Een zionistische krijger is niet meer

christcheckpoint

Gisteren overleed Meir Har-Zion, “de grootste joodse krijger sinds Bar Kochba” zoals de beroemde generaal Moshe Dayan hem noemde. Bar Kochba, die in de tweede eeuw van onze jaartelling een opstand tegen de Romeinen leidde, wordt zowel een verzetsheld als een valse profeet genoemd. Legendes leiden hun eigen leven, maar wat wel algemeen wordt aanvaard is dat deze man verantwoordelijk was voor een definitief schisma tussen het jodendom en het christendom. Vandaar dat hij vandaag de dag nog steeds door vooral rechts, militaristisch Israël op handen wordt gedragen.

De kloof werd werd deze week nog eens bevestigd door de felle kritiek op Christ at the Checkpoint, een door Amerikaanse, evangelische christenen in Bethlehem georganiseerd symposium. Tot op heden werden de evangelische christenen door Israël vooral als useful idiots gezien: een formidabel machtsblok in de Verenigde Staten dat het zionisme politiek, ideologisch en financieel tot steun is. Maar de huidige boodschap van vrede en een veranderende houding onder jongeren (lees: niet langer onvoorwaardelijke steun voor Israëls gedrag) viel niet goed bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. En met het beperkte vocabulaire van de zionistische propaganda vallen dan direct termen als anti-Israël of antisemitisch.

Veel zionistischer dan Meir Har-Zion kan bijna niet. Hij werd geboren in Herzliya (genoemd naar Theodor Herzl, de ideoloog van het politiek zionisme), evenals Yigal Amir, de moordenaar van Yitzchak Rabin. In de jaren 50 richtte hij zijn eigen commando-unit op en later diende hij onder Ariel Sharon in Unit 101, berucht vanwege het snoeiharde optreden tegen Palestijnen die het waagden hun vluchtelingenkampen te verlaten om te kijken of hun huis er nog stond. Ook Sharon, volgens velen een van de ergste oorlogsmisdadigers uit de nog jonge Israëlische geschiedenis, noemde Har-Zion “misschien wel de beste soldaat van de IDF” (het Israëlische leger).

Wat opvalt is dat zowel de krant Haaretz als The Times of Israel geen heldendaden kunnen noemen, behalve de uitspraken van zionistische leiders. Wat ze wel melden is het feit dat Har-Zion de moord op zijn zuster heeft gewroken op onschuldige bedoeïenen. Hij verliet speciaal hiervoor het leger, nam een paar collega’s uit de Unit 101 mee en nam vijf mensen gevangen van de stam waaruit de moordenaar van zijn zus zou zijn gekomen. Vier werden er vermoord en de vijfde werd weggestuurd om iedereen over de daad te kunnen vertellen.

Hoewel de moordenaars werden opgepakt, kwam het nooit tot een veroordeling. Al snel kwamen ze weer vrij door tussenkomst van niemand minder dan Ben-Goerion en Moshe Dayan zelf. Een patroon dat we maar al te goed kennen.

Har-Zion was ooit zelf krijgsgevangen genomen door Syrische soldaten. Men kan alleen melden dat hij geslagen was en na een korte tijd werd hij weer vrijgelaten. En dat was slechts enkele jaren na de Palestijnse catastrofe, van wraak op de gewetenloze moordenaar was kennelijk geen sprake. Hoe anders dan de zionistische reacties op “Palestijnse terreur”, waar collectief straffen de regel is.

Het is de blogger Mitchell Plitnick die de logische stap maakt die de officiële kranten kennelijk niet durven maken. Wat als we de namen vervangen? Een Palestijn – laten we hem Sa’adi noemen – vermoordde lang geleden vier joden uit wraak voor de moord op zijn zuster. Hij werd opgepakt door de Palestijnse autoriteit en binnen drie weken weer vrijgelaten, zonder aanklacht.

Als deze man, Sa’adi, vandaag zou overlijden met dit verhaal op zijn c.v. en zou worden bejubeld als een held na het vermoorden van vier onschuldige Israëliërs zonder daarvoor verantwoording te hoeven afleggen, en als men over hem zou spreken in de bezette gebieden zoals men het in Israël heeft over Har-Zion… nou, laten we zeggen dat het geschreeuw over “aansporing tot geweld” en de klaagzangen over het “vieren van het doden van joden, alleen omdat ze joods zijn” oorverdovend zouden zijn.

