Edward Said in Palestina

edward-said-y-daniel-barenboim-960x562

Edward Said (links) met Daniel Barenboim. (foto: West-Eastern Divan Orchestra)

De Franse krant Le Monde Diplomatique stelde onlangs gratis een artikel uit het archief beschikbaar, zoals ze wel vaker doen. Deze keer was het een stuk van de bekendste Palestijns-Amerikaanse intellectueel, Edward Said*, uit 1998. Hij had Jordanië en Jeruzalem bezocht in verband met een documentaire voor de BBC. De aanleiding was het 50-jarig bestaan van Israël. We zijn nu ruim 15 jaar verder, dus laten we eens kijken hoe het land er toen voorstond.

In 1998 was men nog steeds in de ban van de Oslo-akkoorden, die vijf jaar eerder waren beklonken met de historische handdruk van Yitzchak Rabin en Yasser Arafat, onder de paternalistische supervisie van Bill Clinton. Said was een van de weinigen die al vanaf de totstandkoming van de akkoorden felle kritiek uitte op wat hij zag als de verkwanseling van Palestijnse rechten en een levensvatbare toekomst. Hij zag ze als “een instrument van Palestijnse overgave, een Palestijns Versailles”. Tegen de stroom in maakte hij geen geheim van de kater die hij voelde na de wanvertoning in Washington, die in het voordeel was van het zionisme en de Palestijnse Autoriteit tot een medeplichtige van de bezetting maakte. Hij schreef er hetzelfde jaar – 1993 – nog een essay over voor de London Review of Books met de titel The Morning After.

Ook al is het volkomen duidelijk dat Palestijnse vrijheid in de ware zin van dat woord niet is bereikt, en ook niet bedoeld is bereikt te worden buiten de magere kaders die zijn opgelegd door Israël en de Verenigde Staten, is de bedoeling van de beroemde handdruk die de hele wereld overging niet alleen het symboliseren van een belangrijk moment van succes, maar ook het uitgummen van realiteiten uit het verleden en uit het heden.

Dus hoe is het vijf jaar later gesteld? We weten nu dat Said het op praktisch alle punten bij het rechte eind had. Maar in 1998 wonnen de ideeën van de zogenoemde Nieuwe Historici langzaam terrein, de zionistische geschiedschrijving en het zionisme zelf waren het onderwerp van analyse geworden en de Tweede Intifada zou pas twee jaar later beginnen. De woorden van Said klinken hier profetisch, want ook in 1998 was Benjamin Netanyahu de premier van Israël, net als nu. Said schrijft:

Hoe meer de heer Benjamin Netanyahu zich hult in anti-Arabische xenofobie, hoe meer hij de Palestijnen dwingt stand te houden en zijn onrechtvaardigheden en wrede maatregelen te bestrijden.

De Palestijnen bestaan nog. Dat is de eerste conclusie van Said. Ondanks alle pogingen van Israël om hen te doen verdwijnen of op z’n minst politiek buitenspel te zetten. Momenteel is het Haneen Zoabi die als Palestijnse in het Israëlische parlement probeert aandacht te krijgen voor de geïnstitutionaliseerde discriminatie van haar landgenoten, maar zij is onlangs geschorst als gevolg van een lastercampagne die tegen haar werd gevoerd. Zij komt uit voor de Baladpartij en die werd ooit opgericht door Azmi Bishara. Ook Bishara maakte lang deel uit van het Israëlische parlement, maar moest uiteindelijk vertrekken omdat hij politiek vervolgd werd (beschuldigd van “hoogverraad”, vergelijkbaar met de aantijgingen tegen Haneen Zoabi nu). Edward Said had in 1998 lange gesprekken met Bishara, die hij roemde vanwege diens moedige inzet voor Palestijnse burgerrechten in een land dat uitsluitend oog had voor de rechten van joodse ingezetenen.

