Een ‘Gaza-centrische’ visie

driejarig kind beschoten

Vandaag werd een Palestijns kind van drie jaar beschoten door Israëlische militairen terwijl ze op het balkon van haar huis zat. Ze werd aan het hoofd geraakt met een met rubber omklede stalen kogel. Toen haar vader haar in veiligheid wilde brengen werd ook hij beschoten en aan het hoofd geraakt (Ma’an News).

De Franse historicus en arabist Jean-Pierre Filiu heeft een brede belangstelling. Hij publiceerde over de Arabische wereld en over de relatie van de Franse president François Mitterrand met de Palestijnen, maar ook over de flamencozanger Camarón de la Isla en over Jimi Hendrix. Hij schreef zelfs de songtekst voor een lied over Gaza na de Israëlische aanval van 2012 (Une vie de moins).

In 2012 verscheen zijn gedetailleerde historische studie over de Gazastrook. Dit jaar verscheen er een herdruk en bovendien een Engelse vertaling. Het is gezien zijn andere publicaties niet verrassend dat hij ook hier een niet alledaagse invalshoek heeft.

Het boek staat nog op mijn leeslijst, maar gelukkig schreef de onvolprezen Richard Falk een uitgebreide recensie. In dit stukje zal ik zijn lezing volgen.

Histoire de Gaza (Eng.: Gaza: a History) begint met een historisch overzicht dat teruggaat tot de 18e eeuw voor onze jaartelling. Toen waren het de Hyksos die een oogje hadden op het handelscentrum dat Gaza toen al was. Later volgden de Egyptenaren, de Perzen, de Grieken, de Romeinen, de Arabieren, de Fatimiden, de Mammelukken, de kruisvaarders en de Ottomanen. Het tweede deel van het boek gaat over de moderne geschiedenis en de toekomst van de Gazastrook die in belangrijke mate zijn bepaald door de Balfour-verklaring uit 1917, waarin Britten en zionisten bepaalden wat er met Palestina zou gebeuren zonder de bevolking zelf iets te vragen.

Richard Falk heeft duidelijk wat moeite met de overdaad aan feiten die wordt aangedragen. De talloze details en de vele, vaak onbekende namen maken het de lezer niet gemakkelijk. Daar staat wel tegenover dat Filiu die feiten inpast in een visie waaruit zijn grote kennis van en inzicht in het maar voortdurende conflict blijken.

De indeling die aangehouden wordt voor de moderne geschiedenis laat duidelijk zien dat Filiu hier een kant kiest. Hij kiest voor de slachtoffers en dan vooral vanuit het menselijke perspectief; hij kiest niet voor een benadering via het internationaal recht, zoals een collega als Ilan Pappe dat vaak doet, en hij vermijdt dan ook termen als ‘genocide‘ en ‘misdaden tegen de menselijkheid‘.

  • 1947-1967: De generatie van de rouw;
  • 1967-1987: De generatie van de onteigening;
  • 1987-2007: De generatie van de Intifada’s;
  • De generatie van de impasse?

De oorzaak van dit alles was uiteraard het overduidelijke maar enigszins gecamoufleerde doel van de zionisten om een exclusief joodse staat te creëren op het land van de Palestijnen. Onder de vele critici van het zionistische project bevond zich ook al-Husseini, de burgemeester van Gaza Stad. Al in 1937 had hij de Britten gewaarschuwd voor de gevolgen van een verdeling van het land en het steunen van een joodse staat. Het citaat dat Filiu van hem geeft laat niets aan duidelijkheid te wensen over:

Het ware beter dat de Britse regering de bevolking van Palestina trakteert op dood en verwoesting, of dat zij ze in giftig gas hult, dan dat zij hun een dergelijk plan oplegt.

