De mythen van het zionisme

mythszionism

De Britse socioloog John Rose publiceerde bijna tien jaar geleden een klein boekje met als titel The Myths of Zionism. Een mythe onderscheidt zich van een leugen door het feit dat er bij het geloof in mythen geen intentie is om te bedriegen. Dat is althans een onderscheid dat Rose aanhoudt, hoewel daar natuurlijk nog wel iets op af te dingen is. Men kan mythen ook gebruiken voor een politiek doel, zonder er in te geloven, maar gebruik makend van de autoriteit van de bron, bijvoorbeeld de bijbel.

In de context die ons hier interesseert is de leider van het zionisme David Ben-Goerion een mooi voorbeeld. Deze seculiere zionist weigerde volgens Uri Avnery zelfs een keppeltje te dragen op begrafenissen, zelfs niet uit piëteit met de nabestaanden. En toch was er geen andere Israëlische politicus die zoveel aan heilige teksten refereerde, in een poging het etnisch nationalisme in Israël te bevorderen, als juist Ben-Goerion. “De Bijbel is ons mandaat” liet hij in 1936 de Britten weten, toen er een grote Palestijnse opstand was uitgebroken. De Britten hielden nog tot 1946 vast aan hun mandaatgebied, toen de terreuraanslag op het Koning Davidhotel door een joodse militie hen deed besluiten zich terug te trekken uit het gebied.

Wat Rose wil aantonen in zijn boek is dat het zionisme bij elkaar wordt gehouden door een verzameling mythen. Zoals veel mensen die zich op enig moment serieus zijn gaan verdiepen in de situatie in Palestina was er ook voor Rose een duidelijke aanleiding. In zijn geval was het een uitspraak van de voormalige premier van Israël, Ehud Barak, in 2002. Barak claimde dat “liegen” een intrinsiek onderdeel is van de Arabisch cultuur. Tijd dus om de uitspraken van zionistische ideologen en de zionistische folklore zelf eens onder de loep te nemen.

In tien jaar is er veel veranderd, maar niets ten goede als we het vanuit het perspectief van de Palestijnen bekijken. Vorige week was de Israëlische journalist Amira Hass in Nederland voor een paar lezingen. En ook al trok zij vooral mensen die zich op enigerlei wijze bezig houden met de situatie, toch was ze erg duidelijk over hoe het er momenteel aan toegaat: “Jullie denken dat de situatie zeer ernstig is, maar hij is duizendmaal erger dan je denkt.” (Lees een korte samenvatting bij EAJG.)

In tien korte hoofdstukken behandelt Rose een aantal bekende onderwerpen, vaak aan de hand van belangrijke boeken. Hij begint met David Ben-Goerion, wiens ideeën eigenlijk allemaal zijn terug te voeren op zijn verachting voor alles wat Arabisch is. Zo probeerde hij de joodse bevolking wijs te maken dat Palestina 2000 jaar lang braak had gelegen, totdat de zionisten de woestijn tot bloei kwamen brengen. De Arabieren hadden het land “besmet” of vernietigd. Hij kon moeilijk hun bestaan ontkennen, want al in 1909 stond hij met een wapen in de hand “zijn Heilige Land” op te eisen.

Met zijn bizarre interpretaties en verzinsels zorgde Ben-Goerion voor wat de socialist Isaac Deutscher “de kwade geest van Israëlisch chauvinisme” noemde. De argumenten komen vandaag de dag nog steeds terug in wisselende vormen bij mensen die de joodse staat blijven verdedigen. Tegenwoordig is het echter vooral luiheid (of bewust liegen), want de afgelopen decennia hebben archeologen en historici aangetoond dat er werkelijk niets klopt van het joodse verleden. Het geweldige rijk van Koning David, de exodus, de Bar Kochba-opstand, de collectieve zelfmoord bij Massada, het zijn allemaal mythen.