De tweede conclusie is dat Palestina elke dag een stukje kleiner wordt. Hij geeft het voorbeeld van een Palestijnse man die vijftien jaar lang elke dag clandestien in Israël had gewerkt, zodat hij uiteindelijk een klein huisje voor zijn familie kon bouwen op zijn eigen grond. Op een dag kwam hij thuis en bleek zijn huis met de grond gelijk te zijn gemaakt door Israëlische bulldozers. Hij zou niet de benodigde toestemming hebben gehad voor de bouw. Dat was wat een Israëlische soldaat hem de volgende dag kwam vertellen. Maar Joden mochten overal bouwen. “Dit is simpelweg Apartheid”, schreef Said toen al.

Ze filmden hoe onder bescherming van soldaten een strook van 120 meter breed van een vruchtbare Palestijnse akker werd ingepikt om een nieuwe weg aan te leggen. De eigenaren van de grond stonden er verbijsterd bij te kijken. Ze waren niet eens op de hoogte gesteld van de Israëlische plannen. De soldaten weigerden te praten met een microfoon en camera in de buurt, maar Said bleef volhouden en kreeg uiteindelijk een soldaat te pakken die zelf niet erg gelukkig leek met de situatie. Hij vroeg hem hoe ze zomaar het land van weerloze boeren konden stelen, maar hij kreeg als antwoord dat het land aan de staat Israël toebehoorde. Op Saids opmerking dat men zestig jaar eerder in Duitsland soortgelijke argumenten had gebruikt om mensen te onteigenen kreeg hij geen reactie.

Twee ontmoetingen

Onder de ontmoetingen die Said had met prominenten in Israël en Palestina waren er twee die hij bijzonder kon waarderen. Ten eerste was daar de historicus Ilan Pappe, toen al bekend en gevreesd vanwege zijn onderzoek dat een heel ander beeld schetste van de gebeurtenissen rond 1948 en de rol van de eerste premier David Ben-Goerion, dan op scholen en universiteiten werd onderwezen. Pas jaren later zou het bekendste boek van Pappe, De etnische zuivering van Palestina, verschijnen, maar daar gingen dus vele jaren van onderzoek aan vooraf. Said verbaast zich over de tegenstrijdigheid: Pappe werd veel gevraagd om lezingen te houden op scholen, maar in de lesboeken van diezelfde scholen kwamen de Palestijnen helemaal niet voor! “Een tegenstrijdigheid waarin we ons meer zouden moeten verdiepen”, schrijft hij. Ondertussen weten we dat die populariteit van Pappe niet bleef duren. Hij heeft Israël ondertussen verlaten en doceert sinds een aantal jaren in Engeland.

Een andere ontmoeting die veel indruk maakte was die met de pianist en dirigent Daniel Barenboim. Said en Barenboim kenden elkaar al langer en Barenboim had zich altijd het lot van de Palestijnen aangetrokken, maar wat er tijdens dat bezoek gebeurde was heel bijzonder. Tijdens een concert droeg Barenboim zijn eerste toegift op aan een Palestijnse vrouw die hem eerder had uitgenodigd voor het diner. Edward Said en die vrouw waren de enige Palestijnen in de zaal, maar alle joodse Israëli’s applaudisseerden enthousiast, tot Saids grote vreugde. Het was een moment van hoop na alle ellende die hij had gezien in Jeruzalem, Hebron en elders tijdens zijn bezoek.

Het is duidelijk dat er een nieuwe sector van de publieke opinie aan het verschijnen is, deels vanwege de excessen van de heer Netanyahu, deels vanwege het Palestijnse verzet.

Het feit dat een van de beroemdste musici van plan was voor Palestijnse zalen op te treden zou wel eens tien keer meer gewicht in de schaal kunnen leggen dan de Oslo-akkoorden, vermoedde Said. Dat optimisme was onterecht, weten we nu, en zijn pessimisme met betrekking tot het “vredesproces” was juist gerechtvaardigd.

