De moord op een rechter

allenby_bridge_1918

De opening van de Allenbybrug in 1918 (Wikimedia Commons)

Een brug over de Jordaan is de enige mogelijkheid voor Palestijnen om vanuit de Westelijke Jordaanoever via Jordanië naar het buitenland te reizen, of om vanuit Jordanië de Westelijke Jordaanoever te bezoeken. Ze kunnen geen gebruik maken van het vliegveld Ben-Gurion bij Tel Aviv. De brug is tevens een Israëlisch checkpoint, onderdeel van het geïnstitutionaliseerde systeem van vernedering en wetteloosheid dat Israël heeft geperfectioneerd.

Edmund Allenby

Deze brug, de Allenbybrug, staat volledig onder controle van Israël, maar Palestijnen hebben tevens toestemming van Jordanië nodig om te kunnen reizen. En van beide  kanten wordt het hen moeilijk gemaakt. De naam alleen al is een indicatie van de explosieve situatie. De Palestijnen noemen hem de Al-Karamehbrug, de Jordaniërs de Koning Hoesseinbrug en de Israëliërs de Allenbybrug.

De Britse generaal Edmund Allenby had in 1917 Jeruzalem ingenomen op de Turken en in 1918 bouwde hij de Allenbybrug op de restanten van een oude Ottomaanse brug uit de 19e eeuw. Allenby had zijn sporen verdiend in Zuid-Afrika, zijn bijnaam “Bloody Bull” laat geen twijfel bestaan over zijn optreden. Hij wordt ook wel gezien als de bedenker van de Blitzkrieg door zijn gecombineerde inzet van luchtmacht, infanterie en cavalerie. Daar hebben de zionisten veel profijt van gehad. De geschiedenis zit vol ironie.

Het feit dat de gangbare naam in Israël Allenbybrug is, toont ook weer de hypocrisie die met het zionistische project gepaard gaat. Ze lieten Britten en Duitsers (Tempeliers) het vuile werk opknappen en de infrastructuur aanleggen, maar zodra ze enigszins in staat waren zelf de touwtjes in handen te nemen werden de Britten bestookt met terroristische aanvallen. Duitsers en Britten werden beide verdreven bij de grote schoonmaak in 1948. Een ander voorbeeld van zionistische “dankbaarheid” is de belangrijke straat Balfour Street in Jeruzalem, waar de officiële woning van de minister-president staat.

Napalm op de Allenbybrug

Tijdens de 6-daagse oorlog van 1967 werden Palestijnse burgers die in doodsnood naar Jordanië wilden vluchten via de Allenbybrug bestookt met napalm. De effecten van napalm waren genoegzaam bekend uit de Vietnamoorlog, inclusief fotomateriaal. Israël deed er echter alles aan de eigen misdaden buiten de pers te houden. De aanval op het Amerikaanse marineschip de USS Liberty had hier ongetwijfeld mee te maken. Men had al waargenomen dat Israëlische soldaten krijgsgevangen executeerden en nog meer inzicht in de onverkwikkelijke praktijken van de zionisten was ongewenst.

Internationale waarnemers wisten al heel lang hoe het Israëlische leger optrad, maar toen in 1971 het boek The Unholy Land van Arthur C. Forrest verscheen, kwam de propaganda pas goed op gang. Forrest was lid van een Canadese delegatie die door een aantal christelijke tijdschriften naar het gebied was gestuurd, omdat er geruchten waren dat de honderdduizenden Palestijnse vluchtelingen niet terug mochten keren van Israël. Volgens de Israëlische persberichten was dat echter wel het geval. De delegatie had al snel in de gaten dat de officiële lezing uit leugens bestond, maar werd bovendien geconfronteerd met de gruwelijke effecten van napalm.

Forrest vond de foto’s te erg om te publiceren, waarop hij van een Palestijn te horen kreeg: “Als dit Vietnam was geweest, zou je ze wel publiceren.” Uiteindelijk publiceerde hij een paar foto’s van een jong Palestijns meisje dat herstellende was van de vreselijke brandwonden. Daarmee bewees hij volgens de zionisten dat hij een antisemiet was (what’s new?). Maar het boek kwam er wel. Forrest zag zowel overeenkomsten met de Zuid-Afrikaanse Apartheid als met het optreden van de nazi’s. En de vergelijking viel meestal in het nadeel van de zionisten uit. Als uitgever van het Canadese christelijke blad The Observer had hij al in 1967 – direct na zijn bezoek – fel uitgehaald naar Israël in een redactioneel commentaar. Hij had het over “agressief racisme” en “19 jaar van onmenselijkheid”. Hij behoorde tot de Canadese United Church, een beweging die zich nog steeds druk maakt over de bezetting en de behandeling van Palestijnse kinderen.

