De Nakba: de tweede helft?

muur_palestina_1938

Al in 1938, tijdens de Palestijnse opstand, werd er door Sir Charles Tegart een “ijzeren muur” aangelegd aan de Libanees/Syrische grens om Arabieren buiten Palestina te houden. Joodse legale en illegale immigratie was er echter volop. Zelfs de latere “beperkingen” van 1939 betekenden een instroom van minstens 10.000 joodse immigranten per jaar, die expliciet het land wilden overnemen van de rechtmatige bewoners. (Foto: Flashbak)

De Nakba, de Palestijnse catastrofe die in 1948 (eigenlijk al eerder) begon met het verdrijven van honderdduizenden Palestijnen en het vernietigen van honderden dorpen en steden door de zionistische troepen, was slechts de eerste stap. De afgelopen 67 jaar heeft Israël een arsenaal aan psychologische, politieke, militaire en wettelijke kunstgrepen ontwikkeld om aan de ene kant de expansiedrift te bevredigen en tegelijkertijd de Europese Unie en de Verenigde Staten te vriend te houden. Geen makkelijke opgave.

De bezetting van de Palestijnse gebieden maakt het ironisch genoeg mogelijk om de feiten niet onder ogen te zien. Men kan nu nog proberen met behulp van termen als “betwiste gebieden” en “terrorisme” de aandacht af te leiden van het werkelijke programma. Indien Israël de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever gewoon had geannexeerd, zoals met de Golanhoogte is gebeurd, was er een demografisch obstakel ontstaan: er waren in die gebieden te veel Palestijnen, waardoor de noodzakelijke joodse meerderheid in gevaar zou komen. In dat geval had men de rechtmatige inwoners ofwel opnieuw op grote schaal moeten verdrijven, ofwel men had officieel moeten kiezen voor een Apartheidsstaat, maar dat zou toch te veel weerstand hebben opgeroepen bij hun bondgenoten. Het niet annexeren had dus aanvankelijk een racistische achtergrond, pas later werd de situatie verder in het voordeel van Israël omgebogen door de Palestijnse gebieden te gebruiken als laboratoria voor het ontwikkelen van wapens en beveiligingssystemen. De datum voor die omslag is ook geen geheim: dat was 11 september 2001.

Het is dus wel interessant om eens te kijken naar een visie van vlak voor die fatale datum. Kunnen we terugkijkend zeggen dat er nog zoveel Palestijnen aanwezig zijn dankzij het feit zij een belangrijke rol konden spelen in de Israëlisch economie? Met andere woorden, betekende de “War on Terror” voor de Palestijnen uitstel van executie? Vorige week spraken zowel de Palestijnse president Abbas als de Israëlische premier Netanyahu de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toe. Abbas heeft duidelijk gemaakt dat de Oslo-akkoorden verleden tijd zijn en dat samenwerking met de bezetter niet langer een optie is. Netanyahu beschuldigde de hele wereld ervan het arme Israël in de steek te laten. Dat deed hij nadat hij eerder tijdens joodse nieuwjaarstoespraken had aangegeven dat Israël een wereldmacht moet worden. De bekende slogan van internationale activisten “Wij zijn allemaal Palestijnen” komt dan wel erg dichtbij.

Als Abbas toegeeft dat de Oslo-akkoorden alleen maar een instrument van de bezetter waren, een rookgordijn om de expansie te verdoezelen, dan zal de reactie uit Israël wel weer zijn dat er “geen partner voor vrede is“. In 2001 schreef de taalkundige en activiste Tanya Reinhart echter al:

Officiële verklaringen en vele rapporten in de Israëlische media laten zien dat de Israëlische militaire en politieke leiders uit zijn op een totale vernietiging van de Palestijnse Autoriteit, en daarmee van het proces van de Oslo-akkoorden, dat door hen tegenwoordig algemeen wordt gezien als een “historische vergissing”.

