlomo: “Als wij Palestijnen waren geweest hadden we lang geleden al onze ministaat gehad.

Hij bedoelde dat zij hun toevlucht zouden hebben genomen tot een goed doordachte en aanhoudende terreurcampagne, zodat een meerderheid van de Israëlisiche joden de regering zou benaderen met iets als: “Genoeg is genoeg. We kunnen hier niet meer tegen. Zorg voor vrede met de Palestijnen op voorwaarden die zij kunnen accepteren.”

Het bestaan van Israël is uiteraard het meest indrukwekkende bewijs van wat bereikt kan worden met goed doordacht en aanhoudend terrorisme. Israël werd voornamelijk met zionistische terreur gecreëerd, waarmee eerst de Britse bezetter werd verjaagd en vervolgens driekwart van de Arabische bevolking van Palestina.

Toen de PLO in de jaren zeventig haar toevlucht nam tot wat spectaculair terrorisme genoemd kan worden, was dat uitsluitend bedoeld als PR-stunt – om aandacht van de wereld te vragen voor de Palestijnse eis voor rechtvaardigheid.

Voor de goede orde… Gedurende zijn vele jaren als voorzitter van de PLO heeft Arafat met tegenzin zijn goedkeuring gegeven aan slechts een terroristische operatie – de gijzeling van de Israëlische atleten tijdens de Olympische Spelen van München in 1972. Het brein achter die operatie was Abu Iyad, hoofd van de inlichtingendienst van Fatah, maar het vermoorden van de Israëlische atleten die gegijzeld waren maakte geen deel uit van dit plan. Er was met president Sadat van Egypte overeengekomen dat de gevangen genomen Israëlische atleten naar Caïro gevlogen zouden worden en vervolgens vrijgelaten zouden worden in ruil voor de vrijlating van Palestijnse gevangenen. Dat, samen met de PR-waarde, was voldoende geweest voor Abu Iyad en de leiding van Fatah. De Israëlische atleten zijn gedood omdat de toenmalige minister van Defensie Moshe Dayan aandrong op een schietpartij op het vliegveld Fürstenfeldbruck, voordat de gevangen Israëlische atleten konden worden overgebracht naar het vliegtuig dat hen naar Caïro zou brengen. Toen minister-president Golda Meir mij dat verhaal vertelde, zei ze dat Dayan had gedreigd met aftreden als zij geen vuurgevecht in Duitsland zou autoriseren. Zijzelf was ertegen, want zij wilde niet dat er nog een Israëlische dode zou vallen.

Naar mijn mening was een goed georganiseerde en aanhoudende terreurcampagne nooit een optie voor de Palestijnen, aangezien (en dat weten ze) dat de Israëlische leiders het excuus zou geven voor de een laatste, definitieve ronde van etnische zuivering.

Maar het is aannemelijk dat hoe meer Palestijnen tot totale wanhoop worden gebracht, hoe meer Israëlische joden zullen worden aangevallen en vermoord. (Naast een uitgebreid netwerk van Palestijnse informanten beschikt Israël over zeer geavanceerde bewakingstechnologie, maar dat zal individuele Palestijnen er niet van kunnen weerhouden om in een moment van wanhoop een aanval of moord te plegen met wat voor wapen dan ook – een auto, een mes of een vuurwapen – dat voorhanden is.)

Indien en wanneer dat gebeurt zal het “Dood aan de Arabieren” van meutes van illegale en volledig misleide joodse kolonisten luider en luider klinken in het bezette Oost-Jeruzalem en op de Westelijke Jordaanoever. En de Israëlische regering zal zich schikken naar hun wensen.

Alan Hart

Alan Hart is een schrijver en commentator. Hij werkte lang als correspondent in het Midden-Oosten voor de Britse televisiezender ITV en was presentator van het journalistieke Panorama van de BBC. Hij schreef een biografie van Yasser Arafat en de trilogie Zionism: The Real Enemy of the Jews.

Bron: Alan Hart, The only surprise is that not more Israeli Jews are being attacked and killed

Vertaling: Engelbert Luitsz

 

3 comments for “Alan Hart over het geweld in Palestina

  1. Ada Ferrant
    October 9, 2015 at 4:23 pm

    Het is en blijft wonderlijk dat vrijwel alle mensen die langere tijd ter plaatse direct contact heeft gehad met Palestijnen bijna verbaasd is over hun enorme verdraagzaamheid en lankmoedigheid, terwijl in de wereld steeds weer zij de schuld krijgen van het geweld daar en zij, in ieder geval in de jaren negentig nog door vrijwel iedereen voor terroristen werden uitgemaakt. Dit etiket had zo’n impact op henzelf dat zij me steeds weer vroegen wat ik van hen vond en als een kind zo blij waren dat ik verwonderd op die vraag antwoordde: “Gewoon, hartelijke en zeer gastvrije mensen.” Ik was niet erg ingevoerd in de politieke situatie toen ik in Palestina arriveerde en besefte pas achteraf waarom deze vraag gesteld werd en dat mijn antwoord helemaal niet zo ‘gewoon’ was. Ik heb sindsdien heel wat mensen daar geïntroduceerd en laten zien wat daar gebeurde. Ik hoefde weinig te zeggen, maar vaak bleek het voldoende om een of twee keer een checkpoint te passeren om hun gewaar te laten worden van de andere zijde van munt.