In hun baanbrekende boek The Bible Unearthed: Archaeology’s New Vision of Ancient Israel and the Origin of Its Sacred Texts uit 2001 leggen Israel Finkelstein en Neil Asher Silberman de Bijbel naast het archeologische bewijs. En ook de expert op het gebied van vergelijkend godsdienstonderzoek Karen Armstrong laat weinig heel van het zionistische wensdenken.

Alle naties hebben hun ontstaansmythen, het probleem met Israël is echter dat deze bewust misbruikt zijn om een ander volk van z’n land te beroven en tot op de dag van vandaag te onderdrukken en feitelijk te vernietigen. De “ecologische oorlog” in de Gazastrook met mogelijk de uitbraak van epidemieën is daar het meest recente voorbeeld van.

Een ander onderdeel dat vaak niet goed begrepen wordt is de claim van “tweeduizend jaar lijden”. Rose laat mooi zien hoe dit beeld te wijten is aan het feit dat de enorme verdiensten en de machtige posities van joden door de eeuwen heen vaak worden verzwegen.  Een voorbeeld die de twee kanten van het verhaal laat zien is het zogenoemde Arenda-systeem dat tussen de 16e en 18e eeuw in Polen in zwang was. Tegen het eind van de 16 eeuw was de joodse bevolking in Polen minstens verviervoudigd tot meer dan 100.000.

De Poolse adel had behoefte aan mensen die de enorme landerijen konden beheren en dus de arme bevolking onder de duim konden houden. Dat was het Arenda-systeem. Veel joden kwamen in dergelijke posities terecht als tussenpersonen. De professor Joodse Studies Chimen Abramsky formuleerde de situatie aldus: “de hemel voor joden, een paradijs voor de Poolse adel en een hel voor de lijfeigenen”.

Toen er in 1648 een opstand uitbrak onder de bevolking was ongeveer de helft van de landerijen in beheer van joden. Om die reden kwamen er naast Poolse edelen en katholieken ook veel joden om het leven. Het zou echter onterecht zijn hier van antisemitisme te spreken: het was een opstand tegen een onderdrukker, wie dat ook was geweest. Desalniettemin had het verlies van hun lucratieve economische positie en het bloedbad een belangrijk effect op de joden.

Rose ziet parallellen tussen het oude Arenda-systeem en het huidige zionisme in Israël. Ook nu krijgt het zionisme onafhankelijkheid als dank voor het behartigen van Amerikaanse economische en politieke belangen in het Midden-Oosten. Een zionisme dat zijn oorsprong heeft in de kolonisatie van Palestina.

Aan het strategische belang van Israël voor de Verenigde Staten wordt een apart hoofdstuk gewijd. Hier leunt Rose zwaar op “waarschijnlijk het belangrijkste boek over Israël in de tweede helft van de 20e eeuw”. Het gaat hier om Noam Chomsky’s The Fateful Triangle, The United States, Israel and the Palestinians.

Hier komt de onverkwikkelijke Suezcrisis langs, maar ook het minder bekende feit dat Frankrijk vanaf de jaren vijftig een tijdje Israëls belangrijkste militaire sponsor was. In ruil daarvoor steunde Israël Frankrijk weer bij de afschuwelijke Algerijnse oorlog, een van de meest bloedige pogingen anti-koloniale bewegingen te bestrijden.

Met de kennis van twintig jaar “vredesbesprekingen” zien we nu beter dan toen hoe Bill Clinton Israël een enorme dienst bewees door na de Oslo-akkoorden oude VN-Resoluties “eenzijdig en overbodig” te verklaren. Dit had met name effect op Resolutie 194 uit 1948, waarin het recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen was vastgelegd. Bijna vijftig jaar werk van de Verenigde Naties werd door Clinton om zeep geholpen. Wat ervoor in de plaats kwam was de vredeszwendel die nog steeds doorgaat en dagelijks slachtoffers maakt.

The Myths of Zionism heeft een uitgebreide literatuurlijst en veel nuttige noten. De conclusie van het boek is, niet verrassend, pessimistisch. “Zionisme is het probleem; het moet verdwijnen om vrede een kans te geven in het Midden-Oosten”, en dat is nu, tien jaar later, nog geen stap dichterbij gekomen. Voormalig premier Ehud Olmert zei deze week nog dat premier Netanyahu Amerika “de oorlog heeft verklaard”, vanwege diens weigering om tot een vreedzame oplossing met Iran te komen.

