Joodse diversiteit in Israël

jemenitische joden

Johan Alexander Nederbragt (1880-1953) werd in 1946 benoemd tot consul-generaal te Jeruzalem. Hij maakte dus de stichting van de staat Israël mee en was getuige van de oorlog. Zijn pro-zionistische houding werd na 1948 met de nodige argwaan bekeken vanuit Nederland. Zijn kijk op de joodse aanwezigheid in Palestina werd bepaald door zijn christelijke visie: hij steunde het project, was zeer gekant tegen de steun die de Arabieren van bijvoorbeeld Folke Bernadotte kregen, maar zijn hoop was dat de joden uiteindelijk de messias zouden omarmen.

Hij publiceerde een dagboek over wat hij zoal meemaakte in die jaren en dat is natuurlijk altijd interessant, van welke kant je het ook bekijkt. Hieronder een fragment dat een interessante kijk geeft op de samenstelling van de joodse gemeenschap aldaar. De waardering voor de olim (joden die naar Israël emigreren) van diverse nationaliteiten varieerde enorm, zoals blijkt. Vergelijk de situatie van toen maar eens met nu, zoals in dit artikel van Michel Warschawski: Israël: een hiërarchie van discriminaties.

Opvallend is dat de Asjkenazische joden er het slechtst afkomen. Zij zijn het die Israël hebben gemaakt tot wat het nu is, ondanks het feit dat ze altijd een minderheid hebben gevormd, tot de grote instroom van Russische joden vanaf eind jaren 80 zelfs een zeer kleine minderheid. Zij leverden de terroristen en de gewetenloze leiders. Wat zou er van Palestina geworden zijn als die andere groep, de Jemenieten, die “betoverende soort mensen”, het beleid hadden kunnen bepalen? We zullen het nooit weten. Verder lezen we welke enorme bedragen er gemoeid waren met deze immigratie. Regelmatig een tripje naar de V.S. hielp toen ook al.

Hier volgt dus een fragment uit Jeruzalem indien ik u vergete… van J.A. Nederbragt.

***

De quaestie van de olim houdt ieder hier te lande bezig, zij houdt mij ook steeds in spanning. In een goed krantenartikel, dat ik vond, lees ik een duidelijke uiteenzetting, waaraan ik het volgende ontleen. Men kan onderscheiden: 1. de Sefardim, met name van de Balkan; 2. de Ashkenazim van het Europese continent; 3. de Joden uit Jemen; 4. de Joden uit de Arabische landen van Noord-Afrika; 5. de Joden uit Shanghai. Wat de eerste groep, die der Sephardim betreft, zij opgemerkt, dat deze als de besten worden beschouwd. Er behoren met name toe: de Joegoslaven, de Boelgaren, de Turken en de Cyprioten (uit de kampen). Zij worden geprezen om de wijze, waarop zij ook in de moeilijkste tijden en omstandigheden een betamelijk gezins- en gemeenschapswezen weten te scheppen. Vooral de Joegoslaven en Boelgaren staan zeer goed aangeschreven, naar ik niet alleen uit de krant, maar ook van het getuigenis van Wizo-dames (Women’s International Zionist Organisation) weet: een Boelgaarse Jodin werd mij als een hoogstaande nobele vrouw geschilderd. De tweede groep, die der Ashkenazim (Polen, Hongaren, Roemenen, enz.), geniet een minder goede reputatie: mensen, die door het lijden niet beter, maar slechter geworden zijn, zonder cultuur, zonder morele scrupules, zonder gemeenschapszin, niet bereid voor anderen, resp. voor de staat, iets te offeren, ook dan niet als zij over middelen beschikken.
De krant zegt van Ashkenazim: braakland, grond, die nauwelijks of helemaal niet in cultuur gebracht kan worden. De Jemenieten, die de derde groep vormen, staan uitstekend bekend. “Ein bezaubernder Menschenschlag,” zegt mijn Duits blaadje, de Jediot (Berichten). Grote orde heerst in hun kamp en de families zorgen uitstekend voor elkaar; zij zijn uiterst bescheiden in hun pretenties. Bovendien – ik citeer letterlijk – “sind es Menschen mit einer tief verwurzelten religiösen und kulturellen jüdischen Tradition.” Van heel andere aard zijn de olim uit Afrika. Kaartspel om geld is hun geliefkoosde bezigheid. Ze zijn vuil, stelen, vechten onder elkaar en met de opzichters, drinken zich dronken, neigen tot ontucht. Zij moeten gezegd hebben, dat, als eerst maar de oorlog met de Arabieren ten einde is, zij tegen de Ashkenezim optrekken. Deze mensen leveren voor de staat Israel, naar men, mijns inziens, terecht zegt, wezenlijke gevaren op. Wat ten slotte de olim van de vijfde, speciale groep aangaat, die welke uit Shanghai zijn gekomen, kan opgemerkt worden, dat zij veelal wel bruikbare arbeidskrachten zijn en niet zelden geld bij zich hebben, maar liever van gesjacher dan van geregelde, harde arbeid leven. Zij voelen zich in Israel niet thuis, zijn er niet tevreden, en men verwacht, dat velen hunner te zijner tijd wel verder trekken zullen.
Overziet men de vijf groepen, dan moet men wel zeggen: een mengelmoes van goed en kwaad, een zwaar assimileerbare menigte. Beleidvol is men met de quaestie van de olim niet omgesprongen en ik vraag me soms met een beklemd hart af, wat uit dit alles groeien moet. Zulks te meer, omdat de (re)classering van al deze mensen schatten gelds verslindt. Ik vind een berekening, gebaseerd op 1000 dollar = f 3750 per ole: dat maakt in een jaar van rond 250.000 olim f 937.500.000! Opperrabijn Herzog (van de Ashkenazim in Jeruzalem) moet in New York gezegd hebben, dat het geld er met spoed komen moet. Anders zou men genoodzaakt kunnen zijn, de alijah’s (opstijgingen) in te perken: maar zulk een stap, zeide hij, zou Israel ernstig in zijn geestelijke vitaliteit treffen.

Dr. J.A. Nederbragt, Jeruzalem indien ik u vergete, 2e druk 1953, pagina 259

1 comment for “Joodse diversiteit in Israël

  1. Aleid Blink
    May 25, 2015 at 3:48 pm

    Dr. Nederbracht mag dan zeer pro-zionistisch zijn geweest, maar dit heeft, lijkt mij, zijn kritische houding niet beïnvloed.
    Zijn verhaal over de joodse Jemenieten brengt de geschiedenis in het prachtige boek van Shlomo Sand, waarin hij de geschiedenis van de joden in het Zuiden van het Arabische schiereiland beschrijft en vertelt over het joodse koninkrijk dat daar zou hebben geheerst. Zij zijn nooit onder de invloed geraakt van de zgn. beschaving waar men in het Westen zo onbescheiden trots op is en die veel volken weinig goeds heeft gebracht, behalve hooguit wat, vaak zeer beperkte materiële welvaart, waarvan we de tijdelijkheid nu ervaren.

Comments are closed.