Waar de analyse van Filiu afwijkt van de gangbare overzichten is wanneer hij zeer duidelijk stelt dat de kern van het Palestijnse verzet en daarmee de basis van de Palestijnse identiteit in de Gazastrook ligt. Waar Israël, de Palestijnse Autoriteit en het Westen doen of Ramallah het Palestijnse centrum is, doorziet Filiu dat koloniale spel van een onderdrukker die een de facto machteloze elite in stand houdt om de eigen agenda te kunnen doordrukken. Elke onderhandeling, elke concessie van Palestijns kant brengt hen nog verder in de ellende. Alleen verzet kan nog een tegenwicht bieden tegen het verlies van eigenwaarde.

De logische, maar volgens Falk nog opmerkelijker, volgende stap is dan ook dat een mogelijk vredesproces moet uitgaan van de Gazastrook en niet van de Westelijke Jordaanoever. Er moet dus op een heel andere manier worden nagedacht dan tot nu toe gedaan is. Filiu formuleert het zo:

Het is in de Gazastrook dat de basis voor een duurzame vrede gelegd moet worden… [...] Het is zinloos te denken dat een gebied dat zo vol zit met fundamentele ervaringen genegeerd of gemarginaliseerd kan worden. Vrede tussen Israël en Palestina krijgt alleen betekenis en inhoud in de Gazastrook, die zowel het fundament als de hoeksteen zal zijn.

Dat regeltje staat er dan nog wel: “Vrede tussen Israël en Palestina“. En daar klinkt de historicus opeens heel utopisch. Ik weet niet of de Engelse uitgave nog is bijgewerkt, maar sinds 2012 is er weer heel erg veel ten nadele van de Palestijnen veranderd. We zijn weer vele duizenden doden, gewonden en gevangenen verder, weer zijn er talloze huizen verwoest en weer zijn er grote stukken Palestijns land ingepikt. De Gazastrook is nu al onleefbaar. De wreedheid en het sadisme nemen alleen maar toe, pijnlijk geïllustreerd door het levend verbranden van een Palestijns kind vorig jaar en van een hele familie dit jaar, zonder dat de regering ook maar iets doet, zonder dat de bevolking massaal in opstand komt.

Gisteren was premier Netanyahu eens duidelijk over zijn ambities. Tijdens een nieuwjaarsreceptie van de Mossad zei hij dat Israël een wereldmacht moet worden, omdat niemand wil samenwerken met zwakkelingen (Netanyahu: Israel Must Become a World Power). We zien hier het bekende zwart-wit-denken dat het zionisme zo kenmerkt. Zelden kom je grijstinten tegen: ofwel je steunt ons onvoorwaardelijk, ofwel je bent onze aartsvijand. Ofwel je hebt de hele wereld in je macht, ofwel je bent een zwakkeling.

Zolang het zionisme aan de macht blijft is er geen plaats voor Palestijnen. Daar deel ik zelfs het sprankje hoop van Filiu niet. Het zal niet lang duren of er is helemaal geen plaats meer in Israël voor mensen met enig fatsoen. De alleen in naam seculiere zionisten gedragen zich gedwee volgens de oekazes der rabbijnen. Ofri Ilani beschreef het onlangs treffend in de Israëlische krant Haaretz (Justifying War Crimes in the Name of Judaism):

Nationalistisch-religieuze rabbijnen leggen bijvoorbeeld uit dat de relatie tussen Israël en de rest van de mensheid is als de relatie tussen de hersens en de rest van het lichaam. Israël moet onder geen voorwaarde rekening houden met de mening van de gojim, al helemaal niet wanneer het morele aangelegenheden betreft.

Waarschijnlijk heeft Filiu gelijk met zijn “Gaza-centrische visie” en is dat ook een van de redenen om de Gazastrook te vernietigen. Zolang we mensen als Richard Falk en Jean-Pierre Filiu kunnen lezen lijkt er nog een sprankje hoop te zijn, maar vaker nog denk ik dat we samen met hen en vele anderen zitten te kijken naar een reeds verloren wereld.

Engelbert Luitsz

Richard Falk, A Gaza Centric History of Palestine: Past, Present, and Future