De vergelijking met het Apartheidsregime van Zuid-Afrika gaat slechts ten dele op voor Israël, maar de voormalige loco-burgemeester van Jeruzalem Menon Benvenisti maakte die vergelijking met een goede reden: men zag – onder andere door internationale druk – op tijd in dat de situatie onhoudbaar was geworden. Indien dat niet was gebeurd, was het op een later tijdstip door middel van een bloedige opstand toch zover gekomen. Daarin zit dan nog een spoortje optimisme, in de laatste regel van het boek: als Israël op tijd tot inkeer komt, voorkomen we de ontmanteling van de staat door middel van een bloedige revolutie.

De catastrofe ligt nu volledig aan de kant van de Palestijnen, maar het kan nog erger, iets waar ook Amira Hass bang voor is. De joodse bevolking van Israël kan ook het slachtoffer worden en dan zijn er alleen maar verliezers. In de visie van veel anti-zionisten zijn de meeste Israëlische joden net zozeer slachtoffer van het zionisme als de Palestijnen. Het is niet toevallig dat onder de critici veel mensen zitten uit de Arbeiderspartij die eerder deze situatie hebben helpen creëren en nu met angst en verbijstering het monster van Frankenstein zien dat ze hebben geschapen.

Zowel de V.S. als de EU zouden op z’n minst duidelijke uitspraken kunnen doen die verder gaan dan wat verwijzingen naar wetten en regels; de diplomatie heeft jammerlijk gefaald. Als de Israëlische regering gedwongen wordt tot duidelijke uitspraken over hun ware agenda en zich niet langer verbergt achter leugens en rookgordijnen zal dat een eerlijke berichtgeving ten goede komen. Bij een misplaatste loyaliteit met een land dat afstevent op een ramp is niemand gebaat.

Engelbert Luitsz

 

12 comments for “De mythen van het zionisme

  1. sinterklaas
    December 5, 2013 at 9:23 am

    Ik mis één belangrijk ding, het verschil tussen asjkenazi joden en sephardische.
    Zoals bekend zijn de sephardische de ‘echte’, dat zijn semieten.
    De asjkenazi stammen af van de Aziatische Khazars.
    In het Ottomaanswe rijk waren de asjkenazi joden gehaat als belastingpachters en rentmeesters, de sephardische niet of veel minder.
    Het meedogenloze van de asjkenazi joden zou van hun Aziatische afstamming kunnen komen.

