Joods terrorisme, 21 jaar later

1024px-Baruch_Goldstein_tomb

De grafsteen van de massamoordenaar Baruch Goldstein, “de heilige, moge God zijn bloed wreken”. (Foto WikiPedia)

Op 25 februari 1994 stormde Baruch Goldstein de Ibrahimi-moskee binnen in de stad Hebron op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever en schoot met een automatisch geweer 29 Palestijnen dood. Meer dan honderd anderen raakten gewond, voordat de man op zijn beurt werd overmeesterd en doodgeslagen. De eerste berichten repten over zo’n 50 doden, maar al snel werd dit teruggebracht tot 29. Waarom? Omdat die anderen waren doodgeschoten door Israëlische militairen die geacht werden de moskee te beschermen. Toen de overlevenden woedend naar buiten kwamen werden ze opnieuw onder vuur genomen. Men probeerde de daad van Goldstein af te doen als een geïsoleerd fenomeen, los van het geweld van de zionistische ideologie, de bezetting, de kolonisten, het reguliere leger en de politie.

Dat bleek ook uit de reacties in de pers. De term “terrorist” werd nauwelijks gebruikt. Volgens de journalist Robert Fisk, die de kranten goed bijhield, slechts twee keer. Bill Clinton noemde het een “vreselijke tragedie”, alsof het een natuurramp betrof. En de vredesduif Yitzhak Rabin weigerde de kolonisten uit Hebron te verwijderen. Hoe anders zouden de reacties zijn geweest indien een Palestijn een dergelijk bloedbad had aangericht.

Een religieuze missie

Goldstein was geen marginale idioot, hij was arts en hij had een missie. Met religieuze ijver probeerde hij de Oslo-akkoorden om zeep te helpen. Hij behoorde tot de joodse terreurbeweging de Jewish Defense League (nog steeds in veel landen actief), die was opgericht door zijn jeugdvriend Meir Kahane. Deze Kahane was ook de oprichter van de extreem-rechtse Kach-partij in Israël en Goldstein stond in de jaren 80 derde op de lijst voor een zetel in de Knesset, het Israëlische parlement. In die tijd was het zelfs naar zionistische maatstaven misschien extreem wat de man deed, maar de afgelopen jaren zijn er steeds meer Israëlische politici, juristen, bloggers, professoren en rabbijnen die genocidale opmerkingen maken en daar niet op worden aangesproken. In schril contrast met talloze journalisten en anderen die op basis van nog zeer gematigd kritische tweets met betrekking tot het bloedbad dat Israël vorig jaar aanrichtte in de Gazastrook, genadeloos worden aangepakt door de zionistisch lobby.

Voor Goldstein werd een monument opgericht dat pas in 1999 gesloopt werd toen er een wet kwam die monumenten voor terroristen verbood. Maar zijn graf bleef intact en is tot op de dag van vandaag een bedevaartsoord voor extremistische joden. Op zijn grafsteen staat nog steeds dat hij een man met een “zuiver hart” was. In 2010 werd onder druk van de religieuze Shas-partij de plek van het bloedbad zelfs tot nationaal erfgoed gepromoveerd.

In de afgelopen 21 jaar is er niets veranderd in de mentaliteit van deze mensen. Vorig jaar nog werd een demonstratie van de beweging Boycott From Within tijdens de opnamen van de Amerikaanse serie Dig in Jeruzalem – een stukje onvervalste zionistische propaganda – onderbroken door orthodoxe joden die Goldsteins naam scandeerden en hem een heilige noemden. Hij was in hun ogen geen moordenaar, maar had integendeel vele joden het leven gered. En dat sentiment duikt diep in de joodse cultuurgeschiedenis.

De dag van de aanslag in 1994 was niet toevallig gekozen. Het was de dag van het Poeriemfeest, wanneer joden herdenken hoe hun voorouders 2500 jaar geleden op basis van geruchten de Perzische koning Ahasveros (of Xerxes I) overhaalden alle joden te bewapenen. Dat leidde tot een onvoorstelbare moordpartij waarbij volgens de overlevering 75.000 “vijanden van de joden” werden afgeslacht, allemaal onschuldige mannen, vrouwen en kinderen. Het Poeriemfeest is een verkleedpartij en in latere jaren verkleedden sommigen zich als Baruch Goldstein om de feestvreugde compleet te maken (ik heb begrepen dat de Amerikaanse zender CNN  bezig is met een documentaire over Zwarte Piet, misschien kunnen ze een vervolg maken in Israël).

