Hillel Cohen over Jeruzalem

hillelCohenBalie130215

Professor Hillel Cohen.

Gisteravond was er in De Balie in Amsterdam een lezing van de Israëlische historicus Hillel Cohen die ook live te volgen was via internet. De avond was onderdeel van een tweedaags symposium met als titel Jerusalem – a City Disunited, georganiseerd door gate48, een groep kritische Israëliërs in Nederland, de Universiteit van Amsterdam, De Balie en CREA, het cultuurcentrum voor Amsterdamse studenten.

Hillel Cohen is gespecialiseerd in Oost-Jeruzalem. Hij heeft een aantal boeken geschreven over de periode van voor de stichting van Israël. Met name de Engelse vertaling van zijn boek over de collaboratie tussen Palestijnen en zionisten - Army of Shadows: Palestinian Collaboration with Zionism, 1917–1948 – zorgde ervoor dat hij ook in het Westen bekendheid kreeg. Hij heeft een voorliefde voor een bottom up-benadering van de geschiedenis, waarbij persoonlijke verhalen een belangrijke rol spelen. Wetenschappelijk verantwoord, maar met de flair van een journalist, een prima combinatie om een groot publiek te boeien.

Verwarring

Zoals de antropologe Erella Grassiani, die de lezing inleidde, aangaf was de opdracht om voor enige verwarring te zorgen. Het symposium is bedoeld voor mensen met een redelijke tot goede kennis van de omstandigheden in Palestina, maar juist daarom is het wel eens goed die mensen te prikkelen om met een andere blik naar de situatie te kijken. Dat Cohen zich uitstekend hield aan die opdracht kwam duidelijk naar voren tijdens de lange vragensessie na afloop.

(niet) goed

Zijn eigen opdracht voor de lezing was om op een positieve manier over de negatieve situatie in Jeruzalem te praten. Hij verwees naar een anekdote over Boris Jeltsin, die na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie de vraag kreeg wat hij in één woord van de situatie vond. “Goed”, zei hij. “En in twee woorden?” “Niet goed.”

Cohen gaf aan dat de situatie in Jeruzalem, hoe erg ook, minder schrijnend is dan in Caïro, Aleppo of Damascus. Het was een positie waar velen in het publiek het moeilijk mee hadden, waarschijnlijk omdat die relativering erg lijkt op wat een van de standaardreacties is van de zionistische propaganda: “Waarom hou je je bezig met Israël en niet met die andere landen waar de situatie veel erger is? Wat zit daar achter?” Maar Cohen bedoelde het niet op die manier. Hij gaat als historicus uit van verschillende nationalistische en religieuze kampen die met elkaar strijden om de macht. De situatie in Jeruzalem is niet zonder parallellen in de geschiedenis van andere landen en steden.

Ondanks al het racisme, het geweld, de voortgaande verjoodsing en de onderdrukking van de Palestijnen in Oost-Jeruzalem, ziet hij positieve elementen in het feit dat er nog steeds wordt samengeleefd en dat er in Jeruzalem nauwelijks dodelijke slachtoffers zijn te betreuren, in tegenstelling tot de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. Hij weet maar al te goed dat die relatieve rust het gevolg is van hardvochtige repressie, maar het alternatief – een bloedige opstand – ziet hij niet als iets om naar uit te kijken. Uit zijn hele betoog bleek dat hij hardnekkig blijft vasthouden aan wat hij als positieve elementen – mogelijkheden – ziet, die als basis kunnen dienen voor een dialoog.

Hij merkte terecht op dat de moderne visie op gelijkheid – een woord dat voortdurend terugkwam – geen lange geschiedenis heeft. Jeruzalem heeft duizenden jaren van conflicten en verschillende veroveringen achter de rug. Het is dus niet zo dat we kunnen terugkeren naar een situatie van vroeger “toen het allemaal koek en ei was”. Nee, de samenleving in Jeruzalem moet opnieuw uitgevonden worden en dat is een uitermate moeilijke klus. Daarnaast is er het probleem dat gelijkheid voor iedereen altijd ten koste gaat van de macht van elites. Het is dus een illusie te denken dat zo’n situatie zonder slag of stoot kan ontstaan. Cohen wijst er herhaaldelijk op dat naties niet echt uit zijn op vrede, ondanks de organisaties en de idealen waar men mee pronkt. De 20e eeuw heeft goed laten zien dat naties er helemaal niet alles aan doen om oorlogen te voorkomen.