    • Aleid Sevenster-Blink
      December 5, 2013 at 4:01 pm

      Alleen talen zijn semitisch, en wel Arabisch, Aramees en Hebreeuws. Meedogenloosheid is geen aangeboren karaktertrek, maar aangeleerd gedrag. Dat joden taken vervulden die met het innen van geld te maken hadden, kwam doordat christenen niet met geld wilden omgaan en zij in die niche sprongen (om het modern te zeggen).
      In het prachtige boek De revolutieverzamelaar, uitg. Podium,doet George Nypels, oorlogscorrespondent van het Algemeen Handelsblad, verslag van zijn reis begin 1919 naar Polen. Hij doet daar o.a. onderzoek naar het hoe en waarom van de in voorgaande periode gevoerde pogroms. De kloof tussen beide bevolkingsgroepen, Polen en joden, lijkt vrijwel onoverbrugbaar is. Ook de joodse gemeenschap is verdeeld. Er zijn zionisten en assimilisten. In de grote synagoge vertelt iemand hem het programma van de zionisten: zij eisen het recht op sabbatsviering, op onderwijs in Hebreeuws en Joddisch, op joods bestuur in joodse gemeenten en landstreken, en ze willen gelijke rechten voor Polen en joden – en dat niet alleen op papier, maar ook op straat. Wilson pleitte in Versailles al voor een beschermde minderhedenstatus van de joden in Polen.
      Nypels vindt dit niet onredelijk, maar is meer te spreken over de assimilisten. Een van hen vertelt hoe het antisemitisme in Polen is ontstaan. “Het begon rond 1900, toen in het Russische deel van Polen veel joden arriveerden die uit het ‘kern’-deel van Rusland waren vrjaagd. De Polen voelden zich bedreigd door deze vreemdelingen, die hun Russisch-joodse cultuur hadden meegebracht en niet bereid waren op te gaan in de Poolse samenleving. Ze richtten zelfs een Joodse Nationalistische Partij op om hun eisen kracht bij te zetten. Dat versterkte het antisemitisme onder de Polen aanzienlijk.”
      Dit leidde tot een Poolse tegenreactie. Toen WO I uitbrak werden de Jiddisch sprekende Poolse joden door de Duitsers gedwongen hen in hun land de weg te wijzen. Ook propageerden de Duitsers het Jiddisch op scholen, omdat zij dit als een Duits dialect beschouwden. Toen de Russen terugkeerden, executeerden zij veel joden omdat zij geheuld zouden hebben met de Duitsers en deporteerden vervolgens grote groepen joden naar het westen van Polen. In Warschau liepen in de winter van 1918 42.000 dakloze joden rond en vele anderen bivakkeerden in een van de 90 asielcentra aldaar. Ook werden toen alle joden als bolsjewieken beschouwd. na publicatie van dit verhaal verloor het Handelsblad vele lezers, maar wel slechts tijdelijk.

      Dit verhaal spreekt voor zichzelf en voor wie de geschiedenis van Israël heeft bestudeerd, klinkt het bekend in de oren. Feit is dat de zionisten i.p.v. een einde te maken aan het antisemitisme, dit met hun politieke eisen hebben aangewakkerd en dat dit ten koste is gegaan en nog steeds gaat van de mensen die daarmee zij meenden te steunen, waaronder velen die deze eisen niet onderschrijven. Het ‘doe een ander niet aan wat u is aangedaan’ blijkt steeds weer een moeilijke opdracht.

      • Egbert Talens, Zutphen
        December 6, 2013 at 2:19 pm

        Uitmuntend verhaal, én… wat meer is: anders dan die doorgaans gemakzuchtige one-liners, een uiteenzetting die de sfeer tekent achter maatschappelijke ontwikkelingen. Elders, bijvoorbeeld op de site van Trouw, moeten reacties in het keurslijf van zo’n 500 karakters geperst worden, waardoor bijna altijd de essentie van je verhaal verloren gaat. Maar ja, zo zit het moderne leven nu eenmaal in elkaar: alles moet snel en (dus) kort, en het zijn vooral uitgekookte politici die met die methode hun voordeel proberen te doen. Want zelden komt de wáre betekenis van hun gekonkel voldoende aan de oppervlakte. Als er één situatie is waarbij dit speelt, is het het opzetten, klaar stomen, en uitvoeren van het politiek-zionistische project ‘der Judenstaat’, waarvan de houdbaarheidsdatum overigens in het zicht begint te komen.
        Als laatste: de universele gedragsregel in de laatste zin komt als zodanig — maar dan in spijkerschrift — voor op de zuil van Hammurabi, en politieke zionisten avant la lettre schroomden niet deze als hun eigen richtlijn in de Tora te vermelden. Plagiaat dus, eveneens avant la lettre…

        Kortom: goede zaak, Engelbert, óók ruimte tot zinvol commentaar te bieden…

        • Aleid Sevenster-Blink
          December 6, 2013 at 7:13 pm

          Teksten uit religieuze boeken als Thora, Bijbel en Koran etc. zijn deel van het al veel langer bestaande religieuze gedachtengoed dat zich onder de mensen had verspreid. Die teksten eigent men zich pas toe als ze in schrift zijn vastgelegd oftewel in steen zijn gegoten. Genoemde regels op de zuil van Hammoerabi moeten m.i. niet gezien worden als zijn eigendom en juist omdat het om een universele gedragsregel gaat, lijkt het mij niet erg als anderen deze overnemen, integendeel zelfs.

