Het bloedbad van Sabra en Shatila


sabra_palestina_150913

Het opschrift luidt: Dit is het kerkhof van de martelaren van Sabra en Shatila
(met dank aan Hiba Al-Ali)

Op 16 september 1982 werd er een bloedbad aangericht in de vluchtelingenkampen Sabra en Shatila in Libanon. In deze kampen bij Beiroet zaten vooral Palestijnen. In twee dagen werden een paar duizend ongewapende burgers op beestachtige wijze afgeslacht door christelijke milities met hulp van het Israëlische leger. De toenmalige minister van Defensie van Israël, Ariel Sharon, had de kampen in West-Beiroet eerder laten omsingelen. Toen er niemand meer in of uit kon stuurde Sharon de falangisten naar binnen in de avond van 16 september, waarbij het Israëlische leger ervoor zorgde dat er niemand kon ontsnappen en de moordenaars met lichtkogels bijlichtte.

Twee dagen eerder was de net verkozen christelijke president Bashir Gemayel gedood bij een bomaanslag en dat werd gebruikt als “rechtvaardiging” voor de slachtpartij. Er werd gelogen over het feit dat Palestijnse militanten achter de bomaanslag zouden zitten, terwijl die er helemaal niets mee te maken hadden. Maar Sharon zat nooit om een leugentje verlegen als het ging om het vermoorden van Palestijnen.

De journalist Robert Fisk was een van de eerste buitenlandse waarnemers die de kampen bezochten. De slachting had tot 18 september acht uur ‘s morgens geduurd en om tien uur ging Fisk kijken. Hij had al vele jaren ervaring in het Midden-Oosten en had de meest vreselijke dingen meegemaakt, maar wat hij hier zag was erger dan hij ooit gezien had. Honderden ongewapende mensen die neergeschoten waren.

… daar lagen vrouwen in huizen met hun rokken omhooggetrokken en hun benen uiteen, kinderen van wie de keel was doorgesneden, rijen jonge mannen die in de rug waren geschoten nadat ze tegen een muur waren gezet. Er waren baby’s – zwarte baby’s omdat ze 24 uur eerder waren afgeslacht en hun lichaampjes reeds tekenen van ontbinding vertoonden – die op een hoop waren gegooid naast afgedankte Amerikaanse legerrantsoenen, Israëlisch militair materieel en lege whiskyflessen.

Hij ziet jongens van 12 of 13 jaar oud die gecastreerd zijn, er ligt een zwangere vrouw wier buik is opengereten met een mes. En Fisk weet direct al dat er gesproken zal worden over een “incident”, omdat Israël achter de gruwelen zat en omdat de slachtoffers Palestijnen waren. “Wanneer is iets geen bloedbad?”, vraagt hij zich af. “Als de aantallen te laag zijn? Of als ze zijn uitgevoerd door Israëls vrienden?”

Als Syrische troepen Israël waren binnendrongen, een kibboets hadden omsingeld en hun Palestijnse bondgenoten naar binnen hadden gestuurd om de joodse inwoners af te slachten, zou geen enkel westers persbureau tijd verliezen met zich af te vragen of we te maken hadden met een bloedbad.

sabra shatila

De genocidewet

Het leek zo’n prachtig initiatief: België zou het mogelijk maken verantwoordelijken van oorlogsmisdaden voor de rechter te brengen, waar ze zich ook bevonden. De wet dateert uit 1993, maar werd in 2003 ingrijpend gewijzigd toen onverlaten het waagden Amerikaanse en Israëlische oorlogsmisdadigers aan te klagen. Het was prima dat er wat Rwandese nonnen voor de rechter moesten verschijnen, maar de gedachte dat mensen als George Bush sr., Colin Powell of Ariel Sharon* zich aan de wet zouden moeten houden is natuurlijk bespottelijk.

Alles is te koop

Om België onder druk te zetten werd er gedreigd het hoofdkwartier van de NAVO te verplaatsen naar een ander land. Dat zou een enorme economische en politieke strop zijn voor onze zuiderburen. Het waren wederom de ususal suspects Donald Rumsfeld en Colin Powell die hiermee dreigden. België bond in en bepaalde dat er in het vervolg een link met België moest zijn om iemand te kunnen aanklagen.

Israël als slachtoffer

In een sessie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 16 december 1982 werd het bloedbad veroordeeld en werd vastgesteld dat het hier een genocide betrof. Het zou me niet verbazen als Israël zelf achter deze formulering zat, want dat was koren op de molen van hun juridische kanonnen, hun hooizakken. Canada reageerde meteen met te zeggen dat genocide hiervoor niet de passende term was, de Verenigde Staten waren verontwaardigd over het verkeerde gebruik van de term, en de bekende corrupte brigade aan politici, journalisten, advocaten en wat al niet wrong zich in allerlei bochten om aan te tonen dat de VN-resolutie bedoeld was om Israël te schaden, niet om recht te doen aan de slachtoffers.

Ariel Sharon

De Israëlische regering was niet van plan Sharon verantwoordelijk te houden voor wat er was gebeurd. Hij kon van premier Begin gewoon aanblijven. Pas na een grote demonstratie, georganiseerd door de vredesbeweging Peace Now, waarbij de vredesactivist Emil Grunzweig door een joodse rechts-extremist met een granaat werd vermoord , werd een “compromis” gesloten. Sharon zou aftreden als minister van Defensie, maar zou in de Knesset blijven als minister zonder portefeuille. De commissie Kahan had al vastgesteld dat Sharon persoonlijk verantwoordelijk was voor de gebeurtenis, maar desondanks kreeg hij later verschillende ministerposten en schopte hij het in 2001 zelfs tot minister-president, nadat hij in 2000 met zijn bezoek aan de Al-Aqsamoskee, vergezeld door 1000 militairen, de aanzet had gegeven voor de Tweede Intifada**. Daarmee ondermijnde hij het leiderschap van Ehud Barak, die dan ook de verkiezingen verloor.