Dat dit boek slechts bij een enkeling bekend is, geeft wel aan hoe efficiënt de propagandamachine van Israël werkt. Ik krijg de indruk dat het recente boek van Max Blumenthal, Goliath, door meer mensen gelezen wordt dan men wil toegeven. Daniel Blatman had het een paar dagen geleden in een opiniestuk in de Israëlische krant Haaretz over “de racistische kanker” en “de racistische Apartheidsstaat“. Het griezelige is dat dit boek veel mensen de ogen geopend schijnt te hebben. Griezelig, omdat de informatie al heel lang bekend is, dus waarom wordt men nu pas wakker? Is dat omdat er geen weg terug meer is voor de Palestijnen? Een succes van Kerry’s framework betekent het einde van de Palestijnse droom, zoals de politicoloog Norman Finkelstein onlangs in een interview zei. Is het nu voor de linkse elite opeens “politiek correct” om Israël in harde bewoordingen te bekritiseren, in de wetenschap dat het toch geen consequenties meer heeft? Misschien kun je van de bevolking als geheel nog aannemen dat ze onwetend zijn gebleven, maar die vlieger gaat voor de intellectuelen niet op.

En hoewel Blatman er geen doekjes om windt, blijft ook hij vasthouden aan de mythe dat het pas sinds 1967 bergafwaarts is gegaan. Dat is onzin. De gebeurtenissen van 1947/1948, de jaren 50 met onder andere het doodseskader van Ariel Sharon en de Suezcrisis, waren ook bij veel mensen bekend. Maar tot 1967 waren de Palestijnen onzichtbaar voor het publiek en dat veranderde na de 6-daagse oorlog. De barbaarse methoden en gruwelijkheden zijn echter niet toen pas ontstaan.

De rechter moet dood

Gisteren werd Raed Zuayter doodgeschoten bij de Allenbybrug. Hij kwam uit Jordanië, waar hij in Amman als rechter werkte. Toen hij uit de bus stapte werd hij geprovoceerd, op de grond gegooid en vervolgens na wat duwen over en weer met drie schoten in zijn borst vermoord. De behandeling van mensen die gefouilleerd en vernederd worden en vaak ruw behandeld worden bij grenscontroles door de militaire politie is berucht. Het zou niet de eerste keer zijn dat Israël iemand op het lijstje heeft staan om te vermoorden en dan is een excuus gauw gevonden of verzonnen. De aanduiding terrorist voor deze man in de pers doet je het ergste vrezen voor de komende tijd.

Onlangs werd er in Jordanië gestemd over het uitzetten van de Israëlische ambassadeur. Dat was een reactie op geluiden dat de Israëlische regering volledige zeggenschap wil hebben over de Tempelberg met de Al-Aqsamoskee, het op drie na belangrijkste heiligdom voor moslims. En wat is een duidelijker signaal dan het vermoorden van een rechter om te laten wie er de baas is?

Aan de grote politieke filosoof Montesquieu danken we de trias politica: de inrichting van een staat met een gescheiden wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. Wanneer, zoals in Israël, de regering wetten naar eigen goeddunken interpreteert en zelfs beslissingen van het Hooggerechtshof naast zich neerlegt als waren het slechts “adviezen”, ligt de weg open naar willekeur en rechtsongelijkheid.

Montesquieu schrijft dat wanneer een potentaat merkt dat wetten niet goed worden nageleefd, hij dit makkelijk zelf kan veranderen uit hoofde van zijn almacht. In een democratie is het niet naleven van de wetten echter een teken van corruptie van het systeem zelf en moet de staat “als verloren worden beschouwd“. Het ontbreken van een Israëlische grondwet geeft al aan dat er ruimte is voor discriminatie, iets wat door de verschillende (basis)wetten wordt bevestigd.

