Een bijzondere relatie

It is the logic of our times,
No subject for immortal verse -
That we who lived by honest dreams
Defend the bad against the worse.
C. Day Lewis

Minister Rosenthal, minister Verhagen en Netanyahu, premier van Israël 

Er is geen schaarste aan boeken over Israël/Palestina. De historicus Chris van der Heijden deed een literatuuronderzoek en kwam tot meer dan zestigduizend boeken over Israël die te vinden zijn in de Nederlandse bibliotheken (1). Gedegen Nederlandse studies over het conflict zijn er echter niet al te veel. Dat heeft te maken met het feit dat elke serieuze studie wel kritiek moet hebben op Israël om niet als propaganda door de mand te vallen. De afgelopen decennia is er echter zo’n overvloed aan informatie beschikbaar gekomen dankzij mensenrechtenorganisaties, journalisten, documentairemakers, intellectuelen en de ‘nieuwe historici’ (2), dat het niet langer mogelijk is het officiële zionistische verhaal klakkeloos te volgen zonder ongeloofwaardig over te komen. Serieuze kritiek op Israël betekent echter ook dat boeken standaard worden afgekraakt, zelfs in onze ‘kwaliteitskranten’, dat uitgevers onder druk worden gezet en dat schrijvers worden weggezet als antisemieten. Dat laatste geldt zelfs voor joodse schrijvers, voor die groep is dan ook de term ‘zelfhatende jood’ bedacht. Het komt er steeds op neer dat een klein en steeds kleiner wordend groepje mensen pretendeert uit naam van alle joden te moeten spreken en alles en iedereen die afwijkt van de partijlijn wordt met een paar vaste slogans terecht gewezen.

Het is om die reden dan ook goed te zien dat er toch mensen in Nederland zijn die tegen de stroom in hun ideeën uitwerken en alle laster en tegenwerking voor lief nemen om de waarheid boven tafel te krijgen. Met waarheid bedoel ik hier geen absoluut gegeven, maar de mogelijkheid om verschillende versies te presenteren die in dialoog moeten uitnodigen tot een beter begrip. We zouden tijdens onze evolutie in geen enkele discipline vooruitgang hebben geboekt als slechts één visie toelaatbaar was geweest – die van de heersende macht.

Iemand die een belangrijk deel van zijn leven heeft besteed aan het uitpluizen en documenteren van de geschiedenis van Palestina is Egbert Talens. Talens werkte van 1964 tot 1966 in het Midden-Oosten om Palestijnse kinderen op te leiden voor een functie of beroep. Dit gebeurde onder auspiciën van de UNWRA, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties die speciaal voor de Palestijnen was opgericht. Wat hij daar meemaakte deed hem besluiten de toestand van de Palestijnen hier in Nederland onder de aandacht te brengen. Hij verliet Gaza een jaar voor de Juni-oorlog van 1967 en sindsdien is het daar zoals iedereen weet alleen maar erger geworden. Het einde van die oorlog betekende het begin van de bezetting en de nederzettingen. Maar ook de periode daarvoor was voor iedereen die er met een humanistisch oog naar keek een erbarmelijke situatie. Lees bijvoorbeeld het artikel van de journalist Liebling uit 1957.

Talens had oorspronkelijk de bedoeling een vierluik te schrijven, maar door omstandigheden is er slechts een deel – deel III- verschenen. Dit boek, ‘Een bijzondere relatie, het conflict Israël-Palestina nader bekeken 1897-1993′ verscheen in 2005. Het is een bijzonder goed gedocumenteerd werk. Voor een belangrijk deel baseert hij zich op de al genoemde ‘nieuwe historici’, maar daarnaast heeft hij ook talloze andere bronnen geraadpleegd. Gezien zijn persoonlijke motivatie om aan dit project te beginnen is zijn mission statement dan ook niet verrassend:

Het hier gehuldigde algemene uitgangspunt dat een maatschappelijk verschijnsel beoordeeld moet worden vanuit de positie van de benadeelde(n), geldt ook voor het onderhavige.

1897 is de datum van het Eerste Zionistische Congres, waar de plannen voor het koloniseren van Palestina voor het eerst vorm kregen. 1993 is het jaar van de inmiddels verfoeide Oslo-akkoorden. Tussen die twee data ligt een imbroglio dat model staat voor het falen van de westerse mogenheden. Het kolonialisme en de wereldoorlogen hebben diepe sporen nagelaten bij volkeren die er alleen als slachtoffer bij betrokken raakten. Zoals Tony Judt schrijft: “De Eerste Wereldoorlog maakte een einde aan het oude Europa, de Tweede schiep de voorwaarden voor een nieuw Europa”. (3) De geschiedenis van Israël kan niet los gezien worden van die van de Europese machten Engeland en Frankrijk en later de Verenigde Staten. De geschiedenis heeft geen einde, wat Fukuyama ook mag beweren. Het Midden-Oosten blijkt nog steeds een onberekenbare situatie te zijn, waar de machten die het hebben geschapen, gesteund of vernietigd, een flinke vinger in de pap blijven houden.

