Een dag uien, een dag honing

“De absurditeit en het raffinement van de Israëlische bezetting is dat die tot in het kleinste detail in het Palestijnse leven doordringt en de Israëlische tegenpartij er tegelijkertijd geen weet van heeft hoe voelbaar die is. De bezetting raakt de Palestijnen van baby en puber tot bejaarde, raakt hen in hun huizen, in hun straten, in hun bewegingsvrijheid.”
Tineke Bennema

welkom-in-het-paradijs_2

Onlangs verscheen Welkom in het Paradijs, het derde boek van historica en journaliste Tineke Bennema. Tussen 1994 en 2002 leefde ze met haar Palestijnse man in al-Ram, een dorpje tussen Jeruzalem en Ramallah. Alleen haar debuut Checkpoint Jeruzalem verscheen in die periode (2001), de overige twee boeken verschenen pas jaren later. In alle boeken ligt de nadruk op het dagelijkse leven van de Palestijnen, niet op heroïsche verzetsdaden of de soms wrede onderdrukking door Israël.

In haar tweede boek, De last van Khalil, het levensverhaal van een lastdrager in Jeruzalem, wordt de situatie van de Palestijnen duidelijk door het feit dat Khalil in zijn lange leven vier bezettingen moest meemaken: eerst die van de Ottomanen, daarna de Britten, toen de Jordaniërs en uiteindelijk de Israëli’s. Maar dat is geen daginvulling. Het gaat Bennema dan ook primair om de manier waarop mensen overleven en daarin speelt de bezetting lang niet altijd een prominente rol.

Waar zij woonde merkte ze ook iets dergelijks. Het Palestijnse dorp al-Ram hoorde volgens de Palestijnen zelf bij Oost-Jeruzalem, maar volgens Israël niet. Na de Oslo-akkoorden viel het eerst onder Gebied C (volledig onder Israëlisch bestuur), toen onder Gebied B (Palestijns burgerlijk, Israëlisch militair bestuur) en er was even sprake van dat het onder Gebied A (“volledig” Palestijns) zou vallen.

Checkpoint Jeruzalem en Welkom in het Paradijs lijken erg op elkaar, maar er zijn ook verschillen. Het zijn allebei verhalenbundels met korte schetsen uit het dagelijkse leven van Palestijnen. Veel verhalen in Checkpoint Jeruzalem beslaan slechts een bladzijde en in dat boek speelt Bennema zelf in belangrijke mate mee, als observator en geobserveerde. Haar toetreding tot een Palestijnse familie, de gebruiken, de culturele do’s en don’ts, of de problemen met een verblijfsvergunning (de identiteitskaart is een berucht middel van de Israëlische ambtenarij om Palestijnse gezinshereniging of -vorming tegen te gaan).

De indeling van deze eerste bundel in drie delen, Bezet, Zone B en Voorbij Oslo, geeft wel aan dat De Situatie of De Toestand zoals de Palestijnen het noemen, toen volop meespeelde voor de schrijfster. Daarnaast levert ze ook kritiek op de Palestijnse maatschappij waarin zwakkeren het erg moeilijk hebben en waar men het vuilnis op straat gooit, omdat de splinternieuwe vuilcontainers te mooi zijn om te gebruiken.

In Welkom in het Paradijs zijn de verhalen langer, ontbreekt de aanwezigheid van de auteur als personage en is de bezetting nog verder naar de achtergrond verdreven. Hier zien we Palestijnen die allerlei baantjes hebben om zelf het hoofd boven water te houden en voor hun familie te kunnen zorgen. Palestijnen die verliefd worden, affaires hebben, aan seks doen, huwelijksproblemen hebben, toeristen versieren, enorm veel tijd besteden aan het bereiden van hun maaltijden, of opgroeien in een wereld die voor elk kind vallen en opstaan betekent.

Er is een mooi symbolisch verhaal over een varkensboer – een christelijke Palestijn – die erg gehecht was aan een aantal van zijn dieren. Hij had deze varkens Russische namen gegeven, natuurlijk geen joodse of islamitische. Maar hij komt in conflict met zowel de islamitische als de joodse buren. Op een gegeven moment vindt hij een aantal dieren met doorgesneden nek. Een briefje met een waarschuwing in het Hebreeuws, waarschijnlijk van kolonisten.

Natuurlijk is het recente verleden alom aanwezig. Tijdens elk uitje dat men zich kan veroorloven stuit men wel op restanten van wat eens hun land, zelfs hun huis, was. Het brandende water van de Dode Zee is voor hen het hoogst haalbare, niet de weldadige Middellandse Zee. Soms komt er iemand terug die weken of jaren in een Israëlische gevangenis heeft gezeten en als een held wordt onthaald. Of iemand die in het buitenland heeft gestudeerd en heeft ervaren hoe het leven buiten de bezetting kan zijn.

Maar al met al zijn het vooral de vaak intieme portretten die het belang van Bennema’s verhalen bepalen. Het overgrote deel van de gewelddadige incidenten haalt hier het nieuws niet, laat staan het echte leven, het overleven, van mensen van wie je met recht kunt zeggen dat de geschiedenis hun is overkomen. Haar verhalen zijn natuurlijk niet representatief voor de Palestijnse gemeenschap als geheel, er zijn immers Palestijnse elites, intellectuelen, verzetsgroepen of streng religieuze groeperingen. Maar zoals overal bestaat het grootste deel van de bevolking uit mensen die bezig zijn met het hier en nu, die willen dat hun kinderen het beter zullen krijgen dan zij, die hopen op een fatsoenlijk maal en een baan waar ze trots op kunnen zijn.

De titel “Het zijn net mensen” was al door Joris Luyendijk gebruikt. Het zou de overkoepelende benaming voor het werk van Bennema kunnen zijn: tegenover het cynische genoegen waarmee de media zich op excessen storten staat de realiteit van alledag, de mens als kwetsbaar, zoekend, sociaal wezen in een onbegrijpelijke en vaak vijandige wereld.

Engelbert Luitsz

Welkom in het Paradijs verscheen bij Uitgeverij Jurgen Maas

3 comments for “Een dag uien, een dag honing

  1. janfreak
    April 15, 2014 at 10:05 pm

    Ja, als je het vermoorden van vrouwen en kinderen heroïsche verzetsdaden wilt noemen dan bekruipt mij een sinister gevoel,

    • April 16, 2014 at 4:42 am

      Waar zeg ik dat het vermoorden van vrouwen en kinderen een heroïsche verzetsdaad is?

  2. April 16, 2014 at 8:16 am

    Mooi artikel. Met respect gelezen.

Comments are closed.