“Vrede” als zachte heelmeester

nyt

De New York Times

Een opiniestuk in de New York Times van vandaag (vandaag in print, gisteren al op internet!)  door de politicoloog Ian Lustick laat zien dat er ook in de Verenigde Staten goed wordt nagedacht over het “vredesproces” in Palestina. Het komt vlak na de afgang van Obama die tegen de zin van de bevolking, waaronder woedende veteranen, een illegale aanval op Syrië wilde doorzetten. Je bent dan al snel geneigd iets optimistischer te worden wanneer er vlak daarna ook een kritisch stuk verschijnt over het Midden-Oosten, waar Obama het helemaal heeft laten afweten vanaf het moment dat hij zijn befaamde Caïrospeech uitsprak in 2009 (“De situatie voor de Palestijnen is ondraaglijk“). Je hoopt dan op een ommekeer, maar dat zal wel te voorbarig zijn.

De New York Times wordt beschouwd als een van de beste kranten ter wereld. Maar ook zij hebben uiteraard hun manier van nieuws brengen. Als je A zegt, kun je niet tegelijkertijd B zeggen. In het geval van Israël wordt de NTY zowel verweten zionistische reclame te maken als anti-Israël te zijn. Afhankelijk van wie je spreekt en welke stukken je leest. Ook als informatie feitelijk juist is, is dat nog steeds geen “objectiviteit”, aangezien er ook altijd feiten zijn die niet genoemd worden. Hun slogan ‘All The News That’s Fit To Print‘ werd onlangs nog door Noam Chomsky geparafraseerd in een artikel over Syrië, waarin cruciale informatie niet werd genoemd (All The News That’s Not Fit To Print).

Professor Laurel Leff schreef een aantal jaren geleden een boek over hoe de NTY verslag had gedaan van de holocaust. Zij komt tot de conclusie dat die gebeurtenis niet voldoende aandacht had gekregen en dat dat was te wijten aan het anti-zionisme van de eigenaar, Arthur Ochs Sulzberger (de vader van de tegenwoordige voorzitter van de Raad van Bestuur Arthur Ochs Sulzberger jr.). Sulzberger sr. was een jood die een Britse vrouw trouwde, Sulzberger jr. is dus half joods. Volgens Leff wilde de familie niet dat de krant als een joodse krant werd gezien en werd er daarom minder aandacht besteed aan Israël dan velen zouden wensen. We kennen dit fenomeen in Nederland natuurlijk ook, de berichtgeving over Israël is voor veel mensen een reden om een krant op te zeggen of juist te kopen. Een opmerking van Leff in een interview met de joodse online boekensite JBooks over de huidige berichtgeving over Israël vond ik wel interessant:

Als er een anti-Israëlstemming is – en ik zeg niet dat dat zo is – dan is dat het product van andere krachten dan die welke aan het werk waren in de periode die ik heb bestudeerd. Ik moet ook zeggen dat de joden in alle steden waar ik lezingen heb gegeven – Los Angeles, Washington, Miami – denken dat hun krant anti-Israël is.

Niet lovend zijn over Israël wordt al snel gezien als anti-Israël. Of erger.

De illusie van twee staten

Toen ik vandaag het stuk Two-State Illusion las van Ian Lustick op de opiniepagina’s van de NYT, zat ik meteen te denken aan de reacties die daarop moeten volgen. Het is een haarscherpe analyse van de situatie en eentje die (dus) haaks staat op het beeld dat het AIPAC in de Verenigde Staten of het CIDI bij ons aan de man probeert te brengen.

Al meer dan dertig jaar zijn er experts en politici geweest die hebben gewaarschuwd voor een point of no return in de pogingen om tot een 2-statenoplossing te komen voor de Palestijnen. Mensen die nog in die mogelijkheid geloven verdedigen een idee dat niet langer geloofwaardig of zelfs mogelijk is. Lustick vergelijkt ze met mensen die tegen beter in wachten tot een iemand uit een coma ontwaakt.

De sterk islamistische bewegingen die we bezig zien in het Midden-Oosten maken de kans op een fundamentalistische staat groter dan die op een kleine, seculiere staat.

Het verdwijnen van Israël als een zionistisch project, door oorlog, culturele uitputting, of demografisch momentum, is net zo waarschijnlijk als de evacuatie van genoeg van de half miljoen Israëli’s die buiten de grenzen van 1967, de Groene Lijn, leven, om een waarachtige Palestijnse staat mogelijk te maken.