          Wat ik wel ernstig vind is als dergelijke teksten tot exclusief eigndom worden verklaard, zoals godsdienstigen nogal eens plegen te doen. Het is die exclusiviteit die conflicten oproept. Dit is ook te zien in wat indertijd in Polen gebeurde. Het waren de zionisten die een status apartus voor hun vermeende geloofsgenoten opeisten, zoals nu ook gebeurt in Israël. Dat misschien wel het merendeel van deze zgn. geloofgenoten niet meer wilden dan in alle rust hun geloof belijden, liet hen koud. Maar de slachtoffers vielen toen niet en later ook niet onder de zionisten. Dat is wat men doorgaans niet beseft of wil beseffen. En zij gaan rustig door met vijanden maken.

          • Egbert Talens, Zutphen
            December 6, 2013 at 10:37 pm

            Helemaal mee eens, Aleid! Universeel wil zeggen: geldig voor íedereen, en het is niet eens onmogelijk dat Hammurabi op zijn beurt, met ‘wat gij niet wilt…’, schatplichtig was aan misschien de Sumeriërs of de Gluteeërs. Wie zal het met zekerheid zeggen? Ja, zij die exlusief claims leggen op zulk universeel gedachtegoed en het slechts ten eigen nutte aanwenden, misbruiken dus, begaan een onvergeefljke fout, die enkel en alleen door diezelfde zich superieur voelende lieden of hun nakomers kan worden gecorrigeerd, wat overigens niet al te zeer voor de hand ligt.

            Een typisch voorbeeld van zich ‘schatten’ van anderen toe eigenen, vind ik de poging de wijsheden van Hammurabi toe te schrijven aan koning Salomo; zonder enige gêne overbrugt men de tijdsspanne die tussen beide koningen bestaat — zo’n 600 jaar, áls koning Salomo al ooit hééft bestaan, evenals zijn vader David — en gaat men als spindoctors te werk, niet gehinderd door bestaande gegevens over de tijd waarin Hammurabi moet hebben geleefd. Sterker nog, men beweert doodleuk dat Hammurabi en Salomo één en dezelfde persoon zijn geweest. Het doet bijna vermakelijk aan, als het niet om zo een grove miskenning van algemeen erkende geschiedsfeiten zou gaan. Zo kan dus te werk worden gegaan, als men eigen fantasieën rücksichtslos op de voorgrond plaatst. Une mer á boire…

  2. Aleid Sevenster-Blink
    December 7, 2013 at 1:02 pm

    Prima, Egbert, dan verstaan we elkaar tenminste. Ik denk echter wel dat er niet te zwaar geteld moet worden aan dat toeschrijven van deze uitspraak aan koning Salomo, want zo gaat dat nu eenmaal met mythes. Van Salomo is nog nooit iets teruggevonden dat zou kunnen wijzen op zijn daadwerkelijke bestaan. Niet de mythes maar de pogingen om dit soort verhalen als geschiedenisverhalen te bestempelen, zijn een bron van kwaad, zoals die van de ultra-orthodoxe kolonisten met hun claim op Juda en Samaria omdat God dat land hen beloofd zou hebben.

    Bovendien was die zuil nog niet gevonden in de tijd dat de Schrift ontstond. Kennelijk was die uitspraak wel al algemeen bekend, zoals hij vermoedelijk ook bij Hammoerabi bekend was, via mondelingen overdracht. Het ‘je maintiendrai’ is ook zo’n universele gedragsregel, tenminste dat is waar we allemaal toch dagelijks mee bezig zijn, ook al denken nogal wat mensen dat zij alleen daar slachtoffer van zijn.

    Maar bij nader inzien, op welke regel doel je eigenlijk? Ik heb de code van Hammoerabi opgezocht, maar zag alleen een hele serie wetsregels. Het is natuurlijk wel zinvol hier duidelijkheid over te verschaffen. Al is deze discussie ook zonder dat zinvol.

