Helden

goya

Franciso de Goya: Saturnus verslindt zijn zoon

Merkwaardig toch, hoe volkomen de illusie is, dat schoonheid en goedheid één en hetzelfde zijn.” Zo beklaagt Pozdnysjev zich in Tolstojs novelle De Kreutzersonate wanneer hij zich belazerd voelt door een vrouw. De relatie tussen het mooie en het goede werd al door Socrates uitgediept en blijft mensen maar bezig houden. Zo ook de cultuurfilosoof  Hamid Dabashi. In een reactie op de beschuldigingen van seksueel misbruik door Dylan Farrow aan het adres van Woody Allen vraagt hij zich af  hoe we en of we werk en mens moeten scheiden (Woody Allen: Man and moviemaker).

Dabashi stelt dat de auteur van een oeuvre – en daarmee het oeuvre zelf – tot een andere categorie behoort dan de man (of vrouw) als echtgenoot, vader, of eventueel misbruiker van kinderen. Hij noemt een aantal vermaarde namen: Immanuel Kant (racist), Emanuel Levinas (idem), Martin Heidegger (nazi), Richard Wagner (antisemiet). Zouden we het werk van deze mensen moeten schuwen vanwege hun persoonlijke opvattingen? Met name in het geval van Kant kom je dan in een bizar spel terecht, aangezien het niet mogelijk is over ethiek(!) na te denken in de westerse wereld zonder te verwijzen naar het werk van deze man.

Dabashi beperkt zich in zijn artikel tot de kunsten en de filosofie, maar wat te denken van wetenschappers? Dat maakt het probleem wellicht nog duidelijker. Sir Isaac Newton wordt algemeen beschouwd als de grootste wetenschapper ooit, maar hij was ook een nare, jaloerse en egocentrische man. Daarnaast was hij een alchemist en was hij geobsedeerd door de bijbel, twee zaken die elke huidige wetenschapper ongeloofwaardig zouden maken. Maar zijn drie natuurwetten kunnen we onmogelijk negeren, wat hij verder ook zou hebben uitgespookt. Dabashi lijkt dus een duidelijk punt te hebben, al is het lastiger in het geval van kunst of literatuur: hier zullen sommige mensen toch eerder geneigd zijn een kunstenaar niet te waarderen vanwege diens persoonlijke opvattingen.

Of dat terecht is of niet is een zinloze vraag. Mensen bepalen zelf wat ze mooi of lelijk vinden en context is – in tegenstelling tot veel wetenschappelijke kennis – in de kunsten meestal een integraal onderdeel van de beleving. Een duur schilderij wordt aandachtiger bekeken dan een werk dat op de rommelmarkt ligt; een wijn uit een zware fles smaakt beter dan dezelfde wijn uit een kartonnen doos; een gebruinde huid was tot voor kort een teken dat je tot de arbeidersklasse behoorde, tegenwoordig wordt het bij ons gezien als een attribuut van schoonheid – of op z’n minst begeerlijkheid; Rembrandt werd de ongeëvenaarde meester van onze Lage Landen toen Rubens was weggevallen na de afscheiding door België in 1830.

Twee helden

Toen ik voor het eerst een film van Woody Allen zag, had ik denk ik nog nooit gehoord van het “conflict” in Palestina. Zijn films waren geliefd in het studentenmilieu waarin ik me via een toenmalige vriendin had ondergedompeld. Dat waren veelal politiek bewuste jongens en meisjes, Trotskisten voor het grootste deel – en zo werd Allen automatisch geassocieerd met een kritische houding.

Bij Bob Dylan lag dat iets anders. Bij hem werd ik gegrepen door de muziek en al snel door de teksten. Het was poëzie die ook nog eens ergens over ging. Bob Dylan was dat wat ik meende te begrijpen van zijn teksten. Ik vroeg me nooit af of er nog een andere Bob Dylan was, een privépersoon die misschien niet volledig overeen kwam met de boodschap die zo’n gewillig oor had gevonden.

