The Bubble

bubble

Gisteravond laat was op Canvas de prachtige film The Bubble (Ha-Buah) te zien. Het is een film uit 2006 van de Israëlische regisseur Eytan Fox. De film vertelt het verhaal van een homoseksuele relatie tussen de Israëlische jood Noam uit Tel Aviv en de Palestijn Ashraf uit Nablus op de West Bank. Ze komen elkaar toevallig tegen als er bij een checkpoint een vrouw bevalt. De baby overleeft het niet en de soldaten gaan direct door tot de orde van de dag: iedereen moet weer in de rij gaan staan om hun papieren te tonen. Noam probeert als eerste iets te doen voor de vrouw, voordat de ambulance arriveert. Dan is er oogcontact tussen Noam en Ashraf. Als Noam later weer terug is in zijn appartement in Tel Aviv, dat hij deelt met een homosexuele jongen en een meisje, staat Ashraf opeens voor de deur. Noam bleek zijn papieren verloren te zijn tijdens het incident en Ashraf komt ze terugbrengen. Het was duidelijk liefde op het eerste gezicht.

Het is al vanaf de eerste beelden duidelijk dat Noam niet erg enthousiast is over het werk bij het checkpoint. Hij symboliseert de mensen in Israël die niet kijken naar ras, of naar de ander als vijand, maar die zichzelf zien als onderdeel van het menselijke avontuur met alle variatie die dat inhoudt.

Na overleg tussen de drie vrienden besluiten ze dat Ashraf wel een tijdje mag blijven. Hij wordt zelfs aan werk geholpen, met alle gevaren van dien. Gelukkig spreekt hij goed Hebreeuws, dus hij kan zich prima redden in het restaurantje waar hij de bediening mag doen.

Daarna speelt het verhaal zich deels in Tel Aviv en deels op de Westbank af. In Israël hebben de jongeren het veel over de bezetting, al geven ze ook wel aan dat ze het niet alleen over politiek willen hebben.  Ze organiseren zelfs een rave tegen de bezetting. In Nablus is de bezetting uiteraard onderdeel van het dagelijkse leven, het is daar geen keuze zoals in Tel Aviv. Maar Ashraf  is banger om voor zijn homoseksualiteit uit te komen dan voor de soldaten.

Tegen het einde is er een bomaanslag in Tel Aviv, waarbij de huisgenoot van Noam gewond raakt. Bij de reactie van het Israëlische leger wordt de zus van Ashraf per abuis doodgeschoten, hetgeen leidt tot felle protesten van de Palestijnen. De film eindigt uiteindelijk tragisch, maar toch met een glimpje hoop.

Het verhaal is enerzijds een ode aan Tel Aviv en anderzijds een reactie op veelgehoorde kritiek dat men in Israël allerlei bubbles (luchtbellen) heeft gecreëerd, waarin men leeft zonder zich zelfs maar bewust te zijn van de bezetting en de behandeling van Palestijnse inwoners van Israël. Dat geldt dan voor heel Tel Aviv, maar ook voor de kibboetsen en de nederzettingen.

Susan Nathan beschrijft in haar boek De andere kant van Israël bijvoorbeeld een ontmoeting met een journaliste van Ha’aretz, die toch bekend staat als een vrij linkse krant. Deze journaliste, Sara Liebovitch-Dar, hield zich ook nog eens bezig met sociale onderwerpen. Maar toen Susan zei dat ze in Tamra woonde deed dat geen belletje rinkelen. Was dat een Arabisch dorpje? Tamra is een stad met meer dan 25.000 inwoners. Maar Sara kwam nooit buiten Tel Aviv, was alleen eens in Ramallah geweest en had duidelijk geen idee van de Palestijnse gemeenschappen in Israël zelf.

Toevallig verscheen er een paar dagen geleden een artikel in The Jewish Daily Forward van de hand van Jay Michaelson. Hierin komt het woord bubble herhaaldelijk voor (Forgetting the Mideast Conflict Is Easy in Israel — and That’s a Big Problem).  Hij heeft duidelijk een andere visie dan die door The Bubble wordt gepropageerd, zijn artikel begint met:

The best place to forget the Israeli-Palestinian conflict is Israel.

Hij ziet de functie van de Scheidingsmuur dan ook als tweeledig: de muur zou aanslagen tegenhouden, maar onttrekt tegelijkertijd de bezetting aan het zicht. Als het huidige beleid van Israël zo nog 100 jaar doorgaat, zijn er inderdaad geen Palestijnen meer. Een self-fulfilling prophecy. Maar Michaelson verwacht niet “dat de wereld dit nog 100 jaar zal accepteren”. Ik help het hem hopen, maar hij geeft helaas nauwelijks aan waarop dit optimisme is gebaseerd. In ieder geval moet Israël er tot die tijd voor zorgen dat de meeste joden in Israël in hun bubble kunnen blijven leven, zonder dat de realiteit roet in het eten komt gooien. Natuurlijk groeit de Palestijnse bevolking sneller dan de joodse en dat zal onvermijdelijk leiden tot een echte Apartheidsstaat als het dat al niet is. Maar betekent dat dat de blauwhelmen dan opeens de Palestijnen in bescherming komen nemen? Dat had al in 1948 moeten gebeuren, nu lijkt het toch echt te laat.

Michaelson heeft zeker een punt. Ook de film The Bubble beperkt zich tot een zeer kleine niche binnen de joodse gemeenschap in Tel Aviv. Zoals zo vaak is het allebei waar: er zijn mensen die zich met hart en ziel inzetten voor een rechtvaardiger maatschappij, maar er zijn er nog meer die hun bubble verkiezen. Dat blijkt duidelijk uit het Israëlische stemgedrag. Dit citaat van Michaelson over Jeruzalem geeft het goed weer:

Jerusalem is enjoying a surprising renaissance of late. There are new jogging paths, bike paths, luxury malls, luxury hotels. There are hipster restaurants in the shuk and a secular enclave at the old train station. Against all odds, the city is on the rebound. It’s once again a great place to visit.
Of course, from those malls and restaurants, you can’t see the checkpoints a few miles east and south; they’re blocked by hills, and walls of Jerusalem stone. To see clearly, you need to zoom out a bit.

Engelbert Luitsz