De algemene strekking van Talens’ betoog is dat het politiek zionisme verantwoordelijk is voor de huidige situatie met betrekking tot de Palestijnen en dat er vanaf het begin een duidelijk streven was om een nieuwe Judenstaat – zoals Theodor Herzl het noemde – te creëren, zonder rekening te houden met de reeds aanwezige Palestijnse bewoners, joods of Arabisch.
Talens besteedt dan ook terecht een heel hoofdstuk aan de Balfour-declaratie van 1917: een briefje van de toenmalige Britse minister van Buitenlandse Zaken James Balfour waarin hij onomwonden  goedkeuring verleent aan de zionistische aspiraties in Palestina.
Deze toezegging heeft uiteindelijk geleid tot de Palestijnse catastrofe (Al-Nakba) in 1948, toen zo’n 800.000 Palestijnen werden verdreven, tienduizenden gedood en honderden dorpen met de grond gelijk gemaakt werden. Veel onderzoek van de ‘nieuwe historici’ was gericht op het verkrijgen van een accuraat beeld van wat door de historicus Ilan Pappe een etnische zuivering wordt genoemd. Inmiddels wordt het als vaststaand beschouwd dat de officiële Israëlische geschiedschrijving een loopje met de feiten heeft genomen. Van der Heijden schrijft dan ook: “Blind zijn voor de nakba is op dit moment moreel niet langer mogelijk en politiek zo overstandig dat het aan domheid grenst.” (4)

Naar het einde van de door Talens besproken periode wordt het steeds duidelijker dat Israël nooit op eigen houtje heeft gehandeld. Voortdurend werden er afwegingen gemaakt tussen het bereiken van het doel – het verdrijven van de Palestijnen – en de afhankelijkheid van de V.S. en de Europese landen. Het is een somber beeld dat hier wordt geschetst. Dit heeft ook te maken met het moment van schrijven. In 2000 leidde een bezoek – liever gezegd provocatie – van Ariël Sharon aan de Tempelberg tot de Tweede Intifada. Maar in de jaren ’90 van de vorige eeuw waren de geluiden vaak positiever. Men had toen nog geloof in de Oslo-akkoorden en in 1994 hadden Yasser Arafat, Yitzchak Rabin en Shimon Peres samen de Nobelprijs voor de Vrede in ontvangst genomen. In 1996 kon Conny Kristel in een recensie van het dagboek van Herman Cohen in NRC Boeken nog schrijven: “De verzoening van het zionisme en het Palestijns nationalisme die op dit moment wordt gerealiseerd, zal door Cohen in Nederland met grote belangstelling èn instemming worden gevolgd. ” (5)

Dit soort geluiden horen we al heel lang niet meer. Daarom blijft een boek zoals dat van Egbert Talens pijnlijk actueel. We kunnen ons blijven verdiepen in de oorzaken van deze onrechtvaardige situatie, maar we zullen de oplossing niet in het verleden vinden. Wat wel en helaas nog steeds van het grootste belang is, is dat de gemiddelde Nederlander nauwelijks iets weet van wat zich daar in dat verre land afspeelt. En dat terwijl ons land een belangrijke rol speelt bij de instandhouding van de bezetting. En dat terwijl wij volgend jaar vrolijk meedoen aan het Europees kampioenschap voetbal onder de 21. In Israël!
Daarom zijn dit soort boeken van groot belang. De situatie is niet het gevolg van een incident, een aanslag of een enkele al te rechtse minister, nee, we zijn toeschouwers en medeplichtigen van het uitvoeren van plannen die honderd jaar geleden gesmeed zijn. En nog steeds is het mogelijk daar iets aan te doen.

‘Een bijzondere relatie’ heeft een aantal interessante appendices, onder andere een facsimile van de Balfour-declaratie. Er is een index, een lijst met noten en een literatuurlijst aanwezig. Kortom, een boek dat zowel de gevorderde belangstellende als de geïnteresseerde leek veel inzicht kan verschaffen in de complexiteit van post-kolonialisme en identity politics.

Engelbert Luitsz

Egbert Talens
Een bijzondere relatie, Het conflict Israël-Palestina nader bekeken 1897-1993
Uitgeverij Aspekt, 2005

  1. Chris van der Heijden, Israël, een onherstelbare vergissing, 2008, pag. 18
  2. Dit is een groep geschiedschrijvers die op basis van vrijgekomen archiefmateriaal een versie van de recente geschiedenis geven die overeenkomt met wat de Palestijnse versie altijd al was. Bekende namen zijn Benny Morris, Ilan Pappé, Avi Sjlaim en Tom Segev.
  3. Tony Judt, Na de oorlog, 2010, pag. 22
  4. Van der Heijden, pag. 103
  5. Conny Kristel, Teleurgestelde zionist, NRC 13-1-1996