    Ik ken de verhalen die Allan Hart hier vertelt en hoop dat velen zijn woorden ter harte nemen. Ik weet ook dat er weliswaar nog niet voldoende, maar wel vele joden zijn die het met hem eens zijn en zich al jaren inzetten voor een andere, vreedzame politiek. Zoals een Palestijnse winkelier in het hartje van Oost-Jeruzalem me een keer zei: “Mevrouw, maakt u zich geen zorgen, er komt eens vrede. Misschien over honderdvijftig jaar, maar zij komt.” Palestijnen hebben geduld en dat zal op een dag lonen. Bijna zeker niet in de tijd die mij nog rest, en wellicht ook niet in dat van mijn kinderen en de kinderen van mijn vele vrienden en vriendinnen daar, maar zij komt. Dat is de hoop die levend gehouden moet worden.

  2. Egbert Talens, Zutphen
    October 10, 2015 at 11:11 pm

    Omdat volgens mij (de) wereldmachten helemaal niet onmachtig zijn Israel te bewegen tot een andere aanpak dan de tot nu toe aangewende, was ik ontevreden met het woord onmacht — van de wereldmachten — (derde alinea). Dus keek ik bij Harts originele (Engelse) tekst. Daar hanteert H. het woord failure. Met ‘het falen’ van de wereldmachten, zou EL de tekst van H. hebben kunnen volgen; maar dit is nog niet alles. Anders dan H. zou ik in deze context niet het begrip ‘failure’ hebben gehanteerd, maar hebben gekozen voor ‘unwillingness’, dat EL dan had kunnen vertalen met onwil.
    Is het niet te gek voor woorden dat grootmachten niet bij machte zouden zijn, Israel vis-á-vis de Palestijnen tot een andere strategie te dwingen, dan de tot nu toe gevolgde? Zeker, de politiek-zionistisch georiënteerde belangengroeperingen — the lobbies — die enorme pressie weten uit te oefenen op besluitvorming die politiek van aard is, kennen wij; maar het wil er bij mij niet in dat als die pressie echt tegen de eigen belangen in zou gaan, dat Israel zeker bakzeil zou moeten halen. En volgens mij komt dat moment steeds nader. Gevolg van het feit dat in een democratie politieke besluitvorming afhankelijk is van ‘we, the people’, ofwel van de volkswil. En met betrekking tot dít Israel, tot déze Joodse Staat, ziet het er voor deze staat op dit punt niet goed uit. Dit is een op een feitelijk gegeven gebaseerde uitspraak. Niettemin blijft deze voor wat die waard is.

  3. Ada Ferrant
    October 11, 2015 at 6:38 pm

    U heeft gelijk, Egbert Talens, het gaat niet om mislukken of falen, maar om onwil om Israël op z’n minst op het matje te roepen en voor de keuze te stellen, daadwerkelijk meewerken aan een bestand dat tot een oplossing leidt en waarmee alle partijen in vrede kunnen leven. Het probleem is echter dat vanaf het begin het het Westen niet zozeer ging om de joden te helpen aan een eigen staat als wel om in het MO een voet aan de grond te krijgen en te houden. Daarom hoeven de Israëliërs zich ook niet thuis te voelen in de streek en diens bewoners waar zij zich hebben gevestigd, maar blijven zij zich oriënteren op Europa. Is het niet te gek voor woorden dat Israël zonder dat daar in de media een woord over wordt geschreven, mee voetballen voor de Europacup, meezingen in het Eurosongfestival, etc., alsof ze niet bij Azië horen?

    Op de Belgische TV hoorde ik deze week dat Israël jaren geleden bij voetbal wel meedeed met het Aziatische voetbal, maar dat verschillende landen niet tegen de voetballers afkomstig uit deze staat wilden spelen. Dat was volgens de zegsman, omdat het joden waren. Onzin natuurlijk, het was vanwege de Israëlische politiek en die is helemaal niet specifiek joods. Toen is, heel creatief, bedacht dat zij eerder bij Europa hoorden en zo is dat sindsdien gebleven. En de Israëliërs gaan maar door het Oosten, met enige minachting, de rug toe te keren. Het kan bijna niet anders dan dat zij daar op een dag spijt van krijgen.

Comments are closed.