Gele spin en meer tuintrivia

Afgelopen zondag weer eens in de tuin rondgesnuffeld. Tussen wat onkruid bij de heg zag ik opeens een klein, knalgeel spinnetje van ongeveer 1 cm. Op internet wel wat gevonden over gele spinnen – wellicht was deze van de familie Thomisidae -, maar geen foto leek precies op wat ik me herinner gezien te hebben: een effen, citroengeel bolletje met wat pootjes. Hopelijk vind ik haar? nog eens terug om een foto te nemen. Naast de miljoenen pissebedden is er niet heel veel kleur te ontdekken in mijn fauna. Met uitzondering van de felrode bladhaantjes die mijn lelies (Lilium Golden Splendor) teisteren en andere – wellicht ook bladhaantjes of een soort krekel- die groen waren met hier en daar rode puntjes (deze zaten op de rozen). Duizendpoten zijn ook prachtig, maar zitten altijd verstopt in het donker en de miljoenen pissebedden – hoe fascinerend ook met hun kieuwen en grotendeels onbekende sexleven – hebben geen uiterlijk dat mijn esthetische emoties aanspreekt. Er zijn wel kleine verschillen: de meeste zijn erg donker, sommige lichtgrijs en af en toe zie je er een die roestbruin is met witte vlekken. De vlinderstruik heeft vorig jaar nog niet veel vlinders gelokt. Af en toe zie ik een koolwitje en dat is het ook wel. Verder hommels, bijen en wespen, af en toe een libelle. Vorig jaar had ik een wespennest in een hoop aarde en afval achter in de tuin tegen de schuur. Dit waren geen echte wespen, maar blad- of zaagwespen. Het was daar altijd een komen en gaan en als ik in de buurt kwam werden ze merkbaar nerveus. Ze hebben de afgelopen winter echter niet overleefd, evenmin als mijn passiebloem die een paar jaar als een idioot groeide en alles om zich heen in haar greep trachtte te krijgen. Meestal zat de plant vol bloemen in de zomer, maar één jaar had ik alleen passievruchten. Misschien dat het deze winter net iets te hard heeft gevroren. Een voordeel is wel dat nu de clematis eindelijk de ruimte krijgt. Toch jammer van die dikke haag van passiebloemen. Vorig jaar had ik ook even een konijn over de vloer. Waarschijnlijk in de buurt ontsnapt en bij toeval in mijn tuin terechtgekomen. Het was dol op het brood dat ik strooi voor de vogels en at vaak zij aan zij met z’n gevederde lotgenootjes. Na een tijdje begon het me te herkennen en maakte het achterin de tuin al sprongetjes van opwinding als het hoorde of zag hoe ik brood aan het strooien was. Helaas was het op een kwade dag voorbij, het konijn liet zich niet meer zien. Nog voordat het tam genoeg was om eens uit mijn hand te eten.

Ik mis het konijn nog vaak.