    • Egbert Talens, Zutphen
      December 7, 2013 at 2:10 pm

      De regel (in uw reactie van 5/12) waarop ik doelde is: … ‘doe een ander niet aan wat u is aangedaan’. Ik schreef ‘regel’ en bedoelde daarmee die richtlijn. U zag regel mogelijk als een regel in uw reactie; zo kunnen misverstanden ontstaan.

      Ik wil nog dit opmerken, n.a.v. wat u schrijft: ‘Bovendien was die zuil nog niet gevonden, in de tijd dat de Schrift ontstond.’ Met ‘Schrift’ doelt u ongetwijfeld op óf de Tora, óf op de Bijbel. Maar dat onder Nebukadnessar Israëlieten vanuit Jeruzalem náár Babylonië werden afgevoerd — rond de 12.000 — mag wel als een geschiedkundig feit worden gezien en opgevat. En tijdens díe ballingschap kwamen Israëlieten dus in aanraking met de Babylonische cultuur, welke doordrengt schijnt te zijn geweest met godsdienstige rituelen; op elke hoek van de straten stond een soort gedenkruimte — vergelijkbaar met de latere katholieke kapelletjes, is mijn inschatting — die de Babyloniërs bij de les moesten houden. Ook zal ‘Wat gij niet wilt…’ een way of life zijn geweest, een richtlijn c.q. regel, die deze ballingen — uit Ke’na’an, voor mijn part uit Judea of Samaria, of Israel — niet ontgaan kan zijn; zodat Ezra en Nehemia deze universele opdracht — Kant zou er de categorische imperatief uit destilleren — verwerkten in hun levenswerk: de onderwijzing aan de Israëlieten ofwel de Tora, en wat ik dus een plagiaat avant la lettre wens te noemen.

      • Aleid Sevenster-Blink
        December 7, 2013 at 5:40 pm

        Pleeg ik plagiaat als ik het adagio je maintiendrai, oftewel ik zal volharden, verwerk in mijn levenswerk zonder bronvermelding? Ik dacht van niet. Wat is trouwens de bron? Vast niet de vermelding onder de Nederlandse Leeuw. Dat is dan ook weer plagiaat. Trouwens, kan het feit dat jij hier het ‘doe een ander …’ opvoert zonder de naam te noemen van de jood van wie dit afkomstig is, dan niet ook als plagiaat veroordeeld worden?

        Ik vind het niet zo handig om over dit soort kleinigheden te vallen; ook niet als het de zionisten betreft. Er zijn ook mensen die beweren dat de Koran plagiaat is, omdat daar veel bijbelse verhalen in zijn overgenomen. Die verhalen waren echter van iedereen en werden overal verteld. Hetzelfde geldt vast en zeker ook de wetten in die stenen zuil gehouwen werden. Die hebben overigens veel weg van de tien geboden op de stenen tafelen waar Mozes mee de berg afkwam en die hij beneden aangekomen weer kapot smeet.

        Met de Schrift bedoelde ik inderdaad de thora/bijbel, koran en eerdere religieuze geschriften.

        • Egbert Talens, Zutphen
          December 7, 2013 at 10:10 pm

          Kleinigheden… Wel, alles is relatief en veel hangt af van wat iemand probeert te bereiken, zoals met een richtlijn of met ideeën anderszins, als daarmee de belangen van de een bóven die van anderen worden geplaatst. Het is wel zo netjes, zo niet volwassen en integer, als je de bron van jouw inspirerende gedachte(goed) vermeldt, wanneer je zelf niet die bron bent.

