Shlomo Sand over Ernest Renan

It is still possible to close one’s eyes to the truth. Many voices will continue to maintain that the ‘Jewish people’ has existed for four thousand years, and that ‘Eretz Israel’ has always belonged to it. And yet the historical myths that were once, with the aid of a good deal of imagination, able to create Israeli society are now powerful forces helping to raise the possibility of its destruction.”
Shlomo Sand

Ernest Renan 1823-1892

In 2008 verscheen de Hebreeuwse uitgave van ‘De uitvinding van het joodse volk’ van de hand van de Israëlische historicus Shlomo Sand. Hij doceert moderne geschiedenis aan de universiteit van Tel Aviv. In 2009 verscheen de Engelse versie als ‘The Invention of the Jewish People’. Bij mijn weten is het nog niet in het Nederlands vertaald. Het boek werd met zowel lof als kritiek overstelpt, wat altijd een goed teken is. In de uitgave van 2010 staat nog een toegevoegd nawoord, een antwoord op zijn critici. Het citaat boven dit artikel is afkomstig uit dat nawoord.

Dat Sand zich niet zou laten overtuigen door zijn tegenstanders was al uit het boek zelf gebleken. Het is een tamelijk omvangrijke, zeer erudiete studie rond het probleem van identiteit, met name een deconstructie van het begrip natie, dat kan worden samengevat als “een groep mensen met een gemeenschappelijke dwaling met betrekking tot hun afkomst en een gemeenschappelijke afkeer van hun buren“, zoals de socioloog Karl Deutsch het verwoordde.

Het siert Sand dat hij niet alle credits opeist voor zijn toch baanbrekende werk. Een jaar na de eerste uitgave publiceerde hij een klein boekje dat uit drie essays bestaat: één van Sand zelf en twee van de Franse filoloog en historicus Ernest Renan uit de negentiende eeuw. Zoals hij zegt wil hij met deze teksten de “schandalige” argumenten uit zijn eerste boek nog eens kracht bijzetten. Bovendien toont hij met de teksten van Renan ook aan dat zijn ideeën over de uitvinding van het joodse volk – of van welk ‘volk’ dan ook – bepaald niet nieuw zijn.

Renan had in zijn tijd – net als Sand nu – veel vrienden en vijanden gemaakt met zijn boek ‘Het leven van Jezus’, waarin hij beargumenteerde dat het leven van Jezus evenzeer ondergeschikt moet zijn aan wetenschappelijk onderzoek als alle andere historische teksten. Dat was voor velen uiteraard tegen het zere been. Sands werk laat mooi zien dat er niet zoveel veranderd is sindsdien: over Jezus kunnen we weliswaar vrijuit praten, maar naar de joodse mythen die de Israëlische natie bijeen moeten houden ten koste van een ander volk mag je kennelijk niet straffeloos onderzoek doen. Een van de pijlers waarop de zionisten hun moderne staat hebben gebouwd is bijvoorbeeld de idee van een ballingschap van alle joden die bijna 600 jaar voor Christus zou moeten hebben plaatsgevonden. Daaruit volgt dan weer de tweede mythe die zegt dat alle joden altijd hebben terugverlangd naar dat ‘verloren thuisland’. Beide stellingen zijn historisch onjuist en zijn in de loop der eeuwen bedacht, onder andere door de christenen.
Wat Renan in zijn tijd heel scherp zag was dat volkeren niet uit een eerste oorsprong zijn ontstaan, maar dat ze gedurende eeuwen van migraties, uitwisselingen, huwelijken etc. een rijke schakering aan wat we tegenwoordig genetisch materiaal zouden noemen zijn gaan vertonen. Pas wanneer in de negentiende eeuw de natie-staten opkomen en men een gemeenschappelijke geschiedenis opgedrongen krijgt, omdat men toevallig binnen bepaalde grenzen is terechtgekomen,  ontstaat dat sterke gevoel van “wij zijn één volk”.

Ook Renan was een kind van zijn tijd en hij maakte duidelijk onderscheid tussen de blanken, de zwarten en de Chinezen, die allemaal hun eigen duidelijke kenmerken hadden. De blanken stonden uiteraard bovenaan, maar als iedereen zich gewoon zou schikken naar de natuurlijke orde der dingen zou het allemaal wel goed komen. Om die reden werd hij door sommige critici wel als een racist gezien, en door zijn ontkenning van een puur, homogeen joods volk door anderen weer als antisemiet, maar Sand laat zien hoe onzinnig deze kritiek is.

De essays van Renan die zijn toegevoegd zijn ‘Wat is een natie?’ en ‘Judaïsme als ras en religie’. Vooral het eerste is van groot belang voor een beter begrip van de talloze conflicten die we voor lief nemen naar het lijkt, maar die hun oorsprong vinden in een intellectuele dwaling, vaak gevoed en versterkt door willekeurige grenzen uit de koloniale tijd.

Shlomo Sand is een belangrijke gids voor een beter inzicht in de situatie in het Midden-Oosten. Hij is voor zover ik weet nog steeds in Israël, in tegenstelling tot bijvoorbeeld zijn collega Ilan Pappé die naar Engeland is uitgeweken. Een zo doorwrochte studie – de twee boeken moet je samen lezen – overstijgt vanzelf het lokale van de Israëlische politiek en biedt inzichten in meer algemene stromingen die de mensheid teisteren.

Een leuke bijkomstigheid vond ik dat op de flapteksten van beide boeken een aanbeveling staat van de vorige maand overleden historicus Eric Hobsbawm die met zijn boek ‘The Invention of Tradition’ (Uitgevonden tradities) uit 1983 ook tot het selecte en boeiende clubje van mythbusters behoort.

 Engelbert Luitsz

Shlomo Sand, The Invention of the Jewish People, Verso 2010
Shlomo Sand, On the Nation and the ‘Jewish People’, Verso 2010