Voor zijn film had Said nog de Palestijnse vluchtelingenkampen in Syrië en Libanon willen bezoeken, maar dat ging niet meer. Ook had hij graag uren film toegevoegd, maar ook dat ging niet. Toch zag hij ook lichtpuntjes, meer dan de meeste mensen hadden verwacht zelfs. Hij kon toen niet weten dat Ariel Sharon twee jaar later met zijn bezoek aan de Tempelberg alle hoop de bodem in zou slaan. Daarop volgde de Tweede Intifada en sindsdien hebben we om de paar jaar een Israëlische aanval gezien, naast de voortgaande kolonisering van de Westelijke Jordaanoever en de blokkade van de Gazastrook.

De conclusie van Said is dan ook realistischer dan zijn gematigd optimisme dat af en toe de kop opsteekt in het artikel:

Blijft staan dat in de nabije toekomst, gezien het gebrek aan visie bij de Israëli’s, de Amerikanen en de Palestijnen, er het risico bestaat van een sombere wolk van onrechtvaardigheid en verwarring die het Heilige Land in duisternis zal hullen.

Een orkest voor wederzijds begrip

Men moet niet nadenken over het eindresultaat van zijn werk, zoals men ook niet reist om aan te komen, maar om te reizen.
Johann Wolfgang von Goethe

In 1999, een jaar na het verschijnen van dit artikel en het bezoek aan Palestina, richtte Edward Said samen met Daniel Barenboim het West-Eastern Divan Orchestra op: een orkest met muzikanten uit allerlei landen van het Midden-Oosten (inclusief Iran!). Maar al die nationaliteiten staan in dienst van een andere benadering van het “Arabisch-Israëlische conflict”. Het gaat niet om vrede, want dat bereik je niet met musiceren; “De Divan is opgezet als een project tegen onwetendheid“, zei Barenboim. De naam van het orkest zegt alles over de intenties van deze beide grootheden. De naam verwijst naar de West-Östlicher Diwan van Johann Wolfgang von Goethe, een verzameling gedichten die gebaseerd zijn op het werk van een Perzische dichter. Daarmee trachtte Goethe Oost en West nader tot elkaar te brengen. En Goethe was bovendien een Duitser, zoals iedereen weet.

Zoals Goethe terecht zegt moeten we ons niet focussen op een eindresultaat. De dynamiek van het leven staat haaks op het historisch determinisme van Marx en diens volgelingen; het objectivisme van Ayn Rand en haar volgelingen is op een heel andere manier net zo gevaarlijk. Wat we kunnen en moeten doen is ons beperken tot het bestrijden van dat wat in tegenstrijd is met universele menselijke waarden, ook al hebben we geen enkele garantie dat dat zal leiden tot een “betere” maatschappij. Het is niet de aankomst maar de reis, niet het resultaat maar het streven, dat ons zo menselijk maakt.

Engelbert Luitsz

* Edward Said werd in 1935 in Jeruzalem geboren, maar werd al op 16-jarige leeftijd naar de Verenigde Staten gestuurd. Zijn bekendste werk is Orientalism uit 1978. Het wordt nog steeds gezien als een belangrijk werk, zoals blijkt uit een opmerking van historicus Siep Stuurman in zijn volumineuze De uitvinding van de mensheid uit 2009:
“Sinds de publicatie van Edward Saids invloedrijke Orientalism (1978), een onderzoek naar de Europese beeldvorming van het ‘Oosten’, heeft het perspectief van overheersing, ongelijkheid en stereotypering het onderzoek naar het denken over cultuurgrenzen beheerst.”