“Het moment van Jeruzalem”

In feite is er maar een zeer korte periode van gelijkheid voor iedereen geweest in Palestina. In het midden van de 19e eeuw vaardigde het Ottomaanse Rijk maatregelen uit waardoor joden, moslims en christenen allemaal gelijk waren voor de wet. Die situatie hield formeel op te bestaan toen de Britten na de Eerste Wereldoorlog Palestina toegewezen kregen als mandaatgebied. Daarbij speelde de belofte aan de zionisten van een “joods thuis” een grote rol. De zionisten moesten niets hebben van gelijkheid, maar waren alleen uit op een exclusief joodse staat.

In de hele geschiedenis van Jeruzalem is er dus maar heel even een periode van gelijkheid voor iedereen geweest. En dat was net voordat het politiek zionisme zijn intrede deed.

hillelCohenBalie130215_3De antropologe Erella Grassiani van gate48 verzorgde de inleiding. Van haar verscheen in 2013 het boek Soldiering under occupation over de invloed van de context waarin Israëlische soldaten moeten opereren op hun morele gedrag.

De rol van religie

De reden dat de zionisten probeerden het imago van een seculiere beweging hoog te houden had waarschijnlijk vooral te maken met het feit dat ze hoopten op die manier meer volgelingen te krijgen. In werkelijkheid, zegt ook Cohen, kwamen ze met de Bijbel in de hand naar Palestina om het land uit naam van hun god op te eisen. Talloze speeches en artikelen van de areligieuze Ben-Goerion uit de jaren 30 en 40 wijzen daar ook op.

De heiligheid van Jeruzalem zelf heeft alles te maken met de keuze voor het goddelijke boven het menselijke – het humane. Abraham was bereid zijn eigen zoon te offeren. De stad van de vrede heeft dus een oorsprong die bloedig en inhumaan is. In 1948 hield niemand zich vervolgens aan de afspraak dat Jeruzalem een corpus separatum moest zijn onder internationaal toezicht. Joden en Palestijnen gingen elkaar te lijf. Joden werden verjaagd uit de Oude Stad en Palestijnen uit de Arabische dorpen en buitenwijken van West-Jeruzalem.

Maar hier komt Cohen ook met een hypothese over – opnieuw – die relatieve rust in de heilige stad. Toen Israël in 1967 heel Jeruzalem in bezat nam, besloot Moshe Dayan dat de Israëlische vlag niet moest wapperen op de Tempelberg. De regering verbood vervolgens joden daar te bidden. Dat is de heiligste plek in het jodendom en het is die concessie die volgens Cohen ertoe heeft geleid dat omgang tussen joden en Palestijnen nog mogelijk is.

hillelCohenBalie130215_2Een aandachtig en kritisch publiek in De Balie.

Geen oplossing

Hillel Cohen is niet alleen academicus. Hij is ook actief op straat. Net als andere kritische joden in Israël probeert hij met zijn aanwezigheid op straat te zorgen voor enige bescherming voor Palestijnen die belaagd worden door joodse extremisten. Om diezelfde reden helpen Europeanen mee met de olijvenoogst: om het geweld van de kolonisten te beperken. Hij heeft veel Palestijnse vrienden, waarvan de meeste tot Hamas behoren en hem vertellen dat hun doel is Palestina te bevrijden. Maar Hillel is geen immigrant. Hij werd in 1961 in Jeruzalem geboren. Dus “terug naar waar je vandaan komt” heeft voor hem een rare klank. Zijn ouders kwamen uit Polen en Afghanistan.

En daarmee geeft hij denk ik nog het best aan wat hij naar mijn mening bedoelde met zijn betoog: je moet niet terugschrikken voor een dialoog, zelfs niet met iemand die jou liever ziet vertrekken. Er is geen neutrale realiteit waarnaar we kunnen streven en de werkelijkheid van hen die nu al zolang onderdrukt worden bepaalt tevens hun retoriek. In deze voor de meeste Palestijnen bijna onleefbare situatie is elke visie die zij hebben van hun onderdrukkers gerechtvaardigd. Maar dat is geen oplossing, dat is het probleem.

Als de situatie verandert zullen diezelfde mensen anders naar de wereld om hen heen kijken, omdat die wereld dan wezenlijk is veranderd. En om dat te bereiken moeten we ons richten op – vastklampen aan is misschien beter – die elementen die nog een sprankje hoop in zich dragen. Niet omdat dat een garantie is voor een betere toekomst, maar omdat het alternatief veel erger is.

Engelbert Luitsz

Lezing en vragen zijn hier terug te kijken.