En dat is geen fictie. We zagen het onlangs nog, toen de afgesproken vrijlating van Palestijnse gevangen, na soms tientallen jaren, zorgde voor enorme ophef in Israël en in de pro-zionistische media. Dat moest wel weer gecompenseerd worden met een groot aantal nieuwe woningen op Palestijnse grond. De helden van de bezetter hebben duidelijk een andere status dan de helden van de onderdrukten.

Het is moeilijk de verheerlijking van “de beste soldaat” anders te interpreteren dan het verder aanwakkeren van nationalistische gevoelens in een staat die gevangen zit tussen militant rechts en militant religieus. De toename van geweld, verdere kolonisatie, landroof en moorden sinds het begin van de onderhandelingen vorig jaar duiden op de totale onwil van Israël om tot een acceptabel compromis te komen.

Het circus rondom een gekaapt schip met raketten, waar tot ontzetting van de trouwe lezers zelfs RTL Nieuws een fatsoenlijk stuk over publiceerde; nieuwe wetten, waaronder een referendum over het teruggeven van land en het verhogen van de kiesdrempel om Palestijnen helemaal uit de Knesset te verdrijven; het demoniseren van alles en iedereen die Palestijnen als mensen met rechten ziet (zoals het reeds genoemde Christ at the Checkpoint); de leugens over de slachtoffers van Israëlische schietgrage soldaten; de absurde aantijgingen aan het adres van activisten die door middel van een boycot Israël willen dwingen respect te tonen voor internationaal recht en mensenrechten; het censureren van intellectuelen die vanwege een humanitaire benadering van het conflict geen lezingen mogen houden op plekken waar de zionistische lobby enige macht heeft; het lijkt allemaal weer richting “Oorlog als er vrede dreigt” te gaan, zoals Anja Meulenbelt haar informatieve boek uit 2010 noemde.

Anja Meulenbelt haalt in haar boek de beroemde Britse historicus Arnold Toynbee aan, die goed verwoordt waar de kern van het probleem zit: “Zionisme en antisemitisme zijn uitdrukking van dezelfde visie.” In beide gevallen geldt de aanname dat we met onverenigbare volken te maken hebben, waardoor alleen een “fysieke scheiding” een oplossing kan bieden.

Gisteren toonde de VPRO een drie jaar oude aflevering van de professionele reiziger Louis Theroux, Ultrazionisten. Een inkijkje in het leven van de “extreme” zionisten op de Westelijke Jordaanoever en in Jeruzalem. Een perfecte illustratie van de stelling van Toynbee. Alleen is de visie die door de verschillende geïnterviewden wordt verwoord helemaal niet zo “ultra”. Het is main stream. Belangrijke politici uiten zich niet anders dan de woordvoerder van de kolonisten, of de jongen die zijn eigen outpost heeft ingericht en volhoudt dat joden uitverkoren zijn om het hele land te bezetten en de Palestijnen te verdrijven.

Waar Palestina behoefte aan heeft, of liever gezegd, wat noodzakelijk is om een ramp af te wenden, is niet nog een Meir Har-Zion, doch een universele held. Niet een dappere, nogal naïeve soldaat, maar iemand die vanuit de mensheid als geheel kan denken en zich niet beperkt tot het najagen van persoonlijke eer en glorie vanuit een tunnelvisie. Of zo iemand op kán staan in Palestina en of hij of zij tijd van leven krijgt, lijkt momenteel erg twijfelachtig.

We moeten hoe dan ook doorgaan alsof er een oplossing mogelijk is. Waar en hoe is niet te zeggen, maar in het evolutionaire spel van toeval en noodzakelijkheid kan ook een door niemand opgemerkt detail uiteindelijk leiden tot een fundamentele koerswijziging.

Engelbert Luitsz

Zie ook: Noam Sheizaf, Racism, militarism and ultra-capitalism: The government’s real vision

Zie ook: Noam Sheizaf: The death of an Israeli war hero and Palestinian ‘incitement’
Meir Har-Zion was a murderer, yet he was idolized this week by the Israeli media and the country’s highest officials.

