“De generatie van 48″

gogh_kraaien

De geschiedenis van Israël valt samen met de geschiedenis van sommige mensen. Iemand die vanaf het begin bewust betrokken was bij de totstandkoming van de nieuwe staat en nog steeds actief is, is mevrouw Tikva Honig-Parnass. Zij stamt uit een familie van overtuigde zionisten. In 1947, toen het verdeelplan voor Palestina van de Verenigde Naties bekend werd, stopte ze net als veel andere studenten met haar studie en meldde ze zich aan bij een onderdeel van de Haganah, de voorloper van het Israëlische leger.

Mijn beslissing om dienst te nemen kwam voort uit een gevoel van diepe betrokkenheid bij het zionisme en z’n leiders – een betrokkenheid die sterker was dan elke persoonlijke overweging, inclusief het protest van mijn ouders, die niet wilden dat ik van school ging.

Maar al snel verliet ze haar onderdeel om zich aan te sluiten bij de Palmach, een ondergrondse militie van commando’s die zich onder andere bezighielden met het vernietigen van Palestijnse dorpen. De leden van de Palmach vormden niet alleen een militaire, maar ook een culturele elite. Onder hen bevonden zich veel dichters, schrijvers, acteurs en journalisten. Zij waren de sabra’s, joden die in Palestina waren geboren en zich ver verheven voelden boven de joodse immigranten (en uiteraard nog verder verheven boven de Palestijnen). De sabra is een stekelige cactusvrucht met zoet, zacht vruchtvlees. Die stekels kloppen helemaal.

Door haar opvoeding had Tikva het militarisme en de mantra dat de zionisten “zich slechts verdedigden” met de paplepel ingegoten gekregen. Aangezien de zionisten nooit persoonlijk in contact kwamen met de Palestijnen waren deze laatsten een makkelijke prooi voor de zionistische indoctrinatie. De Palmach was bovendien gelieerd aan de zionistische arbeidersbeweging en hun uiterlijke vertoon van guerrillastrijders met veel culturele bagage maakte dat de groep een grote aantrekkingskracht uitoefende op jonge intellectuelen.

Wij internaliseerden de positie die pretendeerde dat we niet bezig waren met het ontwikkelen van een militaire macht in afwachting van het juiste moment om het zionistische plan ten uitvoer te brengen, namelijk de verovering van het land en de verdrijving van de bevolking, doch met een “revolutionair leger” van de onderdrukten.

Uiteindelijk moesten de universele waarden die zij had meegekregen van socialistische schrijvers als Marx, Engels en Rosa Luxembourg en die zij als vanzelfsprekend had aangenomen in de zionistische beweging, wel botsen met het particuliere streven naar een land alleen voor joden. De mythe van “zelfverdediging” was echter hardnekkig. Zelfs nu, 66 jaar later, gaat er geen dag voorbij zonder dat “Israëls veiligheid” en “zelfbescherming” worden genoemd in de media om de ene misdaad na de andere goed te praten.

Daar kwam bij dat haar generatie, de generatie van 48, gezien werd als de grote wegbereiders van de joodse staat. Zij hadden de joodse bevolking een staat gegeven, “aangeboden op een zilveren schaaltje”. De sabra zelf kreeg mythische proporties. Die indoctrinatie was zo sterk, schrijft Tikva, dat ze zelfs vele jaren later, toen ze allang inzag dat het om een koloniale onderneming ging, nog steeds ontroerd kon raken door de zionistische symboliek uit haar jeugd. Maar het “warme humanisme” dat ze bij haar groep had ondervonden bleek een zeer exclusief gevoel te zijn. Het sloot elke “ander” uit, in de eerste plaats natuurlijk de Palestijnse Arabieren, maar ook de joden uit Oost-Europa en de joden uit Arabische landen.

In 1983 kreeg Tikva een plastic zak van haar moeder met onder andere brieven die zij aan haar ouders had geschreven. Een van die brieven, van 30 oktober 1948, is geschreven op het briefpapier van een Palestijns benzinestation in Jeruzalem. Dat was vlak nadat haar afdeling een aantal Palestijnse dorpen had “gezuiverd” om plaats te maken voor een joodse moshav (een agrarische coöperatie). Op alle vellen die ze had gebruikt stond het briefhoofd met de naam van de Palestijnse eigenaar, maar ze herinnert zich niet daar ook maar even bij stil te hebben gestaan.

Ze schrijft over zionistische joden uit de Verenigde Staten die de Israëlische troepen kwamen versterken. Twee van hen – “aardige kerels” – zijn ontsteld over de behandeling van de Palestijnen. Vrouwen en kinderen die bijna van de honger omkomen, die verjaagd worden uit hun dorpen. De zionisten deden helemaal niets om de burgerbevolking te ontzien, integendeel. De twee vonden zelfs “dat er geen reden was om Arabieren gewoon dood te schieten zonder enige aanleiding”. De reactie van Tikva was dat die slappe Amerikanen, die “watjes”, niets begrepen van waar zij daar in Israël mee bezig waren.

Tegen de tijd dat Tikva die brief 35 jaar later weer onder ogen kreeg was er voor haar veel veranderd. Al in het begin van de jaren zestig had ze definitief afscheid genomen van het zionisme. Veel van haar medestrijders waren echter doorgedrongen tot machtige posities binnen de joodse staat. De invloed van de Palmach en “de generatie van 48″ bleef duidelijk aanwezig in allerlei onderdelen van de maatschappij. In tegenstelling tot een enkeling als Tikva bleven de meesten echter vasthouden aan een programma van expansionisme ten koste van de Palestijnen.

