Zionistische gruwelen in Beit Hanoun

In niet meer dan een uur tijd werd op 26 juli Beit Hanoun grotendeels verwoest door Israëlisch artillerievuur.
Max Blumenthal

9_beit_hanun_ruins

Augustus 2014: de ruïnes van Beit Hanoun.
(Foto: Muhammed Sabah, B’Tselem)

Beit Hanoun is een stadje in het noordoosten van de Gazastrook. Het is tijdens de Israëlische aanval vorig jaar bijna geheel verwoest, zelfs een school van de VN-organisatie UNRWA in het centrum getuigt van de meedogenloze aanval. Honderden mensen zochten daar beschutting tegen het geweld, maar dat weerhield het Israëlische leger er niet van de school onder vuur te nemen. 17 mensen kwamen daarbij om het leven.

De Amerikaanse onderzoeksjournalist Max Blumenthal was zelf aanwezig en sprak met vele overlevenden over wat die allemaal hadden meegemaakt. Het verhaal van de Palestijnse boer Abu Rahman, 55 jaar oud, illustreert goed hoe onmenselijk de bevolking behandeld wordt door hun bezetter, zelfs al lang voordat de blokkade van de strook werd ingesteld.

De grond langs de grens tussen de Gazastrook en Israël is bijzonder vruchtbaar en zou de boeren daar een goed bestaan kunnen bieden, ware het niet dat Israël keer op keer roet in het eten komt gooien. Israël heeft een bufferzone ingesteld die in de praktijk niets anders is dan het inpikken van land onder het mom van “veiligheid”. Bovendien is die strook een oefenterrein voor soldaten die iedereen mogen doodschieten die zich daar bevindt, onafhankelijk van leeftijd of van de reden van hun aanwezigheid (een verdwaald kind, een vrouw die geestelijk in de war is, een jongen die afgedwaalde geiten zoekt).

De Afscheidingsmuur op de Westelijke Jordaanoever is bij velen bekend, de Gazastrookbarrière waarschijnlijk minder. Toch bestaat die al sinds 1994, aangelegd op last van de “vredesduif” Yitzhak Rabin. Het is een geavanceerd veiligheidssysteem met onder andere op afstand bedienbare machinegeweren, waarmee vanuit een comfortabele computerruimte op tientallen kilometers afstand mensen kunnen worden doodgeschoten door Israëlische “soldaten”, voor wie deze mensen niets anders zijn dan wat bewegende pixels op een scherm.

Wanneer je zoals Abu Rahman dicht bij de grens woont, heb je dus te maken met al die elementen van de bezetting. In 2005 maakten Israëlische bulldozers zijn citrusboomgaarden met de grond gelijk om de bufferzone uit te breiden. Tot op dat moment had de hele Gazastrook geprofiteerd van zijn sinaasappels.

Daarna vernietigden de soldaten zijn waterputten die hij gebruikte voor de irrigatie van zijn land. Later dat jaar kwamen ze opnieuw langs en deze keer vernietigden zij Abu’s huis van drie verdiepingen. doodden zijn kudde van 80 geiten en verbrandden een voorraad van vijf ton tarwe.

Vorig jaar, negen jaar later, kwam dan nog een klap die al het andere overtrof. In tegenstelling tot veel andere plekken, waar mensen niet hadden kunnen vluchten, waren de meeste inwoners van Beit Hanoun wel op tijd weg. Maar lang niet allemaal, zoals Abu Rahma zag toen hij begin augustus vorig jaar ging kijken wat er nog over was van zijn stad.

In het kapot geschoten huis van zijn buren zag hij overal stukken menselijk vlees en ledematen tussen het puin. De familie die daar woonde had het bevel gekregen thuis te blijven, anders zouden ze worden doodgeschoten. Zeven volwassen mannen waren afgevoerd, maar de kinderen, vrouwen en een oude man werden gedwongen te blijven, ook toen er op 25 juli sprake was van een korte wapenstilstand en de soldaten het huis verlieten. De volgende dag werd het huis met de mensen er nog in volledig vernield. Niemand overleefde het.