15 comments for “Een zionistische krijger is niet meer

  1. piterfries
    March 15, 2014 at 7:59 pm

    Waar hebben we het over.
    Het zionistische kolonialisme, en de zionistische etnische zuivering, is geen discussie meer voor wie onbevooroordeeld naar het joods Arabisch conflict kijkt.
    Het enige verwonderlijke is dat Israelische joden, welke morele opvatting ze ook hebben, nog steeds geen eieren voor hun geld kiezen.
    Zouden ze wijzer worden nadat Putin, na het Syrische Iraanse conflict gewonnen te hebben, ook het Ukraine conflict wint ?
    Ik vrees dat het ijdele hoop is.
    Gebrek aan realiteitszin lijkt typisch joods.

    • March 15, 2014 at 9:42 pm

      Gebrek aan realiteitszin is niet typisch joods, piterfries. Het is typerend voor allerlei mensen die zich vastbijten in een idee, zonder de consequenties te willen beseffen.
      De realiteit voor de meeste joden in Israel (buiten de extremisten), zoals ik dat begrijp, is dat ze gegijzeld worden door een regering die hen bang houdt, in die zin is hun houding juist erg realistisch, want dat is de enige realiteit die ze kennen en waarmee ze zijn opgevoed.

      • piterfries
        March 16, 2014 at 9:38 am

        Kan het toch zijn dat joden minder realiteitszin hebben ?
        Ik ken maar één publicatie, van een joodse schrijver, die uitlegt dat anti semitisme toch iets met joods gedrag te maken heeft.

  2. Aleid Blink
    March 16, 2014 at 12:08 pm

    Er is niet zoiets als typisch joods. Wat er wel is zijn mensen die zich voortdurend bedreigd voelen als gevolg van eerdere, slechte ervaringen en op alles defensief reageren en in hun angst alles willen beheersen. De zionisten hebben dondersgoed begrepen dat dit mensen manipulabel maakt en dat is wat gebeurt. Overigens is het niet zo gek dat dit gedrag als joods bestempeld wordt. Dat krijg je als een hele samenleving die daar toch al gevoelig voor is als gevolg van eerdere gebeurtenissen, op die manier misbruikt om macht te verkrijgen en te behouden. Alles bij alles genomen is ook dit deel van de hele tragedie die zich in het MO afspeelt. Als ze de bereidheid hadden zich bewust te worden van het kwaad dat zij de mensen doen voor wie zij beweren op te komen, zou de last van geweten van geharde zionisten ondraaglijk zijn. Dat is dan ook wat zij hardnekkig uit de weg gaan.

  3. piterfries
    March 16, 2014 at 1:46 pm

    Als er niet zoiets als typisch joods is, hoe kan het dan dat het stikt van de boeken en publicaties over joden, en door joden ?
    Naar mijn mening zijn joden een unieke groep, zo is er geen tweede in de wereld.
    Met religie heeft het weinig van doen, er zijn vele atheïstische joden.
    Hun definitie van zichzelf is iets van ‘zich verbonden voelen met de joodse cultuur’.
    Die zal er dan wel zijn, hoewel ik niet begrijp wat dan die atheïstische joodse cultuur is.
    Wat betreft de ‘eerdere slechtere ervaringen’, en ‘zich bedreigd voelen’, waarom stuurden de Romeinen een groot leger naar Palestina ?
    Wie bedreigde wie ?
    Ik zou toch het oude testament eens lezen, de eerste vijf boeken daarvan zijn identiek met de joodse Thora.
    Het gaat over weinig anders dan genocide en etnische zuivering, plus het verbod op homosexualiteit, door sommige antropologen geïnterpreteerd als recept voor maximale bevolkingsgroei.