Haar artikel waarop ik dit stukje baseer dateert uit 1998, slechts enkele jaren na de Oslo-akkoorden, toen er vaak een optimistische toon doorklonk in de pers. Maar zij voelde toen ook al haarscherp aan hoe het werkelijk zat.

… alles wijst erop de zionistische ideologie een centrale rol zal blijven vervullen in de Israëlische maatschappij [...] een rechtvaardiging voor het onderdrukken van nationale en mensenrechten, voor de diefstal van land en water en voor de wetten die Palestijnen discrimineren, zowel binnen de grenzen van 1948 als binnen die van 1967.

In 2011 kwam haar boek False Prophets of Peace: Liberal Zionism and the Struggle for Palestine uit, waarin ze vooral de rol van het “linkse zionisme” haarscherp analyseert. Het zijn juist die “redelijke geluiden” die een essentiële rol hebben gespeeld in de zionistische propaganda door met name de internationale gemeenschap voortdurend op het verkeerde been te zetten. Zij behoort tot een klein groepje Israëlische joden die radicaal tegen het zionistische project zijn en toch willen blijven, in de steeds kleiner wordende de hoop dat er nog een fatsoenlijk land van te maken is. Ook al kreeg het nationaalsocialisme van de zionistische arbeidersbeweging gewoon een andere naam en werd het “constructief nationalisme”. Je zou het haar zo gunnen dat ze het einde van de Blut und Boden-ideologie nog mag meemaken, maar ze is al ver in de tachtig en de recente ontwikkelingen in Israël wijzen alleen maar op een verdere verharding van extreme standpunten. Het lijkt meer op het schilderij Korenveld met kraaien van de door Tikva zo bewonderde Vincent van Gogh. Een dreigende hemel, een doodlopend pad en zwarte vogels als onheilsprofeten.

Engelbert Luitsz

Tikva Honig-Parnass, Reflections of A Daughter of the “’48 Generation”

Wie online meer wil lezen over deze bijzondere vrouw (en over de geschiedenis van het zionisme) raad ik dit lange interview aan.

3 comments for ““De generatie van 48″

  1. piterfries
    November 6, 2014 at 3:49 pm

    Het doet me denken aan het boek van Norman Finkelstein, The holocaust industry, waarin hij betoogt dat gewone joden net zo het slachtoffer zijn van diegenen, die de antisemitisme kraan bedienen, als niet joden.
    Abba Eban schrijft in z’n memoires dat joden zeer loyaal zijn t.o.v. hun leiders, misschien moet je dat vertalen met ‘blindelings hun leiders volgen’.
    Of het is allemaal hetzelfde, joden wordt bijgebracht dat iedereen tegen hen is, en dus moeten ze zich wel aaneensluiten.
    Anders komt er weer een holocaust.
    Dat die wet beschermd moet worden zet ook al geen jood aan het denken.
    In een Al Jazeera, meen ik, reportage uit een kantoor van Foxman’s Anti Defamation League, één van de, als ik me goed herinner twintig gigantische burelen in de VS, zei een medewerker, die mensen doen niet veel anders dan alle krantjes spellen en radiozenders beluisteren ‘het begint met een belediging, en eindigt met gaskamers’.
    In die sfeer volg je je leiders.
    Tot het bittere einde.
    Die leiders hebben de reisbiljetten naar hun huizen elders klaar liggen.

  2. joost tibosch sr
    November 7, 2014 at 1:34 pm

    Waar ik zo bang voor ben is dat in het zionisme minstens ook het – ook hier weer niet genoemde- oude joodse geloof van Jahweh (“Ik ben bij jullie, maak je geen zorgen”) gruwelijk ten eigen bate misbruikt wordt als rechtvaardiging voor “eigen land, en volk”, terwijl het in dat geloof in de profetisch monotheistische traditie al lang(altijd) gaat over een alle mensen(ook joden) dichtbije God met een komend “Rijk”, waar “alle volkeren samenstromen in het Nieuwe Sion”. Stel je voor een mensen liefhebbende JHWH die het goed zou vinden dat je anderen van hun grond verdrijft, op andermans grond huizen en muren bouwt, je (geweldige) macht alsmaar inzet om er anderen onder te houden. Onze nieuwe gevoel voor mensenrecht speelt daar nu beslist ook een grote rol bij. Ik ben bang dat dat misbruik van eigen godsdienst ten koste van anderen nog steeds, steeds meer?, dragende kracht is van het mensenrechten schendend zionistisch gedrag in de staat Israel. En erger..dat dat gedrag niet zozeer met ook nodige zelfverdediging te maken heeft, maar puur agressief is! Je zou aan IS gaan denken!

    • Aleid Blink
      November 7, 2014 at 7:29 pm

      joost, daar hoef je niet bang voor te zijn, want dat gebeurt al, m.n. door de extremistische kolonisten in en rond Hebron, in het zuiden van de Westbank en rond Nablus, in het noorden. Erg om te zeggen, maar het zijn ellendelingen die Palestijnen als ongedierte beschouwen en behandelen. Zij worden beschermd door het Israëlische leger.

Comments are closed.