Edward Said, La Palestine n’a pas disparu (mei 1998)

5 comments for “Edward Said in Palestina

  1. Jaap Brandsma
    December 4, 2014 at 8:22 pm

    Dat de toestand in Israel verslechtert is niet alleen aan de excessen van Netanyahu te wijten. Als Israel in het nieuws is en je krijgt de man op de straat te horen sta ik versteld van de haat. Ik zat met mijn zoontje naar het jeugdjournaal te kijken, het was een joodse feestdag maar al wat we te zien kregen waren verwensingen tegen de palestijnen. Mijn zoontje heeft bovenaan zijn sinterklaasverlanglijstje staan: wereldvrede.
    Steeds meer Europese steun voor Palestina, kopte de Trouw gister. Verandering gaat tergend langzaam en ook vaak de verkeerde kant op. Het onvoltooid verleden is nooit af te sluiten maar vinger aan de pols en vooral blijven schrijven! Om in de Romantiek te blijven zou ik met Hölderin willen zeggen: het taalvermogen is het allergevaarlijkste goed dat een mens is gegeven zodat hij kan laten merken dat hij heeft geërfd wat hij is.

    • Aleid Blink
      December 5, 2014 at 2:40 pm

      Maar de manier waarop Netanyahu politiek bedrijft en het zuivere feit dat hij al voor de derde keer tot premier van de Israëlische staat is gekozen, maakt wel dat hem niet een grote verantwoordelijkheid kan worden ontzegd voor de toestand daar. Hij en alle, n.b. ALLE, voorgaande premiers hebben nooit enige waarachtige bereidheid getoond om vrede te sluiten. Het is hun agenda die moet worden uitgevoerd, zo nodig met geweld en ten koste van de eigen burgers, want daar hebben ze recht op, beweren ze. En er zijn vele mensen overal in de wereld, ook hier in Nederland die hun steunen in die aanspraak, verblind als ze zijn door het idee dat de bijbel feitelijke waarheden verkondigt uit naam van ene god. Dat de boeken waaruit dit ene geschrift bestaat wel eens een totaal andere betekenis zou kunnen hebben dan zij geloven, willen ze niet weten.

      Dat de Oslo akkoorden een hoax waren, werd voor mij al duidelijk in 1996 toen ik in het begin van dat jaar op de West Bank arriveerde en zag dat de bouw van Ma’ale Adumim versneld werd voortgezet en het gedrag van de Israëlische soldaten binnen de gebieden die in die overeenkomsten tot Palestijns gebied waren verklaard. Het deugde allemaal voor geen snars en dat doet het dus nog steeds niet. De vraag is hoe lang Israël hier nog mee weg kan komen. Tot het zichzelf vernietigd heeft?

  2. Ben Finkelkraut
    December 5, 2014 at 10:40 pm

    Ik zie veel waarheid in uw blogs. Het land waarvan ik zoveel heb gehouden zakt steeds verder weg in een kloof. Een kloof tussen veramerikaniseerden en dansende blinden.

  3. Ben Finkelkraut
    December 5, 2014 at 11:01 pm

    Ik heb me vaak afgevraagd wat toch die haat is van mijn volk. Hannah Arendt zegt ergens dat ‘ken je tegenstander’ minstens zo belangrijk is als ‘ken jezelf’.Nadenken over de kwetsbaarheid van Israel, de hardheid van tijden, is nooit gebeurd. De haat verteert, koesterend in pessimisme vertonen ze geen enkele zwakke plek.
    Zachte droefheid.

  4. Aleid Blink
    December 6, 2014 at 12:31 pm

    Ben Finkielkraut, De gevoelens haat en angst liggen dicht bij elkaar. Zou het soms gaan om angst voor kwetsbaarheid die de mensen in een continue staat van zelfverdediging brengt? Ik heb eind jaren negentig een half jaar iedere vrijdagmiddag bij de Vrouwen in het Zwart in Jeruzalem gestaan. In het begin had ik pijn mijn maag van de haat waarmee zij, en dus ook ik, wekelijks bejegend werden door vele passanten, tot ik besefte dat daarachter angst stak. Vanaf dat moment kon ik alleen maar de mensen die tegen me stonden te schreeuwen, verdrietig zwijgend aankijken, Daar konden ze niet tegenop. Inderdaad, het is de zachte droefheid die het geweld brak.

Comments are closed.