  4. Egbert Talens, Zutphen
    March 16, 2014 at 5:00 pm

    Een onderwerp op zích: waardoor wordt het fenomeen jóóds, c.q. Jóóds, bepaald, en is het een uniek fenomeen of werd/wordt dat ervan gemaakt? En hoeveel is daarbij afhankelijk van persoonlijke voorkeur? Wat opgaat voor zowel de Jood zelf, als voor de niet-joodse omgeving…

    Minstens zo intrigerend is de vraag, hoezeer het p-zp, het politiek-zionistisch project ‘der Judenstaat’, misbruik mogelijk maakte van (zogenaamde) joodse waarden; ja, misbruik, omdat sommige leidende politieke zionisten zich tussen ca. 1914 en 1945 niets gelegen lieten liggen aan persoonlijk welzijn van de, al dan niet godsdienstige, Joden in Europa, en, in de aanloop naar hun schandalige p-zp, er niet voor terugschrokken, met de nazi’s deals te sluiten, opdat niets de zich duidelijke aftekenende ontwikkelingen zou verstoren in de richting van de verschrikkingen van de Sho’a…

    De bewoordingen van piterfries maken op mij een indruk dat ze afkomstig zijn van iemand die wel een bel heeft gehoord, maar niet (precies) weet waar de klepel hangt. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn; veel hangt af van iemands instelling als nadere uitleg wordt verstrekt, en hoe daarop gereageerd wordt.

    De Thora — ook wel Chumash genoemd, of de Vijf Boeken Mozes — maakt éigenlijk geen deel uit van het OT. Wel is het (het éérste) deel van de Tenach. De Thora is jonger dan het deel dat de Profeten — de Eerste (Rishonim) en Latere (Acharonim) — wordt genoemd, en daarna door de Ketuvim (Heilige Schriften) wordt gevolgd. De volgorde in Tenach en OT is niet geheel aan elkaar gelijk, maar dit acht ik van ondergeschikt belang.

    En wat de Romeinen betreft: hun aanwezigheid in o.a. de ‘Palestijnse’ regio was een gevolg van het feit dat de Romeinen hun invloed daar uitoefenden, nadat de Grieken die waren kwijt geraakt. Als gevolg van een en ander kwam de benaming ‘Palestina’ (c.q. Filistea) in zwang, namelijk Palestina I, Palestina II en Palestina III. M.a.w., de Romeinen stuurden geen groot leger naar Palestina, maar naar Ke’na’an. Overigens was het herbenoemen van het gebied tot genoemde drie Palestina’s wel een gevolg van de wijze waarop de leiders van de autochtone bevolking in dat gebied zich te weer stelden tegenover de Romeinse bezetters. De Makkabeeën m.a.w. [ Maar in hoeverre zij namens de gehele bevolking konden spreken, is een interessante vraag, die nmbm kan samenvallen met de spanningen onder dat deel van de huidige bevolking in de Palestijns/Israelische regio dat zich Israëlisch, c.q. Joods, c.q. Sefardisch, Misrakisch, Ashkenazisch etc. beschouwt. Dus niet onder de niet-joodse gemeenschappen aldaar; die hebben heel andere problemen aan hun hoofd, als gevolg van het abominabele p-zp. ] Die Romeinse herbenoeming tot Filistea kan heel goed als een anti-semitische maatregel ávant la lettre worden opgevat, maar de term ‘antisemitisme’ is feitelijk een term die op de keper beschouwd ongefundeerd is, daar semitisch op taal slaat, en niet op wat men er later van gemaakt heeft: een bepaling die mensen bestempeld tot het onderhouden van een bepaald godsdienstig geloof — níet religie — in plaats van een op genetische afkomst terug te voeren kwalificatie, hoe denigrerend dit ook moge zijn geweest, van de kant van de Duitser Wilhelm Marr…

  5. Aleid Blink
    March 16, 2014 at 5:26 pm

    Jood is geen etnische benaming, maar verwijst naar een godsdienst. Ik ken heel veel niet-joden wiens realiteitszin evenmin erg groot is. Natuurlijk heeft antisemitisme ‘ook’ iets met het gedrag te maken van de mensen die daardoor geraakt worden. Niets staat op zichzelf. Maar dat is niet specifiek ‘joods’ gedrag. Ik betwijfel zeer of dat bestaat.

  6. Aleid Blink
    March 16, 2014 at 6:16 pm

    Nogmaals. Mijn opmerking van vanmiddag maakte ik zonder de vorige bijdragen onder ogen gehad te hebben. Wat betreft het OT dit: het is geen geschiedenisboek, maar een geestelijk boek. Weliswaar komen er verhalen in voor die een mythisch joods volk een roemrijk verleden verlenen, maar die stoelen niet op de werkelijkheid.

