Het wegkijken van Amos Oz

palestine

Niet toevallig is Amos Oz de bekendste Israëlische schrijver buiten Israël. Oz vertegenwoordigt het establishment en heeft tegelijkertijd de naam “links” te zijn, wat hem uitermate geschikt maakt om de zionistische belangen in het buitenland te behartigen. Toen de krant Haaretz met het bericht kwam dat de illustere schrijver naar joodse extremisten had verwezen met de term “Hebreeuwse neo-nazi’s”, leidde dat begrijpelijkerwijs tot veel ophef. Het werd internationaal opgepikt alsof het iets geheel nieuws was.

Dat met name kolonisten er een sport van maken Palestijnen te terroriseren, hun vee te doden, hun olijfbomen te vernietigen en racistische graffiti op muren van moskeeën, kerken en scholen te spuiten is bij iedereen die het nieuws volgt bekend. Zij noemen dit “prijskaartjes”, waarmee bedoeld wordt dat het de prijs is die betaald moet worden voor iets wat de kolonisten onwelgevallig is, zoals de aanwezigheid van Palestijnen. Zelfs het Israëlische leger krijgt af ten toe te maken met deze bende, wanneer het te coulant optreedt naar de zin van deze uitverkorenen. Een groot verschil met de Palestijnen is hier dat bij een aanval op een wegversperring geen Palestijn het overleefd zou hebben, terwijl de kolonisten netjes opgepakt worden en triomfantelijk kijkend worden weggevoerd. Ze doen namelijk niets anders dan de wil van God. Tot een veroordeling komt het zelden of nooit.

Oz heeft zeker gelijk wanneer hij wijst op het verschil tussen dergelijke groepen in Israël en in andere landen:

onze neo-nazi groepen genieten de steun van vele nationalistische of zelfs racistische wetgevers, en van rabbijnen die hen in mijn ogen een pseudo-religieuze rechtvaardiging bieden.

Op het moment dat Oz zijn uitspraken deed, op zijn 75-ste verjaardag, werd Israël geteisterd door een golf van haatmisdrijven. De komst van de paus later deze maand zou daar een van de oorzaken van zijn. Leuzen als “Dood aan de Arabieren” en “Jezus is uitschot” sieren de oude muren van het vermoeide land.

Amos Oz werd geboren in Jeruzalem. Zijn vader was een rechtse, militante man, die propagandamateriaal schreef voor de joodse terreurgroep de Stern Gang die zowel Britse als Arabische doelen aanviel. Tegen de tijd dat de zionisten vonden dat ze het wel zonder Britse steun konden doen werden de aanvallen op Britse doelen steeds heviger. Amos zelf bouwde als jongetje van acht een raket waarmee hij Londen wilde bombarderen. Hij droomde van stromen bloed, staal en vuur. Zijn favoriete liedje was het lijflied van de terroristen.

Toen hij twaalf was pleegde zijn moeder zelfmoord. Enkele jaren later vertrok hij naar een kibboets. En daar hoorde hij voor het eerst geruchten over Palestijnen die er gewoond hadden en verdreven waren. In Jeruzalem was daar nooit over gesproken. Door zijn opvoeding, ouders die Europa waren ontvlucht, kon hij de situatie niet anders zien dan als een conflict tussen twee slachtoffers. Hij vocht zowel in 1967 als in 1973 in het leger. Maar daarna begon hij te beseffen dat de Palestijnen ook recht hadden op een eigen land en zo werd hij een van de eersten die pleitten voor een 2-statenoplossing. Vanwege dat inzicht werd hij een verrader genoemd.

Oz was ook een van de oprichters van de vredesbeweging Peace Now. Maar al vanaf het begin werd Peace Now door velen als een elitaire, zelfs racistische club gezien. De idee van twee staten is gebaseerd op de gedachte dat de twee volken niet samen kunnen leven. Een strikte scheiding is noodzakelijk. In een interview in 2009 is hij daar nog steeds duidelijk over:

We kunnen geen gelukkige familie worden, want we zijn niet één met de Palestijnen en we zijn geen familie en we zijn ook niet gelukkig.