In oktober 1982 ontving een joodse vrouw* – en met haar vele anderen – in de Verenigde Staten een brief van Woody Allen, waarin haar gevraagd werd om financiële steun aan een fonds dat politieke kandidaten steunde die pro-Israël waren. In september van dat jaar had het vreselijke bloedbad van Sabra en Shatila plaatsgevonden dat internationaal veel aandacht had gekregen. Geen woord daarover van Woody Allen, maar wel de opmerking dat er een grote campagne aan de gang was “om Israël in diskrediet te brengen”. Meer dan twintig jaar voordat de BDS-beweging op gang kwam. De “verdediging” van de zionisten is vandaag de dag niet wezenlijk anders dan toen.

In 1983 verscheen Infidels van Bob Dylan. Het nummer Neighborhood Bully is een verdediging van Israël en het is naar men zegt met veel enthousiasme door extremistische kolonisten als lijflied geadopteerd. De auteur van het onvergetelijke en huiveringwekkende Masters of War is opeens zijn universele boodschap vergeten. Ook deze tekst was een reactie op de gruwelen van de Libanon-oorlog van een jaar eerder. Alleen niet zoals velen dat verwacht hadden: ook Dylan keert zich tegen de kritiek die Israël te verduren kreeg en is blind voor de misdaden van de joodse staat.

Momenteel is het onrustig in Hebron. Het is twintig jaar geleden dat de joodse extremist Baruch Goldstein daar 29 biddende Palestijnen vermoordde en er meer dan honderd verwondde. De “vredesduif” Rabin besloot daarop de hoofdstraat te sluiten, met rampzalige gevolgen voor de Palestijnen die daar woonden. En nog steeds is de straat verboden gebied voor de oorspronkelijke bewoners. (Meer hierover bij Abu Pessoptimist).

Goldstein was een volgeling van Meir Kahane, een ideoloog van het joods extremisme. En de wereldverbeteraar Dylan vond deze man zeker sympathiek. “In elke meneer Hyde woont een dokter Jekyll“, schrijft Hamid Dabashi. Maar met zo’n gemeenplaats komen we niet verder. Als een manager van een liefdadigheidsorganisatie geld in eigen zak steekt, vinden we het heel normaal dat zo iemand ontslagen wordt – of zelfs gestraft, ook al kan die persoon ook veel goeds hebben gedaan. Hetzelfde geldt voor graaiende bankiers en zakenmensen. Hanteren we andere normen als het gaat om “kunst”? Het lijkt er wel op.

Wie verdient onze sympathie?

In het Westen en zeker na 9/11 worden moslims maar al te vaak geassocieerd met geweld. De media die onze beeldvorming bepalen hebben een politieke agenda waarmee het ene wordt uitvergroot terwijl het andere onderbelicht blijft.

In de Centraal-Afrikaanse Republiek zijn het vooral christenen die huishouden onder de moslimbevolking, zoals onlangs de Washington Post nog wist te melden (Tens of thousands of Muslims flee Christian militias in Central African Republic). Toch hoor je over het geweld door christenen veel minder dan over kleine groepen moslimextremisten.

Boeddhisten kennen we vooral als vreedzame monniken en als de onderdrukte bevolking van Tibet. Maar in Myanmar zijn het de Rohingya (moslims) die het slachtoffer zijn van georganiseerde terreur door de boeddhisten. Hier zijn die in de meerderheid en hebben de macht, waardoor de Rohingya-minderheid het zwaar te verduren heeft. Macht heeft geen geweten, zegt men wel. Ook het christendom begon als een vreedzame protestbeweging met een boodschap van vrede en verdraagzaamheid, totdat ze zelf de macht hadden, waarna kritische geluiden wreed onderdrukt werden.

De Koerden kennen we ook vooral als slachtoffer. Zowel door de onderdrukking van hun cultuur door Turkije, als door de verschrikkelijke gifgasaanval door Saddam Hoessein op het stadje Halabja in 1988. Wat veel minder bekend is, is het belangrijke aandeel dat Koerden hadden in de Armeense genocide. Toen kozen velen de kant van het machtige Turkije, niet wetende dat zijzelf niet veel later weer tot een vervolgde minderheid zouden behoren**. Macht heeft geen geweten.