Toen Time Magazine in 1983 een artikel plaatste over Sharons medeplichtigheid aan het bloedbad van Sabra en Shatila, eiste de verontwaardigde crimineel 50 miljoen dollar van de krant. Hij verloor die zaak, die in de Verenigde Staten voor de rechter kwam en – helaas voor hem – niet in Israël.

De oorlogsmisdaden van Sharon gaan terug tot de jaren vijftig van de vorige eeuw. In 1953 richtte hij de beruchte Unit 101 op, een doodseskader dat gespecialiseerd was in massamoorden op ongewapende burgers. Eind 1953 heeft hij bijvoorbeeld tijdens een inval op de Westelijke Jordaanoever 66 onschuldige burgers afgeslacht in het dorpje Qibya.

Zo word je dus minister-president in Israël. En onze politici blijven maar geloven dat de Palestijnen dwarsliggen.

Begin, Sharon, generaal Rafael Eitan en alle andere betrokkenen gingen en gaan nog steeds vrijuit. De extremist die Emil Grunzweig vermoordde kreeg 27 jaar cel. Altijd handig om dat soort lui achter de hand te hebben, nietwaar? Zie je wel dat Israël een democratische rechtsstaat is?

Het bloedbad van Sabra en Shatila was onderdeel van een grotere campagne, genaamd Vrede voor Galilea, waarbij  aan Libanees-Palestijnse zijde zo’n 20.000 doden vielen, voor het overgrote deel burgers, en ruim 30.000 gewonden. Aan Israëlische kant sneuvelden ruim 1000 soldaten.
 

 
Engelbert Luitsz

* Elie Hobeika, de commandant van de falangisten tijdens het bloedbad, had in 2002 contact gehad met de Belgische Vincent van Quickenborne, omdat Hobeika wilde getuigen tegen Ariel Sharon. Twee dagen later werd hij vermoord met een autobom.

** Tweede Intifada: Tussen 2000 en 2004 doodde het Israëlische leger 5050 Palestijnen, waaronder 937 kinderen, verwondde er 50.000 en arresteerde er 104.000. Meer dan 80.000 dunam land (1 dunam = 1000 vierkante meter) werd met bulldozers verwoest, bijna 1,5 miljoen bomen werden vernield, 15.000 geiten en schapen werden gedood en 12.000 koeien, 70.000 huizen werden deels en 7500 huizen werden totaal verwoest.

En het gaat nog steeds door…

Robert Fisk, The Forgotten Massacre (uit 2012, het “30-jarig jubileum”)

 

4 comments for “Het bloedbad van Sabra en Shatila

  1. palestijn
    September 17, 2013 at 9:15 am

    From Beirut to Jerusalem’, Thomas L Friedman, 1989, New York
    Een uitstekende beschrijving van de slachtpartij van Sharon.

    • September 17, 2013 at 10:33 am

      Friedman? Dat zou me verbazen. Ik ken het boek niet, maar Friedman staat bekend om zijn pro-Israel opstelling. Op Wikipedia staat ook: “In a book review for The Village Voice, Edward Said criticized what he saw as a naive, arrogant, and orientalist account of the Israel–Palestine conflict.” En in Said heb ik wel alle vertrouwen.

      • Egbert Talens, Zutphen
        September 17, 2013 at 5:41 pm

        ‘… the next moring I buried Amir Drori on the front page of The New York Times, and along with him every illusion I ever held about the Jewish state.’

        Dit schrijft Thomas L. Friedman op pagina 166 van ‘From Beirut to Jerusalem’ . Een week na de slachtpartij , Sabra en Shatila, stonden de Israelis Friedman het enige interview toe aan enige Westerse journalist met Majoor Generaal Amir Drori, the overall commander of Israëli troops in Lebanon. Friedman geeft toe beroepshalve niet onbevooroordeeld te zijn (geweest) bij dit interview. Ik zal proberen met mijn eigen woorden uit te leggen, hoe ‘not professionally detached’ moet worden opgevat: als jood met een emotionele verbondenheid met Israel, kon Friedman de gedachte niet verdragen, dat de Israelische troepen in Beirut niet hadden voorkomen, wat er in Sabra en Shatila was aangericht. Dus sloeg hij met zijn vuist op de tafel en schreeuwde hij Drori toe: “How could you do this? How could you not see? How could you not know?” En daarop schrijft Friedman: “maar wat ik in werkelijkheid met een zeer egoïstische instelling naar voren bracht, was: hoe konden jullie bastards míj dit aandoen? Ik had altijd gedacht dat jullie anders waren. Dat wíj anders waren. Ik ben de enige jood in West Beirut. Wat moet ik de mensen nú vertellen? Wat vertel ik mijzelf?
        Drori had geen antwoord. Ik wist het, en hij wist het…”.

        En dus begraaft Friedman majoor generaal Drori op de voorpagina van The NNYT, en met hem elke illusie die hij, Friedman, ooit koesterde met betrekking tot de Joodse staat…

        • September 17, 2013 at 6:41 pm

          Ja, Friedman ziet zichzelf ook als slachtoffer. De slechte PR voor het jodendom weegt vele malen zwaarder dan de dood van 2000 Palestijnen.

Comments are closed.