De continuïteit van het religieuze vijandbeeld dat we in de Palestijnse gebieden onder kolonisten en extremistische religieuze groeperingen aantreffen, kwam vorige maand griezelig dicht bij ons, toen de Brusselse rabbijn Menachem Margolin, voorzitter van de European Jewish Association (EJA), EU-lidstaten opriep hun wapenwetgeving aan te passen, zodat joodse organisaties zich zouden kunnen bewapenen. Opnieuw het bewijs dat iemand als Baruch Goldstein geen geïsoleerde gek was, maar dat zijn denkbeelden door velen worden gedeeld. Gelukkig namen andere joodse organisaties nadrukkelijk afstand van de opmerkingen van Margolin, maar het zou niet nodig moeten zijn dat vooral joden dat doen. Het gaat hier om universele principes die door iedereen aan de kaak gesteld moeten worden.

Between a rock and a hard place

De Engelse uitdrukking geeft het beter weer dan ons woord dilemma. Hebron staat symbool voor het failliet van het zionistische project. Een spookstad waarin een kleine groep joodse fanatici, gesteund door een enorme legermacht, het leven van de Palestijnen onmogelijk maakt. Niet de achterban van Goldstein werd aangepakt, nee, het waren de Palestijnen die moesten boeten voor een aanslag die op hen gepleegd was. Onder het eeuwige mantra van “veiligheid” werden straten afgesloten en bleef de heilige plek lang gesloten.

Wanneer je na decennia van wrede onderdrukking merkt dat het helemaal niet uitmaakt of jij nu een aanslag pleegt, of dat er een aanslag op jou wordt gepleegd, omdat in beide gevallen de situatie wordt aangegrepen om de bezetting verder te versterken, is het duidelijk dat niemand nog kan geloven in rechtvaardige behandeling van de Palestijnen. De ontmenselijking van de fictieve vijand is zo diep doorgedrongen in de opvoeding en het onderwijs in Israël, dat elk menselijk gevoel lijkt te ontbreken. Een van de weinige symptomen die wijzen op de harde realiteit is het hoge aantal zelfmoorden onder Israëlische soldaten. Wanneer je na 18 jaar indoctrinatie denkt een rechtvaardige strijd te voeren en je komt er vervolgens achter dat je weerloze vrouwen en kinderen aan gort moet schieten, knapt er iets bij diegenen die niet al hun medemenselijkheid zijn kwijtgeraakt.

Omgekeerde semantiek

Het is wat Robert Fisk de “omgekeerde semantiek” noemt: Israëliërs plegen geen terreurdaden, zij voeren militaire operaties uit tegen terroristische doelen; omgekeerd is elke vorm van verzet van Palestijnen een terroristische daad. Chris Hedges noemde het “de grote leugen”: niet een beetje sjoemelen met de feiten, maar precies het tegenovergestelde beweren van wat er werkelijk gebeurt. Uiteindelijk is het allemaal bluf. Tijdens Operation Protective Edge van vorig jaar was het stokpaardje van de zionistische propaganda dat Hamas “dubbele oorlogsmisdaden” pleegde. Totdat Hamas zei: ok, dan laten we daar een internationaal gerechtshof een uitspraak over doen, waarbij de daden van het Israëlische leger uiteraard ook besproken dienen te worden. Toen haakte men in Israël snel af.

Het meest beangstigende aan het memoreren van Goldsteins gruwelijke daad, nu 21 jaar geleden, is wel dat het sindsdien alleen maar erger is geworden. Wat ooit tot redelijk wat ophef leidde is nu de gewoonste zaak van de wereld geworden. Joodse toeschouwers die met een hapje en een drankje genieten van de bombardementen op de Gazastrook worden niet uitgekotst door de Israëlische maatschappij. Het levend verbranden van een Palestijnse jongen leidt niet tot een moment van bezinning. Integendeel zelfs, zijn familie werd daarnaast nog eens slachtoffer van het racistische politieoptreden en er wordt alles aan gedaan om de daders vrijuit te laten gaan. Met het negeren van het lot van de Palestijnen door de westerse landen laat men blijken niets geleerd te hebben van de eigen geschiedenis.

Engelbert Luitsz

1 comment for “Joods terrorisme, 21 jaar later

  1. Aleid Blink
    March 1, 2015 at 3:17 pm

    Op deze site staat een artikel van het Christian Peacemakerteam ter plaatse,over Hebron en m.n. over de zo langzamerhand beruchte Shuhadastraat die dwars door de stad loopt en voor Palestijnen tot verboden gebied verklaard en overgenomen door extremistische, joodse kolonisten plus foto’s http://us6.campaign-archive2.com/?u=cf2b03c2e5&id=268a8c29d9&e=dbcc332881. Weer zo’n voorbeeld van het door het Israëlische leger op de Palestijnse bevolking, onder het mom van bescherming van de joden aldaar, toegepaste geweld.

Comments are closed.