Naast dit gegeven – en de moord op de rechter Zuayter is slechts een van talloze voorbeelden – dat joden en niet-joden niet gelijk zijn voor de wet, is er het verschil in vrijheid. Vrijheid van denken, van beweging, van organisatie. En dus ook van economische en intellectuele ontwikkeling. Over armoede zegt Montesquieu dat er twee soorten armen zijn: zij die arm zijn als gevolg van lijfeigenschap (in ons geval onderdrukking) en zij die arm zijn vanwege andere redenen. In het eerste geval is er weinig hoop op vooruitgang, aangezien hun armoede onderdeel is van hun positie als horige (of onderdrukte); in het tweede geval is alles mogelijk, aangezien hun armoede onderdeel is van hun vrijheid. Het moge duidelijk zijn dat de armoede van de Palestijnen tot de eerste categorie behoort.

Met de vrijheidsberoving van miljoenen Palestijnen ontneemt Israël een heel volk dus de mogelijkheid zich te ontplooien. Maar de Palestijnen hadden zich al ontplooid. Ze waren misschien niet rijk, maar genoten zeker meer vrijheid dan thans onder het Israëlische juk. In tegenstelling tot een andere zionistische mythe bloeide de Palestijnse economie op allerlei fronten, totdat vreemdelingen daar een einde aan maakten. “Een land zonder volk” werd met terugwerkende kracht door Israël gecreëerd door vanaf 1947 meer dan een miljoen mensen te verdrijven en honderden dorpen letterlijk van de kaart te vegen.

De moord op de rechter is een symbolische daad. Net zoals de Allenbybrug symbool staat voor kolonialisme en oorlogsmisdaden. Het geeft aan dat Israël lak heeft aan alles en iedereen, in hun arrogantie gesteund door een verpletterend arsenaal aan dodelijke wapens.

Kunnen we enige hoop putten uit die nieuwe lichting? Die tientallen Israëlische tieners die weigeren hun dienstplicht te vervullen? Tientallen, u leest het goed. Vorig jaar overleed de openlijk racistische rabbijn Ovadia Yosef. Bijna een miljoen mensen namen deel aan de processie. Het was de grootste begrafenis ooit in de Israëlische geschiedenis. Nee, ik zie weinig reden tot hoop.

Engelbert Luitsz

8 comments for “De moord op een rechter

  1. March 11, 2014 at 7:42 pm

    Er was een fors handgemeen met de soldaat die hem doodschoot. Dit vermeld je niet
    maar is essentieel voor de beeldvorming.

    • March 11, 2014 at 11:47 pm

      Goed dat jij ter plekke was om objectief verslag te doen. De verhalen van tientallen ooggetuigen in de bus moeten we natuurlijk met een korreltje zout nemen.

      • March 11, 2014 at 11:51 pm

        Dank je voor het compliment. Inderdaad, ik heb de aanvulling vanuit de mond van een ooggetuige opgenomen.
        Maar het blijft natuurlijk een een dieptrieste gebeurtenis.

        • March 12, 2014 at 1:11 am

          Het is geen compliment als je niet ter plekke was.
          Zelfs de Israëlische regering betuigt spijt over de gebeurtenissen. Dat staat haaks op de term “terrorist” die voor de vermoorde rechter gebruikt werd. Maar jij verzint wel weer een “ooggetuige” die het anders zag.
          En natuurlijk zijn er camerabeelden, maar die krijgen we niet te zien. We hebben te maken met sadistische kutjochies die het zonder hun geweer in hun broek zouden doen, maar nu de frustraties over hun eigen miezerige leventje straffeloos kunnen afreageren op weerloze mensen. En jij blijft dat goedpraten, diep, diep triest.

          • March 12, 2014 at 9:19 am

            ik verzin niks. ik heb het van een ander web geplukt.

        • Aleid Blink
          March 12, 2014 at 9:50 am

          rjr, U schrijft eerst dat u uw versie ‘vanuit de mond van een ooggetuigen hebt opgenomen’ en vervolgens dat u ‘niks verzint’ en ‘het van een ander web hebt geplukt. Het lijkt me duidelijk dat u in ieder geval een keer liegt.

          • March 12, 2014 at 8:50 pm

            Ach ja natuurlijk lieg ik maar houdt het dan maar op de strekking van mijn woorden.
            Prettige avond toegewenst..

  2. March 12, 2014 at 9:06 pm

    Het mag duidelijk zijn dat ik meestal meer pro Israël ben dan pro Palestijnen maar in dit geval zeker niet.
    Zelfs in het geval van een stevig handgemeen probeer je de tegenstander klem te zetten maar bedenk daarbij dat ook hij een mens is, afschieten doe je schadelijk wild!

Comments are closed.