De natuur der dingen

Is er dan geen hoop? Misschien is de moraal dat je nooit de mooie woorden mag geloven, dat je altijd alleen naar de daden moet kijken. Het Internationaal Strafhof is selectief in wie het aanklaagt. De “Amerikaanse democratie” wordt met bommen, drones en economische sancties afgedwongen, ten koste van miljoenen mensenlevens. Er is geen grote opstand in de moslimwereld tegen extremisten die de Westerse propaganda in de kaart spelen.

Twee dingen kunnen enige hoop bieden. In alle gevallen worden oorlogen, of het nu veldslagen zijn of de globale, abstracte “war on terror”, geïnitieerd door kleine elites van machthebbers, het militair-industriële complex, zoals Eisenhower het noemde. Daaruit volgt dat het overgrote deel van de bevolking zich niet bewust is van de macht die ze heeft om dat te veranderen. “Burgerlijke gehoorzaamheid is het grootste gevaar“, zei Howard Zinn. Geen van die lieden die hun macht of kapitaal willen vergroten zal zelf z’n leven wagen, dat eisen ze van hen die niets te winnen, doch alles te verliezen hebben.

Een tweede reden voor optimisme is dat we steeds zien dat niet iedereen slaafs gehoor geeft aan immorele bevelen. Vele moslims hebben indertijd hun leven op het spel gezet om christelijke Armeniërs te beschermen tegen de onbeschrijflijke gruwelen waaraan ze blootgesteld werden. In de jaren dertig in Duitsland riskeerden niet-joodse Duitsers hun leven door pamfletten te verspreidden met de tekst: “Koopt alleen bij Joden.” Ook dat is de menselijke natuur.

Of je nu protestzangers, schilders, schrijvers, filmmakers, wetenschappers, spirituele leiders of filosofen tot je helden rekent, er zal altijd een moment komen dat je je moet afvragen of het mooie dat je in hen waardeert aansluit bij het goede dat je voor de mensheid als geheel wenst. Als mens heb je de vrijheid om die keuze te maken. Je kunt met Dabashi meegaan en “werk en privé” gescheiden houden, maar je kunt ook redeneren dat alle uitingen van menselijke creativiteit onderdeel zijn van de mensheid als geheel. Goed en kwaad zijn dan niet twee – kunstmatige – dimensies van het leven, doch het resultaat van kennis en perspectief. En beide variabelen zijn ook ten goede te manipuleren: je blijft je verplaatsen en kennis vergaren, totdat je uitkomt bij een punt waar de verschillen in het niet vallen bij de overeenkomsten. Dat is de dag dat alle ideologen zullen moeten toegeven: het verleden was een misselijke grap.

Engelbert Luitsz

* Roberta Strauss Feuerlicht, The Fate of the Jews, 1983
** Bijvoorbeeld in Robert Fisk, De grote beschavingsoorlog, hoofdstuk 10: De eerste Holocaust

7 comments for “Helden

  1. Aleid Blink
    February 23, 2014 at 5:09 pm

    Dank voor dit prachtige artikel over een onderwerp dat, hopelijk, veel mensen bezig houdt. Ik ben nooit specifiek in Israël geïnteresseerd geweest en ik ging alleen maar naar de Westbank omdat ik verandering zocht en er iemand werd gezocht die daar een huis waar enkele jonge Palestijnen die in Jeruzalem studeerden of werkten onderdak kregen kon bevrouwen. Wel had ik me ingelezen, voordat ik daar naartoe vertrok. Dat was begin 1996 en het vredesproces was in volle gang, althans dat meende men. Rabin was doodgeschoten en werd geëerd als grote vredesman. Maar de eerste dag werd ik geconfronteerd met enerzijds twee of drie grote bomaanslagen van Hamas en anderzijds de versneld voortgezette bouw van de nederzetting Ma’ale Adumim, ten oosten van Jeruzalem, en bleek dat vredesproces een wassen neus.

    Vanaf dat moment heb ik oog gekregen voor die andere kant van alles. Niemand en niets is alleen maar goed of slecht. Dat hangt af van de uitwerking. Je kunt het nog zo goed bedoelen, maar als de uitwerking slecht is, blijft van de bedoeling niets meer over, behalve dan de smoes dat je het goed bedoelde.

