Homo Ludens in Palestina

jahalin

The London Review publiceerde in 1861 een kort verhaal van de Victoriaanse schrijver Anthony Trollope. De oorspronkelijke titel was ‘The Banks of the Jordan‘ (De oevers van de Jordaan), maar het is nu te vinden als ‘A Ride Across Palestine‘. Het is een onbekend werkje, maar in de context van dit blog zeker interessant.

Het is Pasen en er zijn misschien wel 15.000 “vreemdelingen” die Jeruzalem bevolken. Aangezien er bij lange na niet genoeg accommodatie is voor zoveel zielen, moeten de meesten ergens in de buitenlucht een plekje zien te vinden. De ik-persoon wil daarom snel verder naar het oosten, richting de Dode Zee en de Jordaan. Maar het is niet toegestaan naar het oosten te reizen zonder de bescherming van twee bedoeïenen. Daarvoor moet 40 shilling worden betaald. De ik-persoon raakt hierdoor geïrriteerd; hij had liever hun bescherming genoten om ze daarna te belonen voor hun diensten. Maar hem wordt uitgelegd dat dit een vaste prijs is, net zoals hij voor een hotel zou moeten betalen. De consul zou zich niet eens om zijn lichaam bekommeren, indien hij zou worden vermoord zonder zich van de verplichte bescherming te hebben verzekerd. Het is net zo goed een ritueel, een ceremonie, als een zakelijke overeenkomst.

Bedoeïenen

Die positie hebben de bedoeïenen al heel lang niet meer. Ze stonden altijd bekend als een volk (eigenlijk verschillende stammen) dat zich als geen ander wist aan te passen aan de ongastvrije Negev-woestijn. In 1948 werden ze stelselmatig verdrongen uit de leefgebieden die ze sinds duizenden jaren bevolkten. Na 1967 werden ze opnieuw verdreven en gedwongen zich te vestigen in de buurt van steden als Hebron, Bethlehem en Jeruzalem. En ook al blijven ze inventief, de menselijke natuur van de zionisten is duidelijk een graadje erger dan die van de natuurlijke natuur. Voor hun schapen en geiten zijn ze altijd afhankelijk geweest van weidevelden, maar dat is door de komst van Afscheidingsmuur veranderd. Ze moeten nu voer inkopen voor hun dieren, waardoor de toch al arme gemeenschap zich ook nog eens in de schulden steekt.

De illegale speeltuin

Het moge duidelijk zijn dat het vooral de kinderen zijn die moeten lijden onder deze moeilijke omstandigheden. Wanneer er met veel creativiteit een schooltje wordt gebouwd met de zeer beperkte middelen die ze hebben, wordt die zonder pardon weer vernietigd door het Israëlische leger. Hetzelfde geldt voor behuizing, soms worden hele dorpen vernield. Alles wat niet joods is, is in de ogen van de bezetter een “illegale constructie”.

Gelukkig zijn er nog een paar mensen als de journaliste Amira Hass in Israël. Ook vandaag weer komt ze met een verhaal waar je de haren van te berge rijzen. Een door Italië geschonken speeltuin voor de kinderen is in beslag genomen. Deze zou bij een schooltje moeten komen dat de bedoeïenen met hulp van buitenaf hadden gebouwd van oude autobanden en modder. Ook deze school, onderdeel van het kampement van de Jahalin-stam die in de jaren vijftig van hun grondgebied in de Negev-woestijn werd verdreven, moet verdwijnen. De 128 kinderen, in de leeftijd van zes tot dertien jaar, hebben geen recht op onderwijs. Zelfs geen recht om te spelen.

Een misdaad tegen de menselijkheid

De beroemde historicus Johan Huizinga zag de spelende mens als een belangrijke factor in het ontstaan van cultuur. Het ontnemen van de mogelijkheid tot spelen en leren aan kinderen die al bijna niets meer hebben is een misdaad tegen de menselijkheid. Bovenop de ruim drie miljard aan jaarlijkse steun die Israël van de Amerikaanse belastingbetaler ontvangt, komen regelmatig nog honderden miljoenen voor “speciale gelegenheden”. En al dat geld wordt gebruikt om een ander volk, een andere cultuur, te vernietigen.

Een bekende Palestijnse zeepfabriek moest ooit Italiaanse olijven importeren om de zaak draaiende te houden; de bedoeïenen hadden ooit genoeg geiten om hun prachtige tenten van geitenhaar te maken; de in aanbouw zijnde Palestijnse stad Rawabi - organisch opgaand in het landschap, in tegenstelling tot de foeilelijke nederzettingen van de kolonisten – moet nog maar afwachten of ze “recht heeft” op water.

Stap voor stap, via militaire operaties, martelingen, executies, landroof, onteigeningen en veel, heel veel propaganda zien de getuigen van dit drama hoe een pluriforme maatschappij kapot wordt gemaakt. Judith Butler had het in verband met het censureren van kritische geluiden al over de “intellectuele zelfmoord” van de joodse gemeenschap. Die is nog in volle gang. De morele zelfmoord lijkt honderd jaar geleden al te hebben plaatsgevonden. Mensen als Amira Hass vormen een kleine stam die niet bij machte is het ontij te keren. Net als de Jahalin.

Engelbert Luitsz

Bekijk ook eens de korte documentaire Nowhere left to go, the Jahalin Bedouin van Harvey Stein/Angela Godfrey-Goldstein/Alice Walker.

3 comments for “Homo Ludens in Palestina

  1. Aleid Blink
    February 28, 2014 at 5:35 pm

    Bij het lezen van dit verhaal over de Jahalin bedouïenenstam staan mijn haren rechtovereind. Toen ik in Palestina verbleef, was ik nl. direct betrokken bij de protesten tegen de hun verplaatsing naar de omgeving van de vuilnisbelt van Jeruzalem. Niet direct de gezondste plaats om te wonen. Ze moesten weg van de plek waar ze al jaren zaten vanwege de bouw van de nederzetting Ma’ale Adumim, die op dat moment – februari 1996, dus toen het leek of Israël vrede had gesloten en de Palestijnen een eigen staat gunden – versneld werd afgebouwd om ook op dat punt feiten op de grond te creëren. Feiten waar later bij vervolgonderhandelingen niet meer aan getornd zou kunnen worden. Ik heb in die tijd een aantal van hen goed leren kennen.

    Sindsdien is hun situatie alleen maar verslechterd. En nu dus dit. Wie durft er nog te zeggen dat Israël geen kwaad doet. Daarmee beschadigt deze staat niet alleen anderen maar ook onherroepelijk zichzelf. Dit is iets waar degenen die de Israëlische politiek steeds weer proberen goed te praten, geen rekening mee wensen te houden. Het zullen je vrienden maar zijn.

    • February 28, 2014 at 6:29 pm

      Amira Hass is over het algemeen heel zakelijk en feitelijk. Angela Godfrey-Goldstein was een tijdje geleden in Hilversum om haar documentaire toe te lichten en zij zei dat men over het algemeen veel te vriendelijk is als het over Israel gaat. Men zou best wat feller mogen zijn.

      • Aleid Blink
        February 28, 2014 at 7:23 pm

        Een riem onder mijn hart!

Comments are closed.