Een lid van de familie had het overleefd omdat hij eerder door Israëlische soldaten was meegenomen. Toen Rami Hatem Zaki Whadan terugkeerde naar wat zijn huis was geweest vond hij de overblijfselen van zijn grootmoeder en haar kleinkinderen, waaronder een jongen van tien jaar oud. Toen Max Blumenthal twee weken later zelf de onheilsplek bezocht was het lichaam van Ghena, een meisje van twee, nog steeds niet gevonden.

Niet veel later hoorde Rami dat zijn vader, die Beit Hanoun was ontvlucht naar de stad Jabalia, samen met nog drie familieleden was gedood tijdens een aanval van een Israëlische drone (ook hier weer vanaf een computer op grote afstand door iemand die het verschil niet meer weet tussen een computerspelletje en massamoord).

Iemand van de niet-gouvernementele organisatie DCI (Defense for Children International) wist Rami later te traceren en tekende zijn gemoedstoestand op:

Ik huil duizend keer per dag. Ik kan en wil niet vergeten wat Israël ons heeft aangedaan gedurende deze oorlog en hoe ze in twee afzonderlijke gevallen mijn familieleden hebben vermoord. Ze hebben mijn broertjes vermoord, mijn twee zussen, mijn moeder en grootmoeder in Beit Hanoun. En in het vluchtelingenkamp Jabalia hebben ze mijn vader, mijn nicht, de vrouw van mijn broer en de vrouw van mijn oom vermoord.

Is dat hoe Israël denkt vrede dichterbij te brengen? Al decennia lang creëert men nieuwe generaties kinderen die opgroeien met dood en verderf, vernedering en ontmenselijking. De gebeurtenissen van vorig jaar hebben opnieuw laten zien dat het Israël niet is te doen om het verwijderen van Hamas; het doel is de verdere ontwrichting van de Palestijnse samenleving, de politicide zoals de socioloog Kimmerling het noemde. Maar de term genocide lijkt steeds beter van toepassing. De daden van het leger sluiten naadloos aan bij de racistische en zelfs genocidale uitspraken van Israëlische politici en rabbijnen.

Onze minister van Buitenlandse Zaken blijft net als zijn voorgangers de kop in het zand steken. De kloof tussen de politieke realiteit en de werkelijkheid neemt met de dag toe.

Engelbert Luitsz

Gebaseerd op het hoofdstuk Human Shields uit het boek Ruin and Resistance in Gaza, The 51 Day War, van Max Blumenthal.

5 comments for “Zionistische gruwelen in Beit Hanoun

  1. Ada Ferrant
    July 19, 2015 at 4:23 pm

    Het doel is en blijft de verwezenlijking van Groot Israël en niets anders. En alle middelen hiervoor worden door Israël en de zgn. internationale wereld oogluikend toegelaten. Is het dan gek dat de woede onder de Arabisch sprekende volkeren steeds verder groeit en er groepen als IS ontstaan. Er is net een aanslag in Gaza gepleegd door zo’n groep. Er zal een dag komen dat Israël c.s. spijt krijgen dat zij niet hebben willen onderhandelen met Hamas, dat slechts lokaal opereert, anders dan IS dat zich bezig is over het hele MO en Noord-Afrika te verspreiden.

    Wanneer zal de mens gaan begrijpen dat de gedachte dat je vrede met bommen en ander wapentuig kunt doordrukken, een krankzinnige is.