Dat was vlak na Operatie Gegoten Lood, het bloedbad in de Gazastrook waarbij minstens 1400 mensen, voor het merendeel kinderen en burgers, werden gedood, en 75% van de infrastructuur werd vernietigd. Maar Oz steunde die aanval, net zoals hij in 2006 de aanval op Libanon had gesteund. In beide gevallen nam hij later iets gas terug door te verklaren dat Israël misschien iets minder gewelddadig had kunnen optreden, maar dat is natuurlijk onnozel. Het was al vanaf 1947 bekend hoe Israël optrad bij kleine en grote operaties. In 2006 was het na een week voor iedereen duidelijk dat Israël disproportioneel geweld gebruikte, maar het duurde een maand voordat Peace Now met een kleine demonstratie kwam. Niet eens tegen de oorlog op zich, maar tegen de manier waarop die gevoerd werd.

En dat brengt me bij wat me het meest intrigeerde aan de uitspraak over Hebreeuwse neo-nazi’s. Het woord “Hebreeuws”. Niet joods, of Israëlisch, of zionistisch, maar Hebreeuws. Oz heeft met zijn collega-schrijver David Grossman en historicus Benny Morris gemeen dat hij overtuigd is van een joodse samenleving die op de een of andere manier de verwezenlijking van een droom moet zijn, zoals Theodor Herzl schreef (Herzl gebruikte zelf het woord “sprookje” – toepasselijker vind ik zelf – maar in het Engels wordt altijd het woord “droom” gebruikt: “Wenn ihr wollt, ist es kein Märchen“). Die samenleving heeft nooit bestaan en niemand weet hoe de wettelijk vastgelegde joodse samenleving die premier Netanyahu eist in de praktijk gaat werken. De extreme verschillen binnen Israël zijn zo groot dat het wegvallen van een gemeenschappelijke vijand wel eens veel erger zou kunnen zijn dan Palestijnse kinderen die af en toe met stenen gooien.

Het lijkt mij dat Oz hiermee de groep extremisten buiten zijn ideale samenleving plaatst, net zoals hij dat met de Palestijnen doet. Maar deze mensen zijn juist inherent aan de Israëlische samenleving. Ze zijn het gevolg van de scheiding die de zionisten vanaf het begin hebben aangebracht tussen de kolonisten en de lokale bevolking die maar in de weg zat. En het is deze ontkenning van de realiteit, deze droom of dit sprookje, die mijns inziens de kern van het probleem is.

Die scheiding die Oz voorstaat is volgens de bevrijdingstheoloog Marc Ellis het resultaat van minachting. Maar als de stem van de “progressieve jood” uit Israël hebben zijn politieke ideeën veel invloed gehad in vooral de Verenigde Staten en Europa. Maar Ellis zegt:

Naast de politiek is er een onderstroom die het beeld dat Oz heeft van Arabieren karakteriseert. Bot gezegd is het een onderstroom van minachting.

En daarin zit de continuïteit van het zionisme. Uit de minachting van dat andere volk volgt dat je jezelf tot lid van een beter volk rekent. Voordat er neo-nazi’s waren, waren er natuurlijk nazi’s. In 1935 schreef de joodse journalist William Zukerman een artikel voor The Canadian Jewish Chronicle, genaamd Zionism in Nazi-land. Hierin verbaast hij zich niet alleen over sommige zionisten die het regelmatig hebben over Hitler als een “boodschapper van God“, waarmee werd bedoeld dat de Führer de ideale handlanger was om Europese joden naar Palestina te jagen. Zukerman ziet geen verschil tussen de kernwaarden van het nationaalsocialisme en die van de zionisten.

of de zionisten het nu willen of niet, ze ontkomen er niet aan dat ze met de nazi’s de onderliggende principes van het nationaalsocialisme gemeen hebben. De zionistische theorie accepteert en ondersteunt volledig de bewering van de nazi’s over de “vervreemding” van joden in Duitsland en in andere landen waar zij geboren zijn.