Toen Reinhart haar artikel schreef waren er twee dominante stromingen om het “Palestijnse probleem” op te lossen. Het Alon-plan voorzag er in een groot deel van de Westelijke Jordaanoever te annexeren en de Palestijnen te concentreren in een paar plukjes waar ze de schijn van autonomie konden ophouden. Daarnaast was er de visie van Ariel Sharon, die de Palestijnen naar Jordanië wilde jagen. De slogan “Jordanië is Palestina” werd door hem geïntroduceerd en die hebben we hier ook uit de mond van Geert Wilders gehoord.

In de praktijk werd de Alon-optie toegepast. Dat was echter zoals Reinhart opmerkt een compromis. Het was niet wat men het liefst wilde, maar een herhaling van 1948 zou niet geaccepteerd worden door de internationale gemeenschap. De praktijk is echter dat het een combinatie is geworden. Het leven in de Gazastrook, op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem wordt zo ondraaglijk gemaakt dat steeds meer mensen zullen wegtrekken, naast de talloze slachtoffers door militair geweld, geweld van kolonisten, ziekte, stress en zelfmoord. Het is wat wel “een langzame genocide” wordt genoemd. Reinhart schrijft:

De conclusie dringt zich op dat na 30 jaar van bezetting de twee rivaliserende opties in de Israëlische machtsstructuur precies dezelfde zijn als die van de generatie van 1948: Apartheid (de Alon-optie), of verdrijving – massale evacuatie van de Palestijnse bevolking, net als in 1948 (het Sharon-plan).

Toen Yasser Arafat te veel aandacht kreeg in de internationale pers (een gezicht kreeg!) moest hij gemarginaliseerd worden door hem niet alleen als terrorist weg te zeggen, maar hem ook direct verantwoordelijk te maken voor de daden van de Islamitische Jihad en Hezbollah. Een man die daarbij een belangrijke rol speelde was een vertrouweling van de toenmalige premier Ehud Barak, genaamd Moshe Ya’alon. Ya’alon maakte deel uit van een groep die een “witboek” produceerde over de vermeende misdaden van Arafat en de Palestijnse Autoriteit. Momenteel is Ya’alon minister van Defensie in het Israëlische kabinet. En dat belooft niet veel goeds. Reinhart:

In de moderne tijd voert men niet openlijk oorlog vanwege water of land. Om een aanval te rechtvaardigen moet je eerst aantonen dat de vijand geen vrede wil en jou in jouw bestaan bedreigt. Dat was precies wat Barak deed. Nu zijn de voorwaarden aanwezig voor het plan van Sharon, of, zoals Ya’alon het in november 2000 zei, voor “de tweede helft van 1948″.

Aan de vertraging die ontstond na 9/11, vanwege het grote economische profijt dat de bezette gebieden Israël opleverden, lijkt nu toch een einde te komen. De aanvallen, zoals vorig jaar op de Gazastrook, worden steeds barbaarser en gewetenlozer, de restricties die worden opgelegd aan de totale Palestijnse bevolking worden steeds onmenselijker. Een uitspatting lijkt bijna onvermijdelijk. En zoals we zo vaak hebben kunnen constateren is elke uitbarsting van Palestijns geweld koren op de molen van de zionisten: daarmee kunnen ze de etnische zuivering met nog grovere middelen voortzetten, terwijl ze zich in de media als slachtoffer kunnen blijven opstellen.

Tanya Reinhart publiceerde haar artikel begin juni 2001, slechts twee maanden voordat de aanslagen in New York de wereld zouden veranderen. Toch staat haar analyse nog steeds overeind. Alleen het tijdpad is veranderd.

Engelbert Luitsz

Tanya Reinhart, “The Second Half of 1948″ – The Sharon-Ya’alon Plan

Tanya Reinhart (1943-2007) publiceerde in 2002 Israel/Palestine: How to End the War of 1948.