          Nmbm zitten er wel enkele hiaten in uw benadering van 5:40 pm, overigens. Ik gaf aan dat het ‘Wat gij niet wilt…’ afkomstig is van de Zuil van Hammurabi. Dan komt het zó opvoeren van die richtlijn toch niet voor míjn rekening? En van een jood kan díe inkerving niet afkomstig zijn; deze benaming, jood, bestond volgens mij nóg niet, zo rond 1800 BCE. Hooguit een Ivriet, of hoe die Habiru toen ook genoemd werden. Jood, van Judea, kwam pas later in gebruik.
          En wat Mozes betreft, met ‘zijn’ stenen tafelen… Tja, ik ga ervan uit dat deze materie op rekening van Ezra en Nehemia komt, toen ze aan Babels Stromen niet alleen weenden, maar aan hun fantasieën alle ruimte gaven, bij het bedenken van een verhaal waarmee ook de uittocht uit Egypte wordt beschreven. Inderdaad, die (tien?) geboden staan op de Zuil van Hammurabi, naast nog vele andere, zoals de verplichting een ballustrade rond een plat dak aan te brengen, om het ván-dat-dak-afvallen te voorkomen. Dat psalm 29 volledig uit de Babylonische cultuur stamt, is ook zo’n aanwijzing voor die vermenging van divers gedachtegoed, al vermeldt de Bijbel bij die psalm doodleuk: Een psalm van David. [ Tussen haakjes: in de Bijbel staan 150 psalmen, maar het zijn er in feite (maar) 149. Toch enigszins vreemd, nmbm. ]

  3. Aleid Sevenster-Blink
    December 8, 2013 at 3:05 pm

    Het wordt nu leuk eens verder te kijken naar de gulden leefregel ‘als gij niet wilt …’ Aldus gedaan en volgens Wikipedia is er geen definitieve herkomst, maar om overlevering vanuit het confusianisme, 2.1 confucianisme, hindoeïsme, jaïnisme, boeddhisme, oude oosterse wijsheid, zoroastrisme, Grieks-Romeinse oudheid, jodendom, oerchristendom, islam, bahai. De volgorde is niet van mij, de kleine beginletters wel. Inderdaad, vermenging van gedachtengoed.

    Dat het nu netter is wel de oorsprong te vermelden is duidelijk, maar vroeger hechtte men daar niet alleen niet aan, maar was dit vaak onmogelijk. Ik heb zelfs de ontstaansgeschiedenis van Je maintiendrai opgezocht, maar dat verhaal valt buiten deze discussie.

    Joden zijn de bewoners van de landstreek of het rijkje Juda. Dat valt ook buiten onze discussie. Abiru, Hebreeër, Ivriet, Iberia (Spanje): het is niet duidelijk of het een wel van het ander afstamt. Abiru duidde op o.a. buitenstaanders. Dat kan dus kloppen, maar is geen eigennaam.

    Wat maakt het uit wie precies die prachtige psalmen heeft geschreven. De bijbel is een samenraapsel van allerlei prachtige, overgeleverde verhalen. Het zijn de mensen die zich meer om de buitenkant bekommeren dan om de geestelijke rijkdom, die ze per se aan iemand toeschrijven en dit in steen gebeiteld willen zien. Ik geloof juist in de rijkdom van die vermenging van gedachtengoed. Zonder dat was alles gebleven wat het was. Vermelding van bronnen in dezen is bijzaak en niet vermelden natuurlijk niet per se een joodse of zionistische zonde.

  4. Egbert Talens, Zutphen
    December 8, 2013 at 5:35 pm

    Hoe lang Engelbert, onze royale gastheer, ons nog toestaat deze discussie voort te zetten, moeten we maar gelaten afwachten. In vergelijking met (alweer) bijvoorbeeld de site van Trouw, is dit zonder meer een verademing. Deze ouverture voor wat die waard is…