    Waarom de Romeinen een groot leger naar die regio stuurden? Om min of meer dezelfde reden dat ook hier in de delta die nu Nederland heet, een Romeins leger orde hield. Zij hadden deze gebieden veroverd en bezet en hielde de touwtjes stevig in handen, wat vaak niet naar de zin was van de plaatselijke bevolking. Er heersten dan ook overal opstanden, die uiteindelijk het einde van het Romeinse rijk hebben ingeluid.

    In feite bewijzen joden (let wel niet dè joden) in Israël dat ze helemaal niet zo uniek zijn als wel gedacht wordt. Het is niet onwaarschijnlijk dat dat imago hen meer kwaad heeft gedaan dan goed. Wel waar is dat een aantal joods-godsdienstige groepen zoals bepaalde kolonisten op de West Bank, zich op grond van die verbeelde uniciteit menen het recht te hebben zich buitengewoon onaangenaam en gewelddadig te mogen gedragen.

    Waarom er zoveel over joden geschreven is? Alleen al de geschiedenis beschreven in het NT is natuurlijk een reden. Die berust net zo min op de werkelijkheid, al menen velen van wel.

  7. March 17, 2014 at 9:39 am

    Aleid, de bijbel is gewoon een geschienisboek maar een geschiedenisboek kan een fantasie bevatten.

  8. Aleid Blink
    March 17, 2014 at 2:54 pm

    rjr, ‘t Is maar wat je gewoon noemt. De bijbel bevat geschiedenis, maar niet in de moderne vorm zoals wij die nu kennen. U bent misschien een van diegenen die deze boeken letterlijk opvat, maar daarmee doet u de inhoud tekort.

  9. piterfries
    March 17, 2014 at 4:13 pm

    Ik meen(de) dat de eerste vijf boeken van het oude testament gelijk zijn aan de Thora.
    Dat kan ik mis hebben.
    De rol van joden on het Romeinse rijk was toch niet helemaal gewoon, zo ontstond een theorie die beweert dat Paulus, als geheim agent van de Romeinse keizer, het christelijke geloof uitvond om de joden te ondermijnen.
    Of dat zo was zullen we nooit meer weten.
    Het boek van Shlomo Sand over de uitvinding van het joodse volk bevat uitspraken die de theorie lijken te ondersteunen.
    Over specifiek joods gedrag, lees de Israelische auteur Katz, From prejudice to destruction’.
    C.D.Darlington, ‘The evolution of man and society’, bevat een interessante analyse over het waarom van de joodse leefregels.
    Verder waren joden lang geleden uiteraard uniek, het enige volk met monotheïsme, en de daaruit voortvloeiende onverdraagzaamheid.
    Weliswaar wordt verondersteld dat Mozes het monotheïsme had geleerd als priester bij de faraoh die vermoedelijk het monotheïsme uitvond, maar de oude Egyptische priesters slaagden er in dat, vermoedelijk onvoordelige, voor hen, monotheïsme te niet te doen.
    Nadat het christendom geslaagd was waren joden uiteraard de religieuze machthebbers een doorn in het oog, zij toonden aan dat die machthebbers geen almacht hadden.
    Dit duurde totdat de macht van de religie in W Europa begon af te brokkelen, begin 19e eeuw.
    Toen kregen joden burgerrechten.
    Maar, zoals Katz schrijft, dat leidde niet tot assimilatie, maar meer geprononceerd aanwezig zijn.
    Het begin, volgens hem, van antisemitisme, 1880 ongeveer.

  10. March 17, 2014 at 5:27 pm

    Aleid, wat is dan de moderne vorm van geschiedschrijving? Zijn dat de heldenverhalen waar de wandaden nog steeds stelselmatig uit zijn weggeknipt.

    • piterfries
      March 17, 2014 at 8:19 pm

      Schopenhauer: geschiedenis is de hoer van de politiek.

      Schopenhauer zei eigenlijk hetzelfde als Chomsky nu ‘in elke samenleving is een standaard waarheid, als die niet in aanmerking wordt genomen is geen discussie
      mogelijk, behalve in een kleine kring van mensen die beter weten’.

      De derde manier om hetzelfde uit de drukken is ‘geschiedenisboeken zeggen meer over de periode waarin ze zijn geschreven dan over de periode waarover ze gaan’.