Het is dit principe van raszuiverheid, van onverenigbaarheid, van Bijbelse en mythologische landclaims, dat nog steeds de agenda bepaalt van de Israëlische regering, met hulp van bepaalde religieuze groeperingen. Die gedachte van een terugkeer naar een mythisch verleden van 2000 jaar geleden, je opsluiten in een etnisch getto, was in de jaren dertig ook een reden voor de taalkundige Victor Klemperer om – in Duitsland! – een evengrote hekel aan de zionisten als aan de nazi’s te hebben.

En ook de dramatische ontwikkelingen van de Tweede Wereldoorlog hebben de kritiek niet doen verstommen. Het bloedbad in Deir Yassin in april 1948 zorgde voor een paginagrote advertentie in The New York Times, waarin het optreden van de joodse milities werd vergeleken met wat de nazi’s iets eerder hadden gedaan. Veel joodse prominenten, waaronder Hannah Arendt en Albert Einstein, tekenden dit protest. Ook de diplomaat Alfred Lilienthal schreef een artikel, met ongeveer dezelfde strekking, dat in de Reader’s Digest verscheen. De kritiek van Lilienthal werd met de jaren alleen maar feller.

In 1965 verscheen The Decadence of Judaism in Our Time van Moshe Menuhin, de vader van de wereldberoemde violist Yehudi Menuhin. Een werktitel was eerder: “joods” nationalisme: een monsterlijke historische misdaad. Voor Moshe betekenen beide titels precies hetzelfde. In het boek staat hij onder meer uitgebreid stil bij het bloedbad van Kafr Qasim in 1956.

De beroemde Israëlische generaal Matti Peled had in 1948 en 1967 gevochten, maar had daarna radicaal gebroken met het zionistisch militarisme. Hij werd arabist en vredesactivist. Vele jaren later schreef zijn zoon een boek over zijn vader, een zoektocht naar wat hem ertoe had gebracht zijn leven zo te veranderen. Want zijn vader wilde er nooit over praten.

Een week na afloop van de 6-daagse oorlog werden door het Israëlische leger in een wijkje van het vluchtelingenkamp Rafah in de Gazastrook alle jongens en mannen vanaf 13 jaar tegen de muur gezet en doodgeschoten. Het waren er een stuk of dertig. Daarna liep de officier langs de lichamen en schoot iedereen nog eens door het hoofd. Vervolgens kwam er een bulldozer die heen en weer bleef rijden over de lijken, totdat er niets herkenbaars meer over was. De jongste was 13, de oudste 86. Generaal Peled probeerde de politiek te bewegen deze misdaad aan de kaak te stellen, maar tevergeefs.

In de jaren negentig had de Israëlische filosoof Yeshayahu Leibowitz het al over judeo-nazi’s, hetgeen toen ook veel publieke ophef veroorzaakte. Op hem had het bloedbad in Qibya, onder verantwoordelijkheid van Ariel Sharon, van 1953 weer veel invloed gehad. Anders dan Amos Oz waarschuwde Leibowitz echter dat met deze mentaliteit in Israël straks ook joden zoals hijzelf aan de beurt zouden zijn.

Amos Oz zegt dat hij niet over zijn oorlogservaringen kan schrijven, omdat hij zich alleen geuren herinnert. En geuren zijn niet te beschrijven. Hij voelt geen schaamte over wat hij heeft gedaan. Misschien kan dat ook niet anders. Net als in de Verenigde Staten overlijden er in Israël veel meer soldaten als gevolg van zelfmoord dan als gevolg van gevechtshandelingen. Lang niet iedereen is in staat te leven met het besef dat hij of zij onschuldige mensen heeft vermoord in opdracht van leugenachtige politici.