    • Egbert Talens, Zutphen
      July 20, 2015 at 11:31 pm

      Een intrigerende zin: “Er zal een dag komen dat Israël c.s. spijt krijgen dat zij niet hebben willen onderhandelen met Hamas…” Intrigerend in die zin dat argeloze lezers bij ‘Israël c.s.’ zullen denken dat het daarmee om de Israelische regering gaat en om Westerse regeringen die zich ermee vereenzelvigen; het is zelfs niet ondenkbaar dat Ada Ferrant zich hierbij zal afvragen: ‘Nou, en? Om wat anders?’
      Over onderhandelen (met Hamas) straks iets meer, maar eerst dit: Israel, zonder c.s., is de noodzakelijke, in zekere zin tastbare, component van het p-zp: het politiek-zionistische project der Judenstaat, waartoe een idee rond 1860 in Europa vorm vatte maar, geenszins toevallig, op 14 mei 1948 in de regio Palestina werd geconcretiseerd met het uitroepen van de onafhankelijke Joodse Staat Israel, aansluitend op VN-AV-resolutie 181-II van 29 november 1947, een resolutie waarin sprake is van een Joodse Staat en een Arabische Staat. Het is verleidelijk in die Joodse Staat de beschermer van (de) joden te zien, zoals ook werd beweerd, maar het ligt anders, gecompliceerder, raadselachtiger. Een politieke zionist van de hoogste orde was tot de slotsom gekomen (1928) dat een grote ramp het joodse volk moest treffen, om het p-zp gerealiseerd te krijgen. Dit roept onwillekeurig ook het Ha’avara-project in herinnering, te weten de onderhandelingen tussen Nazi-Duitsland en politieke zionisten tijdens de dertiger jaren. Misselijkmakende zaken, daar niet de politieke zionisten, maar willens en wetens miljoenen andere joden het gelag zouden betalen: met hun leven, namelijk. Het gehele verhaal over de Sho’a, c.q. de Holocaust, is bij lange na nog niet verteld…

      Anders dan Ada Ferrant zou ik niet Hamas maar het Ramallah Congress hebben genoemd, als instantie waarmee Israel had moeten onderhandelen, maar dit niet wilde. Vertegenwoordigers van het Ramallah Congress kwamen in maart 1949 naar Lausanne, alwaar Israelische en vertegenwoordigers van Arabische (buur)landen onder auspiciën van de Palestine Concilliation Commission (PCC) onderhandelden over vrede e.d. en het vreemde daarbij was dat de Palestijnen niet door eigen mensen erbij vertegenwoordigd waren. De Ramallah Congress-vertegenwoordigers kwamen op persoonlijke titel, maar werden niet toegelaten tot de besprekingen. Jammer, want zij waren gemachtigd op basis van VN-AV-resolutie 181-II (zie boven) te onderhandelen, en dus had het in 1949 al tot een vredesverdrag kunnen komen; tussen de Joodse Staat en de Arabische Staat, zoals vermeld in 181-II. Maar… dit was niet wat de politieke zionisten voor ogen stond. Die hadden — en daarmee geef ik Ada Ferrant volledig crediet — het idee van een Groot-Israel in hun hoofd.

  2. Sytze Burgsma
    July 20, 2015 at 4:10 pm

    Waarom wordt er niet meer aandacht aan geschonken in de pers? Waarom krijg je geen reactie als je informatie vraagt bij ” Stop de bezetting”? Waarom geen partij opgericht die alle misstanden in de wereld durft te benoemen?

  3. Ada Ferrant
    July 22, 2015 at 2:15 pm

    De pers zelf is doorgaans van mening dat zij voldoende aandacht aan dit onderwerp schenkt, maar wat is voldoende? Ik heb het sterke vermoeden dat angst voor verlies aan lezers een belangrijke rol speelt en dat de pers i.c. altijd ergens in het midden blijft hangen. Men noemt dat een neutrale opstelling, maar velen zien niet in dat met deze opstelling wel degelijk de sterkste partij gesteund wordt, terwijl je redelijkerwijs zou mogen verwachten dat de zwakkere partij hulp krijgt. En dan heb ik het niet over materiële steun maar over morele steun. Een ander punt is natuurlijk dat de sho’a bijna heilig is verklaard en iedere kritiek op joden in het algemeen taboe is. Het wordt wel al minder maar de angst om voor antisemiet te worden uitgemaakt is groot, reden waarom het te pas en vooral te onpas wordt gebruikt.

    Wat let u zo’n partij op te richten? Iemand moet het doen? Maar ik vermoed dat u snel zult merken dat u daarmee te veel hooi op de vork neemt, vermoedelijk reden waarom zo’n partij nog steeds niet bestaat.

Comments are closed.