      Thomas L Thompson drukte dit alles als volgt uit: geschiedenis bestaat niet, geschiedenis wordt gemaakt door historici, uit de ogenschijnlijk verwarde hoop feiten’.

      De vraag hierbij is weer of die verwarde feiten objectief ontward kunnen worden.

  11. Aleid Blink
    March 18, 2014 at 10:38 am

    rjr, Als ik het gevoel had dat u deze vraag uit belangstelling stelde, zou ik een poging wagen mijn visie hierop te geven. Zeker is dat men in de oude tijd was men niet was geobsedeerd door wat bewijsbare feiten worden geacht. Die zoeken in de verhalen uit zeer oude boeken als de bijbel is dan ook een misvatting en een geloof, zelfs al is daar een hele wetenschap op gebaseerd. Gelukkig zijn er ook theologen, archeologen e.a. die niet zijn blijven hangen in dat geloof en verder kijken. In Israël wordt al jaren hardnekkig in de grond gezocht naar feitelijke bewijzen van bv. de tempel of het koninkrijk van David, maar nog steeds zonder resultaat. Wat wel gevonden is, is tekenen van een nomadisch volk dat rond de 9e eeuw voor onze jaartelling zich in Galilea vestigt, dat de Hebreeërs wordt genoemd. Hieruit zou blijken dat genoemd koninkrijk er nooit is geweest. Er is ook nooit enige vermelding van het bestaan van een dergelijk, machtig koninkrijk gevonden, terwijl er toch uitgebreide contacten waren tussen Egypte en het hele gebied. Daarover is van alles in die tijd opgeschreven, maar nergens wordt melding gemaakt van een dergelijk koninkrijk. In Jericho zijn zeer uitgebreid opgravingen gedaan. Er is daar wel het een en ander gevonden, maar niets wijst op het ineenstorten van de muren e.d. M.a.w. het zijn verhalen, prachtige verhalen die iets weergeven over hoe de mensen toen hun wereld zagen en hoopten daar wat orde in te brengen. Maar van geschiedenisfeiten waarop claims kunnen worden gevestigd, is geen sprake. Deze manier van vertellen en schrijven is op vele plaatsen beoefend en niet alleen door wat nu de joden worden genoemd.

    pieterfries, monotheïsme en veelgoderij zijn, ik vermoed westerse connotaties. Waar is dat in de eerste delen van de bijbel er één machtige stamgod is. Die verdroeg geen concurrenten, maar dat betekende niet dat hij de Enige was. Alle andere goden staan niet op zichzelf, maar zijn afgeleiden van die ene kracht. Mensen verheffen nog steeds van alles tot hun god, zoals nu bv. economie/markt/groei. Die heerst een tijdje en moet dan weer plaatsmaken voor een volgende. Dit geldt ook voor joden. Een aantal aanbid nu een stuk grond in naam van hun stamgod of een muur en neemt het recht concurrenten te willen vernietigen, net als in op sommige plaatsen in hun boek geschreven staat. Iedereen kan zichzelf wel wijsmaken dat hij/zij één god aanbidt, maar wie eerlijk is en diep in het eigen innerlijk kijkt, zal moeten toegeven dat dit helemaal niet zo evident is. Ook van joden kan je dus zeggen: het zijn net mensen.

  12. Egbert Talens, Zutphen
    March 18, 2014 at 10:57 pm

    Zoals gezegd: een onderwerp op zich; discussiëren over bijbelse zaken. Toch?

