Lithobius forficatus

Duizendpoten hebben geen driedelig lichaam, maar hebben alleen een kop en een romp. De romp is samengesteld uit een groot aantal (15 tot 57) gelijke segmenten. Aan elk segment zit één paar poten. De langgerekte romp wordt beschermd door een chitinepantser. Op de kop bevinden zich een paar voelsprieten, puntogen en, afhankelijk van de soort, twee of drie paar kaken. De voorste paar poten zijn verbonden met gifklieren. Ze ademen via een tracheeënstelsel (buizenstelsel)
De huid van duizendpoten is tamelijk dun, zodat ze bij uitdroging snel dood gaan. Daarom leven ze het liefst in een vochtige omgeving, zoals rottend blad, in composthopen, onder stenen en omgevallen boomstammen, onder boombast en in de grond. Zij komen alleen `s nachts tevoorschijn, als de lucht vochtig en koel is.
Duizendpoten zijn actieve rovers die jacht maken op insekten, spinnen, wormen en andere kleine prooidieren. In gevangenschap accepteert de gewone Lithobius forficatus vliegen als voedsel.
Alle duizendpoten maken gif om hun prooi te verlammen en te doden. ze bijten niet met de kaken maar met de voorste paar poten, die zijn omgebouwd tot gifklauwen. Deze holle poten zijn verbonden met gifklieren.
Kleine duizendpoten worden vaak door vogels opgegeten wanneer ze door een schep of ploeg naar boven gekomen zijn. Toch kunnen ze, door hun giftige beet, zich goed verdedigen tegen vijanden van hun eigen grootte.
De jongen hebben bij de geboorte maar 7 paar poten en krijgen pas tijdens hun ontwikkeling het volledige aantal poten.
Ze lijken heel veel op miljoenpoten, maar die hebben per segment twee paar poten.
Vaak vraagt men zich af hoe al die poten van een duizendpoot zich bewegen en waarom zo`n dier nooit struikelt. Bij de meeste duizendpoten bewegen de poten zich ritmisch in golven die elkaar afwisselen aan beide zijden van het lichaam. Op een gegeven moment zijn over een bepaald gedeelte van het lichaam de poten aan de ene kant dicht bij elkaar en aan de andere kant staan die poten juist ver uit elkaar. De lange, wormachtige Geohilomorpha bewegen zich echter op een andere wijze. Elke poot beweegt zich onafhankelijk van de andere. De beweging van deze duizendpoten is meer gravend dan lopend en de verplaatsing van de poten dient om het lichaam als het ware voort te duwen.
De duizendpoot

De duizendpoot

Duizendpoten hebben geen driedelig lichaam, maar hebben alleen een kop en een romp. De romp is samengesteld uit een groot aantal (15 tot 57) gelijke segmenten. Aan elk segment zit één paar poten. De langgerekte romp wordt beschermd door een chitinepantser. Op de kop bevinden zich een paar voelsprieten, puntogen en, afhankelijk van de soort, twee of drie paar kaken. De voorste paar poten zijn verbonden met gifklieren. Ze ademen via een tracheeënstelsel (buizenstelsel).

De huid van duizendpoten is tamelijk dun, zodat ze bij uitdroging snel dood gaan. Daarom leven ze het liefst in een vochtige omgeving, zoals rottend blad, in composthopen, onder stenen en omgevallen boomstammen, onder boombast en in de grond. Zij komen alleen `s nachts tevoorschijn, als de lucht vochtig en koel is.

Duizendpoten zijn actieve rovers die jacht maken op insekten, spinnen, wormen en andere kleine prooidieren. In gevangenschap accepteert de gewone Lithobius forficatus vliegen als voedsel.

Alle duizendpoten maken gif om hun prooi te verlammen en te doden. ze bijten niet met de kaken maar met de voorste paar poten, die zijn omgebouwd tot gifklauwen. Deze holle poten zijn verbonden met gifklieren.

Kleine duizendpoten worden vaak door vogels opgegeten wanneer ze door een schep of ploeg naar boven gekomen zijn. Toch kunnen ze, door hun giftige beet, zich goed verdedigen tegen vijanden van hun eigen grootte.

De jongen hebben bij de geboorte maar 7 paar poten en krijgen pas tijdens hun ontwikkeling het volledige aantal poten.

Ze lijken heel veel op miljoenpoten, maar die hebben per segment twee paar poten.

Vaak vraagt men zich af hoe al die poten van een duizendpoot zich bewegen en waarom zo`n dier nooit struikelt. Bij de meeste duizendpoten bewegen de poten zich ritmisch in golven die elkaar afwisselen aan beide zijden van het lichaam. Op een gegeven moment zijn over een bepaald gedeelte van het lichaam de poten aan de ene kant dicht bij elkaar en aan de andere kant staan die poten juist ver uit elkaar. De lange, wormachtige Geohilomorpha bewegen zich echter op een andere wijze. Elke poot beweegt zich onafhankelijk van de andere. De beweging van deze duizendpoten is meer gravend dan lopend en de verplaatsing van de poten dient om het lichaam als het ware voort te duwen.

Bron: http://www.beesies.nl/