    Etty Hillesum schrijft dat je, als het maar even kan (mijn toevoeging), beter kunt zorgen dat je nooit spijt van iets hebt. Meer dan je best doen het goede te doen kunnen we niet, behalve dan natuurlijk de verantwoordelijkheid voor je daad bij jezelf houden. Als me iets hindert in de discussie over Israël, dan is het dat juist dat laatste niet gebeurt. Het ligt altijd aan de ander. Daarmee wordt de vrede op een afstand gehouden.

    Een probleem dat dan opduikt is dat beide partijen dit doen. Maar punt is dat in een situatie waarin symmetrie ontbreekt, de grootste verantwoordelijkheid bij de sterkste partij ligt en dat is zonder twijfel Israël. Rabin was vast een aardige man, Sharon een fijne grootvader en een vriendelijke werkgever, maar hun daden klopten nauwelijks of niet. Peres wordt als een vredesman gezien, maar hij begon wel eenzijdig aan een oorlog tegen Libanon en ook zijn raketten doodden daar Palestijnse vrouwen en kinderen in Kana. Obama lijkt een goed mens, maar ook zijn daden deugen nogal eens niet. Macht is inderdaad gewetenloos en dat zouden de mensen die de macht hebben beter kunnen beseffen, maar dat blijkt moeilijk.

  2. February 23, 2014 at 7:47 pm

    Het was een wijs besluit van Rabin.
    Tenzij je liever opteert voor verder geweld. Een toegankelijke plek zou vrijwel zeker inzet geworden zijn van extremisten aan beide zijden.

    • February 23, 2014 at 10:58 pm

      Ja, sinds 20 jaar zitten de extremisten nu slechts aan één kant. Een wijs besluit.

      • February 23, 2014 at 11:32 pm

        Ik verwacht dat het aantal extremisten aan beide zijden gedaald is.

        • February 24, 2014 at 12:14 am

          Dan lees je, zoals men al vermoedde, nooit de stukken waar je op reageert. Hoe machtelozer de Palestijnen, hoe erger het joods extremisme. Van iemand die er met haar neus bovenop zit:
          Hebron is de beerput van de bezetting, de plek waar de meest kwaadaardige vertakkingen van het Israëlische beleid van segregatie en militaire controle het duidelijkst te zien zijn. Het is een spookstad waar het de Palestijnen verboden is de hoofdstraat van hun eigen stad te betreden; waar ze geen zaken mogen doen; waar kolonisten vrijelijk hun gang kunnen gaan met 24-uurs bescherming van het leger; waar kolonisten op de bovenste verdieping wonen in dezelfde huizen als Palestijnen, gescheiden door een metalen hek waar ze eieren, vloeistoffen en afval doorheen gooien naar de Palestijnen; waar Palestijnse kinderen van vijf jaar oud worden opgepakt, terwijl Israëlische kinderen nooit worden gestraft voor hun gewelddadig gedrag; waar kolonisten die Palestijnen aanvallen niet worden gearresteerd omdat het sabbat is.
          Mairav Zonszein

    • Aleid Blink
      February 24, 2014 at 10:18 am

      Wat was een wijs besluit van Rabin? Dat hij opdracht gaf de bouw van nederzettingen versneld voort te zetten, alle afspraken die er werkelijk toe deden op los zand te gronden of naar de toekomst te verschuiven? Voor de oppervlakkige leek zijn besluit inderdaad wijs, maar voor de geïnformeerde en goed waarnemende insider en gezien de gevolgen was hij eerder sluw.

  3. February 23, 2014 at 7:49 pm

    Een duivels dilemma, inderdaad. Bob Dylan vond ik soms wel leuk, maar nooit een plaat gekocht. Ook Woody Allan, meesterlijk in zijn genre, het Woody Allan genre, ik heb nog steeds geen dvd. En Newton? ik kan er niet omheen, dus die neem ik ‘t het meeste kwalijk dat hij niet leuk en aardig was. Misschien is dat het nare van het ‘slechte’ voorbeeld geven, het bederft je goede zin in die andere zaken. En dan kun je het toch niet los van elkaar zien. Newton is het nog te vergeven, met de kennis van toen had hij het nu niet beter gedaan. Maar wat hadden we nog wel niet meer kunnen weten, was hij niet zozeer een zoon van de duivel dan van god geweest.

Comments are closed.