    Na nog eens diep te hebben nagedacht over mijn opmerking richting piterfries, dat de Thora c.q. Chumash geen deel uitmaakt van het OT, vind ik nu dat dit een onduidelijke informatie was. Wat ik eigenlijk bedoelde te zeggen, is: de Thora is een láter product dan (de) overige OT-geschriften. [Overigens is OT geen joodse benaming, maar een christelijke; Joden hanteren TeNaCh, maar dit terzijde.] Daarom schreef ik: de Thora is jónger dan het deel van de Profeten… etc. Zie de vierde alinea in mijn bijdrage van 16 maart 2014, 5 pm. Déze feitelijke constatering kán een wereld aan commotie oproepen. Want wat houdt dat gegeven nu eigenlijk in? Vanuit puur technisch standpunt enkel het feit dat de Thora later is toegevoegd aan reeds bestaande geschriften {Joshua, Shofetim (Richteren) enz.} maar spannender is de vraag: hóe kón dit gebeuren? Ik waag een poging tot enige duidelijkheid, waarbij ook gekeken mag worden naar wat mevrouw Blink (AB) aan piterfries schrijft: ‘Wáár is, dat in de eerste delen van de bijbel er één machtige stamgod is, … maar () niet de Enige was’. [Ik vermoed dat zij met 'de eerste delen' de Chumash bedoelt.] Het shema, de geloofsbelijdenis van de Israelieten, luidt, schriftelijk: Hoor, Jisraeel JHWH onze e’lohim JHWH één (Devarim (Deuteronomium) 6:4. Uitgesproken wordt ze aldus: Hoor, Jisraeel Adonai onze e’lohim Adonai ehad. Ik vermeld deze tekst, in samenhang met het ‘onze’ bij e’lohim. Zou er (maar) één god bestaan, dan zou dit ‘onze’ immers overbodig zijn. Hoogstwaarschijnlijk krijgt ‘onze’ enige nadruk, dus elohenú, want de (gesproken) Hebreeuwse tekst luidt als volgt: “Shema Yisra’eel, Adonai elohenu, Adonai echad.” [Er valt veel meer over te zeggen, maar wat ik alleen nog wil opmerken is dat de toevoeging 'onze' c.q. 'ónze', er op wijst dat en meerdere goden waren, maar dat de god van Israel als één moet worden opgevat, door de Israëlieten. Zoals AB opmerkt.]

    Nu maak ik een reuzensprong, met op te merken dat nmbm de figuur Mozes een gefingeerde persoon, eventueel personage, is. Ik wil proberen dit (enigszins) plausibel te maken, met de stelling dat áls Mozes c.s. inderdaad geleefd zou(den) hebben — zoals uit de Chumash (Thora) naar voren komt — dan zouden de eerste profeten (Nevi’im Rishonim) en de latere profeten (Nevi’im Acharonim), de (drie) Grote en de (twaalf) Kleine, ongetwijfeld over hem iets hebben opgemerkt. Maar in het gedeelte van de Tenach dat met N en CH — dus zónder de Thora — wordt aangeduid, valt over Mozes c.s. niets, maar dan ook helemaal niets op te merken. Verwonderlijk is dit echter niet (voor mij) omdat de Thora voor hen een onbekend fenomeen, gegeven, feitelijke omstandigheid, enzovoort enzovoort, was; zodat ze er niet over kónden berichten of er naar verwijzen. Het moge raadselachtig klinken, temeer omdat de Thora in TeNaCH vooraf gaat aan alles wat in dit fenomenale product vermeld staat. Toch is er een vrij eenvoudige verklaring voor aan te dragen: de Thora werd geschreven ná de bestaande producten zoals die van genoemde Grote en Kleine profeten. Het is niet helemaal onwaarschijnlijk dat iemand nu aan mij zou vragen: ‘Maar wie schreef de Thora dán, en wanneer?’ De vraag stellen, is haar beantwoorden, toch?