Lustick denkt dat één staat nog mogelijk is, maar de fixatie met de 2-statenoplossing maakt het onmogelijk om daar serieus naar te kijken. Al in de jaren 30 van de vorige eeuw werd er gesproken over twee staten tussen de Jordaan en de Middellandse Zee, maar na 1948, toen Ben-Goerion de staat Israël uitriep, is dat idee verdwenen, om pas na 1967 weer op te duiken. De afgelopen decennia is die optie door zwak leiderschap van beide kanten en een agressieve expansionistische agenda van Israël echter onrealistisch geworden.

De angst van veel Israëli’s dat de Joodse Staat kan verdwijnen is reëel. Doordat alle – linkse én rechtse – regeringen van Israël vanaf 1948 een beleid hebben gevoerd van strikte scheiding tussen de twee volken, is het voor de meeste joden in Israël ook domweg niet mogelijk zich een andere maatschappij voor te stellen. Voeg daar het eenzijdige onderwijs en de dienstplicht aan toe en je begrijpt de angst maar al te goed. Samenleven, zoals dat in de 19e eeuw nog kon, is sinds de komst van de zionisten vakkundig om zeep geholpen.

Lustick wijst op de Sovjet-Unie, de Pahlavi-dynastie in Iran, de Apartheid in Zuid-Afrika, de Iraakse Ba’ath-partij en voormalig Joegoslavië. Zelfs de meest scherpzinnige waarnemers zagen het moment van die veranderingen niet aankomen. Na de annexatie van Ierland door de Britten in 1801 duurde het tot na de Eerste Wereldoorlog voordat het zuiden van Ierland in 1921 een zelfstandige staat werd. Het ondenkbare was opeens een feit geworden.

Obsessieve aandacht voor het behouden van de theoretische mogelijkheid van een 2-statenoplossing is net zo irrationeel als het schikken van de ligstoelen op de Titanic, in plaats van uit de weg van ijsbergen te blijven. Maar schepen in de nacht, noch Israël, kunnen ijsbergen ontwijken die ze niet kunnen zien.

Diplomatie is zelf het obstakel geworden. Door zijn werk heeft Lustick dat zelf ondervonden. In 1980 was hij betrokken bij het analyseren van het nederzettingen- en onteigeningsbeleid op de Westelijke Jordaanoever. Hij had al snel door dat premier Begin van Israël omslachtige gesprekken voerde over de onderhandelingen, als een dekmantel voor het annexeren van de Westelijke Jordaanoever door middel van een intensief nederzettingenbeleid, landonteigening en het aanmoedigen van “vrijwillige” emigratie van Arabieren. De Verenigde Staten waren dus zeer goed op de hoogte van wat er gebeurde, maar in het openbaar lieten ze geen kritiek op Israël horen om het vredesproces niet te verstoren.

Het blijft mogelijk dat op er op een dag twee staten ontstaan. Maar de pretentie dat onderhandelingen met als slogan “twee staten voor twee volken” tot een dergelijke oplossing zouden kunnen leiden moeten we vergeten. Tijd kan meer doen dan politici.

Wat Lusticks analyse anders maakt dan die van vele anderen is dat hij rekening houdt met de imponderabilia van de geschiedenis. Het belangrijkste is inzien dat we op de verkeerde weg zijn, maar we hoeven geen uitgeschreven scenario te hebben, enkele principiële punten kunnen volstaan. Het zal niet makkelijk worden, maar dat is het ook nooit geweest, voor geen enkel land.

Vrede stichten en het scheppen van een democratische staat vereisen bloed en magie. De vraag is niet of de toekomst conflicten in petto heeft voor Israël/Palestina. Dat is zo. Noch is het de vraag of conflicten vermeden kunnen worden. Dat kan niet. Maar om waarlijk catastrofale veranderingen te vermijden moeten we de verstikkende heerschappij van een achterhaald idee beëindigen en moeten we beide partijen de wereld laten zien zoals die is, zodat ze zich er vervolgens aan kunnen aanpassen.

Het was een stuk dat me weer energie gaf. Nu we overspoeld worden met machinaties in verband met Syrië heb ik meer dan ooit behoefte aan iemand die de stem van de rede laat horen. En dan het liefst in een krant als de New York Times, die gelezen wordt door zovelen die verantwoordelijk zijn voor wat er in het Midden-Oosten gebeurt.

Engelbert Luitsz