Het ligt niet aan de hasbara!

Hasbara wordt meestal vertaald met ‘uitleg’. Het is de georganiseerde campagne om het Israëlische beleid – inclusief de bezetting en de nederzettingen – in het buitenland te verkopen als een legitieme verdediging van de ‘beschaving’ tegen de ‘barbaarsheid’ die het land omringt, zoals Theodor Herzl het al in zijn boek De Jodenstaat uit 1896 verwoordde. Iets wat we bij ons onder meer terugvinden in het partijprogramma van de PVV. Hasbara betekent dus gewoon propaganda. Het heeft met de grote voorbeelden van propaganda zoals die van de tijd van Stalin of Hitler gemeen dat er een sterke centrale regie is.  Er is invloed op de pers, op politici, op de filmindustrie en tegenwoordig op de sociale media, er is greenwashing – het pronken met technologische snufjes – allemaal om het beeld te creëren van een land dat het beste met iedereen voor heeft en een volk dat altijd en overal slachtoffer van is. Er zijn hasbara-handboeken voor verschillende groepen (zoals studenten) waarin precies staat aangegeven hoe je moet reageren als je anti-Israëlische teksten/personen tegenkomt en hoe je het best de goede bedoelingen van Israël aan de man kunt brengen.

Het is geen toeval dat de term hasbara in de Engelse pers opduikt tegen het eind van de jaren ’70 van de vorige eeuw. De Juni-oorlog van 1967 had pijnlijk duidelijk gemaakt tot wat voor wandaden het Israëlische leger in staat was en na de oorlog werd een begin gemaakt met het nederzettingbeleid dat tot op de dag van vandaag voortduurt. In 1975 werd met ruime meerderheid (72 tegen 35 stemmen) een resolutie van de Verenigde Naties aangenomen waarin het zionisme met racisme gelijk werd gesteld. Het werd dus hoog tijd voor een serieuze tegenaanval van Israël in de media.

Waar ging het mis?

Het is de bobo’s in Israël uiteraard niet ontgaan dat Israël er steeds minder goed vanaf komt in de publieke opinie. Ambassadeurs staan onder druk, steeds meer westerse politici zijn het beu om het land te blijven steunen en beginnen hun mening te geven. Grote kranten volgen en durven zelfs voorzichtig-kritische stukjes te plaatsen. Ligt dat nu aan een falende propagandamachine of aan iets anders? Het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken reserveert jaarlijks immers meer dan 20 miljoen euro voor het promoten van Israël in het buitenland.

De denktank Molad heeft dat onderzocht. Ze kwamen tot de conclusie dat er niets mis is met de Israëlische propaganda. Op alle fronten is die beter dan het zootje ongeregeld dat verantwoordelijk is voor de anti-Israël campagnes. Het moet dus wel aan het beleid zelf liggen. Een van de redenen voor de superieure hasbara is volgens het rapport van Molad dat anti-Israël campagnes minder efficiënt zijn doordat ze geen centrale controle hebben, vaak achter de schermen. Iedereen volgt z’n hart en geeft z’n mening in tegenstelling tot de blauwdruk die de hasbara aan iedereen oplegt en die alleen maar herhaald hoeft te worden. De journalist Jonathan Cook merkte hierover op dat het “interessant is dat het rapport veronderstelt dat eerlijkheid en integriteit ernstige tekortkomingen zijn”.
Een andere zwakte zou zijn dat het anti-Israëlkamp nauwelijks gebruik maakt van bekende publieke figuren zoals schrijvers, journalisten, regisseurs en anderen, doch zich richt op vaak marginale intellectuelen als Noam Chomsky. Opnieuw wijst Cook erop dat Chomsky keer op keer gezegd heeft dat het juist de mainstream media zijn die de kritische bewegingen negeren en niet andersom. Steven Spielberg zal ongetwijfeld meer mensen bereiken dan Desmond Tutu, maar de kwaliteit van het publiek is hier een niet te onderschatten factor.

Ondanks de verminderde steun voor Israël ligt het dus volgens Molad niet aan inhoud, noch aan de organisatie van de propaganda. Het beleid zelf moet aangepast worden om te zorgen voor een positiever beeld in de wereld. Zelfs de laatste onvoorwaardelijke vriend van Israël binnen de Europese Unie, de Tsjechische Republiek (het enige land binnen de EU dat tegenstemde in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toen de ophoging van de status van Palestina ter tafel kwam), begint nu lastige vragen te stellen over het agressieve nederzettingenbeleid van Israël.

Gezien het soort reacties dat Likoed Nederland op allerlei fora blijft spuien wordt er nog niet hard gewerkt aan een upgrade van propagandasoftware. Men blijft vastzitten in oude, nietszeggende slogans. Die hebben ook lang gewerkt, dus ik kan me de verbijstering voorstellen nu het opeens niet meer voldoende is om een keer antisemiet of holocaust te roepen om alle kritiek het zwijgen op te leggen. Toch zal ook rechts Israël zich vroeg of laat rekenschap moeten geven van een veranderende wereld. Op nummer 547 in de top 2000 staat Dylans onvolprezen The Times Are A-Changing. De beste raad die ik het kwakkelende Israël kan meegeven is dan ook: beter luisteren!

Engelbert Luitsz

Haaretz: Think tank: Israel’s poor international image not the fault of failed hasbara

Ami Kaufman: Marketing Israel: Is it the campaign, or does the product suck?

Megaphone desktop tool (WikiPedia)

Noam Sheizaf: Hasbara: Why does the world fail to understand us?