    Rond het begin van de zesde eeuw BC, worden grote gebieden door de koning van de Chaldeeën, Nebukadnesar II, veroverd op Egypte. Jeruzalem valt in 586 BC en de elite, zo’n tien tot twaalfduizend Israëlieten, wordt verbannen naar Babylonisch grondgebied. Daar komen ze in aanraking met een cultuur, doordrenkt van godsdienstige regels, voorschriften, richtlijnen voor de samenleving, name it… Zoals: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Deze spreuk staat, naast andere waaronder psalmen, gegrift in de Zuil van Hammurabi, een vroegere koning van Babylon. De Israelietische ballingen worden over geheel Babylonië verspreid, te werk gesteld op landerijen en kunnen/mogen zich tamelijk vrij zelfstandig ontplooien. In Ninivé neemt Tobias de richtlijn ‘Wat gij niet wilt…’ op, in brieven aan zijn zoon: zie Tobias 4:16. Het lijkt te wijzen op een zich thuis voelen in Babylon. Ook Nehemia en Ezra bevinden zich onder de ballingen. Heel anders dan bij Tobias, vrezen zij dat door die Babylonische cultuur de waarden en richtlijnen die de Israëlieten (moeten) koesteren, verloren zullen gaan. Zij bezinnen zich op een eigen code, specifiek gericht op eigen volk. Zij nemen sommige voorstellingen uit de Assyrisch/Babylonische cultuur als uitgangspunt voor de onderwijzingen die enkel en alleen bestemd zijn voor de Israelieten. Zoals een pasgeboren jongetje dat in een mandje in de rivier drijft en door een prinses uit het water wordt getrokken. Dit verklaart de naam Mozes, dat ‘uit water getrokken’ betekent: mo zees. Andere uit die Assyrisch/Babylonische cultuur overgenomen voorstellingen zijn verhalen over het ontstaan van de wereld, de natuur, de mens… Het verhaal over de schepping, dus, en ook komt zó het Assyrisch/Babylonisch Gilgamesj-epos als het verhaal over Noach en de (zond)vloed terecht in wat zij de onderwijzing van Mosje noemen: Torah, Thora, Tora, …; leer, onderwijzing, wet…
    Toen na ruim veertig jaar, door toedoen van koning Cyrus c.q. Kores van Perzië (de) Israelieten werd toegestaan, terug te keren naar Jeruzalem, las Ezra gedurende een paar dagen deze Tora voor aan (de) voor de Waterpoort verzamelde Israelieten. Niemand gaf blijk van ontstemming over inhoudelijk onjuiste gegevens, en met veel ontzag liet men zich overdonderen door de indrukwekkende hoeveelheid tekst; ook zonder veel verzet gaven mannen toe aan Ezra´s eis dat zij hun vrouwen, als die niet van hun eigen volk afstammen, zullen wegzenden; een eis die tegenwoordig als ‘een vorm van racisme’ zou worden beschouwd en benoemd; zo valt er veel af te dingen op dit fameuze werk, maar als het niet in politieke zin aan de samenleving wordt opgelegd, mag het op basis van vrijheid van godsdienst geen strobreed in de weg gelegd worden.

    Op grond waarvan Ezra en Nehemia in de christelijke bijbel-canon zover naar voren zijn geschoven, pal na Kronieken I en II, is mij (nog) niet bekend. In TeNaCH staan beiden bijna achteraan, nog net vóór Divrei ha Yamim Alef en Divrei ha Yamim Bet, I en II Kronieken, respectievelijk.
    Minder moeilijk te begrijpen acht ik het feit dat de Tora-hoofdstukken — Be’rishit (Genesis), Shemot (Exodus), Vayikra (Leviticus), Be’midbar (Numeri) en Devarim (Deuteronomium) — door de rabbijnen vóór Yehashua (Joshua) zijn geplaatst.
    Als laatste: door mondelinge overlevering deden verhalen over heldendaden en andere gebeurtenissen onder en binnen de samenlevingen van óók de Israeieten eeuwenlang de ronde. Niet onmogelijk is het dat taferelen die in de Tora voorkomen, en dán ook bij Ezra en Nehemia bekend waren, vanuit die orale ‘geschied-schrijving’ stammen; te denken valt daarbij aan de tsunami als gevolg van de uitbarsting van de vulkaan Santorini, ca. 1500 BC; thans kennen wij min of meer de gang van zaken bij zo een tsunami; eerst trekt het zeewater zich terug, waarna het met overweldigende kracht terugkeert, als een vloedgolf die in dit geval de noordelijke kuststrook van Egypte voor een groter deel overspoelde dan daarvoor. Dit kan heel goed een daar aanwezige groep mensen hebben verrast, en verbaasd vanwege hun wonderbaarlijke ontsnapping aan een zeker lijkende dood. Met enige fantasie kan men wel een verhaal bedenken, dat gelijkenis vertoont met wat volgens Shemot (Namen, c.q. Exodus) aan de Israelieten is overkomen. Volksverhalen hebben doorgaans een taai bestaan, maar de feitelijkheden die er in meespelen zijn helaas vaak heel ontvankelijk voor het binnensluipen van wat wij wishful thinking noemen. Zo dat men zelfs rekenfouten probeert weg te masseren, of, erger, ontkent: ‘In de bijbel een (reken)fout? No way!’. Tja, dan houdt hier begripvol meedenken en inleven op.

Comments are closed.