    De regel luidt níet ‘Als gij niet wilt…’, maar ‘Wat gij niet wilt…’. Ik vermeld dit feitje enkel en alleen om aan te geven hoe snel een naar voren gebracht item een (iets) andere vorm, gedaante zo men wil, kan aannemen. Waarna een ontwikkeling plotseling een geheel andere kant op kan gaan. Hier kan dit feitje geen schadelijke gevolgen hebben, daar wij beiden eenzelfde insteek eropna houden: omwille van nader inzicht op zoek gaan naar bronnen die ertoe (kunnen) doen. Elders, in de politiek bijvoorbeeld, kan het tot enorme repercussies voeren. [ Een voorbeeld hiervan vormt natuurlijk het conflict Israel-Palestina, waar vooral aan politiek-zionistische kant onverantwoordelijk gesold wordt met de feiten die -- en dit is toch wel opmerkelijk, om niet mijn geliefde kreet 'opmerkwaardiglijkvreemd' ten tonele te voeren -- niet alleen betrekking hebben op (de) niet-joodse gemeenschappen in Palestina, wat nog voor de hand ligt, maar ook op geschiedkundige achtergronden van wat genoemd wordt het Joodse volk. Zoals in Engelberts artikel hierboven ook wordt aangetoond. Ik zie dat hij een tikfoutje in dat artikel hersteld heeft; een 'l' veranderd in een 'd'. Dit alles dus tussen haakjes... ]

    Wat mij intrigeert is de naam ‘Iberia’. Zou daar een link liggen met Habiru c.q. Apiru? Interessant. Dat de benaming Sefardi relateert aan Spanje, is algemeen bekend, maar dan als Sefarad. Habiru was de benaming die anderen aan deze mensen gaven, met mogelijk een enigszins ongunstige achtergrond, zoals bij Zigeuners het geval is of kan zijn. Hebreeën is naar alle waarschijnlijkheid afgeleid van Habiru.

    Nog even terug naar Babylon. De afgevoerde Israëlieten kregen stukken grond tot hun beschikking; o.a. in Ninivé. Een in dat gebied verblijvende Israeliet was Tobias. Hij komt voor in het apocriefe boek Tobias; Tobias 4:16 omvat de regel: ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’. Als Tobias zijn sterfdag voelt naderen, vermaant hij zijn zoon met o.a. deze aanmaning. Wie zal zeggen of hij die regel zelf bedacht heeft, of dat hij deze in Babylon of elders opdeed? Het maakt inderdaad niet uit. Als categorische imperatief avant la lettre, deed ze opgeld, want universeel wil zeggen: van en voor álle tijden, van en voor mensen van goede wil…

  5. Aleid Sevenster-Blink
    December 9, 2013 at 2:14 pm

    Eerst even universeel. Betekent dat niet ook dat het iets betreft dat in ieder mens kan opkomen, dus niet speciaal aan een iemand gerelateerd kan worden of hoeft te worden, zoals ook bv. de zgn. volks- of tegeltjeswijsheden? Daar werd in zgn. elitaire kringen geringschattend over gedaan, maar dat zegt vooral iets over de hooghartigheid van die elite. Ook dit is trouwens van alle tijden. In Don Quichote is het de domme knecht Sancho Pancha die daarmee de edelman die zover van de wereld is dat hij zelfs met molenwieken een gevecht aangaat, min of meer voor gek zet. Dit was de reden dat dit boek toen het uitkwam, geen succes had bij de lezende minderheid, omdat deze zich daarboven verheven achtte.

    Dat deze benaming een ongunstige bijbetekenis had is niet onwaarschijnlijk, maar dan vooral zoals wij wat achterdochtig wel eens zeggen, ‘wie is die snuiter’, als een onbekend persoon voorbij loopt. Zo heeft de benaming moslims de afgelopen jaren voor heel wat mensen ook een nare bijklank gekregen. Dat is wat mensen doen met wat vreemd bij hen overkomt.

    Bij mijn zoektocht naar Abiru kwam ik interessante informatie tegen. Het is een lang verhaal en daarom geef ik hier de website: http://www.britam.org/Hiberu.html Were the Ancient Hebrews the Same as the Habiru? Daarop vond ik ook de associatie met Iberia. En volgens deze site was het Jona, van de walvis, die zich een habiru noemde.
    Dat kan natuurlijk ironisch bedoeld zijn geweest.

    We zijn nu wel erg ver van het onderwerp geraakt. Misschien beter om te stoppen, maar niet zonder dit laatste motto te noemen: Ik discussieer dus ik leef! Verzinner bij mij bekend.

Comments are closed.