Wat er ontbreekt aan de “Hebreeuwse” denominatie van Oz is dat ook het nationaalsocialisme zeker niet alleen gekenmerkt werd door geweld. Het is vooral een mentaliteit, waarvan terreur, haatmisdrijven, racisme, maar ook onderhandelingen en politieke spelletjes onderdelen en uitingsvormen zijn. Een Palestijns kind zijn arm afhakken, omdat hij met een steen heeft gegooid; een zwangere vrouw laten doodbloeden bij een checkpoint, het spuiten van racistische leuzen op kerken en huizen van Arabieren; de gewelddadige nachtelijke invallen om kinderen op te pakken; dat zijn geen mechanische handelingen, dat zijn uitingen van een macabere ideologie die net zo aanwezig is in de hoofden van de leiders die nooit persoonlijk een Palestijn hebben aangeraakt, als in de hoofden van hen die het vuile werk opknappen.

Je verschuilen achter de “Hilltop Youth”, de “prijskaartjes” of de racisten van Gush Emunim, alsof het een verhaal van liefde en duisternis is, is niets anders dan wachten op de apocalyps. Je mag de ander niet uitsluiten, alleen omdat je zelf geen identiteit gevonden hebt.

Engelbert Luitsz

William Zukerman, Zionism in Nazi-land
Johann Hari, Interview met Amos Oz
Haaretz, Amos Oz calls perpetrators of hate crimes ‘Hebrew neo-Nazis’
Robert Fisk: A lesson from the Holocaust for us all
Marc Ellis, Exile and the prophetic: Amos Oz leaves out Edward Said and Sara Roy
M
iko Peled, The General’s Son

2 comments for “Het wegkijken van Amos Oz

  1. Aleid Blink
    May 12, 2014 at 6:20 pm

    Oz’ gedrag is typisch menselijk. In die zin rijst hij net als Grossman, niet boven de menselijke maat uit, Mogelijk is het dat waarom zoveel mensen zijn versie van het verhaal zo aannemelijk vinden. De historicus heeft met de herziening van zijn versie over wat in 1948 is gebeurd, verraad gepleegd jegens zichzelf. Hoe anders zijn dan de hierboven genoemde mensen die verder keken dan hun neus lang was of is en de misdaden die inherent zijn aan het stichten van een staat op reeds lang door anderen bewoond grondgebied.

    Dat de Engelses het Duitse woord voor sprookje märchen vertaald hebben met dream, ligt in mijn (vertalers) ogen dichter bij de hier bedoelde betekenis dan fairy-tale. De Nederlandse uitdrukking ‘het sprookje is voorbij’ wordt dan ook vertaald met ‘the dream is shattered.’

    Mark Ellis heb ik in 1996 ontmoet in Sabeel, een door de Palestijns anglicaanse pastor opgericht, oecumenisch centrum in Oost-Jeruzalem, waar hij een lezing gaf over zijn reflecties m.b.t. judaïsme, christendom, Auschwitz, Israël en de Palestijnen, waarbij hij ook het bloedbad in Deir Yassin betrok, dat toen vijftig jaar geleden had plaatsgevonden. Ik kocht daar zijn fascinerende boek Ending Auschwitz. Het doet me deugt hier weer iets van hem te horen en te kunnen lezen.

    • May 13, 2014 at 9:23 pm

      Ja, Aleid, het is menselijk,maar het blijft me verbazen hoe erudiete en intelligente mensen als Oz of David Grossman met droge ogen kunnen beweren dat ze na 2000 jaar “thuis” zijn. Tegenwoordig zijn heel wat joden blij dat ze ook een Duits paspoort hebben om een veilig heenkomen te zoeken als het echt misgaat in Israel. Het kan verkeren.

Comments are closed.