Hoge functionaris Wereldbank in Gaza

gaza2014

De humanitaire ramp in de Gazastrook verhevigt de economische malaise nog eens extra.

Opnieuw is een professional van de ontwikkelingshulp zelf poolshoogte gaan nemen in de Gazastrook. Is het echt zo erg als de Palestijnse en alternatieve nieuwsbronnen melden?

inger_andersenInger Andersen werkt bij de Wereldbank en is verantwoordelijk voor de strategie en de operaties in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Vorige week was zij in de Gazastrook om met eigen ogen het effect van de Israëlische aanvallen te zien en om het verhaal van de mensen zelf te horen. Het was een verpletterende ervaring, zelfs voor iemand die het nieuws uit de regio op de voet volgt.

Ik ben nu terug uit de Gazastrook en het gevoel dat overheerst is ongeloof en droefheid. Gedurende mijn loopbaan bij de Wereldbank en de Verenigde Naties, en zelfs daarvoor, heb ik vele oorlogsgebieden bezocht, maar geen daarvan komt in de buurt van wat ik zojuist in de Gazastrook heb gezien: geen enkel tafereel van verwoesting, troosteloosheid en wanhoop waarvan ik getuige was is vergelijkbaar met de tragische situatie in de Gazastrook.

Er zijn nu twee imperatieven waaraan de internationale gemeenschap moet meewerken. Ten eerste de humanitaire imperatief, de situatie voor de 1,8 mensen in de Gazastrook is verschrikkelijk. De winter komt eraan en aangezien de Israëlische bommen 60.000 woningen geheel of gedeeltelijk hebben verwoest zitten zo’n 100.000 mensen zonder huisvesting. Met de vernietiging van een waterzuiveringsinstallatie en van de enige elektriciteitscentrale worden honderdduizenden mensen rechtstreeks getroffen.

De tweede imperatief betreft de economische ontwikkeling. De economie is zo goed als stilgevallen en vooral de private sector is op sterven na dood. Met een blokkade die zowel de invoer als uitvoer van goederen beperkt en tevens de bewegingsvrijheid van de mensen aan banden legt, is er geen hoop op de ontwikkeling van een zelfstandige economie. Dat geldt eveneens voor de Westelijke Jordaanoever, maar de situatie in de Gazastrook is nog veel erger. De Wereldbank en de internationale gemeenschap moeten zorgen voor structurele aanpassingen die het Palestijnse volk een toekomst kunnen bieden.

Het is onze collectieve en historische verantwoordelijkheid om meer steun te verlenen en acties te ondernemen die in verhouding staan tot de behoeften van het Palestijnse volk.

In de eerste zes maanden van dit jaar kregen de Palestijnen 200 miljoen dollar minder aan donorgelden dan in dezelfde periode in 2013. Dat resulteerde in hogere werkloosheidcijfers. Op de Westelijke Jordaanoever is een op de zes Palestijnen werkloos, in de Gazastrook is dat een op de twee. Volgens schattingen van de Wereldbank lopen de Palestijnen elk jaar drie miljard dollar mis vanwege allerlei beperkingen die worden opgelegd in 60% van de Westelijke Jordaanoever (bekend als Area C).

Aangezien groei toeneemt wanneer beperkingen afnemen, en omgekeerd groei stagneert wanneer beperkingen toenemen, zijn de onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen over een nieuwe opzet om bouwmaterialen toe te laten in de Gazastrook een stap in de goede richting. Maar het is slechts een centimeter op een reis van vele kilometers.

In tegenstelling tot de abstracte “veiligheidseisen” van Israël heeft mevrouw Andersen een veel realistischer scenario in gedachten. Wanneer vrijheid en welvaart toenemen zal agressie afnemen. Zij noemt zowel veiligheidsgaranties voor Israël als voor de Palestijnen, iets wat je maar zelden tegenkomt in de media, waar alles uitsluitend om Israëls veiligheid lijkt te draaien. Ook deze ronde van geweld werd afgesloten met afspraken die zoals verwacht van meet af aan door Israël werden geschonden. Maar ook toezeggingen van nationale en supra-nationale organisaties moet worden opgevolgd met daden. Mevrouw Andersen blijft diplomatiek, maar het is duidelijk dat zij niet veel waardering kan opbrengen voor Israëls beleid om allerlei projecten die met buitenlands geld zijn opgezet te torpederen.

Beloften die niet worden ingelost vormen een zwaard van Damocles. Een economie kan niet bestaan onder een belegering, noch kan de tragische cyclus van verwoesting en wederopbouw door blijven gaan. Het is niet te vroeg om de instituties krachtiger te maken die uiteindelijk zullen bijdragen aan meer vrede en veiligheid. Het is niet te laat om een levensvatbare economie op te zetten die een rechtvaardige en duurzame ontwikkeling voor alle Palestijnen zal voeden.

Het verslag van haar bezoek aan de Gazastrook is een duidelijke aanklacht. Waarschijnlijk kan ze dit nu doen omdat ze al aangegeven heeft na veertien jaar te vertrekken bij de Wereldbank. Vanaf volgend jaar gaat ze werken voor de International Union for Conservation of Nature (IUCN). Het idealisme is gebleven, maar het vertrouwen in de Wereldbank is kennelijk niet meer optimaal.

Ondertussen zijn er gelukkig overal in de wereld individuen en organisaties bezig om “ongeloof en droefheid” om te zetten in een krachtdadig optreden tegen deze “grootste onrechtvaardigheid in de recente geschiedenis”, zoals Edward Said het ooit noemde.

Engelbert Luitsz

Inger Andersen, What I Saw in Gaza

1 comment for “Hoge functionaris Wereldbank in Gaza

  1. Aleid Blink
    November 12, 2014 at 11:51 am

    Als we de Israëlische ambassadeur hier, die gisteravond in Nieuwsuur in gesprek ging met een ex-Israëlische ambassadeur en denkend mens, moeten geloven, ligt dit drama aan niemand anders dan aan de Palestijnen zelf. Maar hij begon met te zeggen dat hij zich als ambassadeur verplicht voelde trouw te blijven aan de politiek van die staat en zat in alle opzichten op de automatische piloot. Nogal vervreemdend, dunkt me, als je op die manier je land moet dienen en alle eigen verantwoordelijkheid die een staat toch geacht wordt te hebben en te nemen, altijd weer af moet wijzen. Gelukkig dacht de ander – Baruch …? – daar anders over. Ook hij ziet de zaak somber in.

Comments are closed.