Israelische Apartheid: What’s in a Name ?

*****

Omar Barghouti werd in 1964 geboren in Qatar, groeide op in Egypte en verhuisde later naar Ramalah op de Westelijke Jordaanoever. Hij is een van de oprichters van de Palestinian Campaign for the Academic and Cultural Boycott of Israel (PACBI).  Net als Nelson Mandela in Zuid-Afrika en andere intellectuelen uit bijv. India die aan Britse universiteiten studeerden, is Barghouti momenteel bezig aan zijn masterstudie filosofie aan de Universiteit van Tel Aviv.
Hij is als politiek en cultureel analist een van de scherpste critici van Israël, dat volgens hem al sinds 1948 een apartheidsstaat is.

*****

Deze maand, bijna een jaar nadat Zuid-Afrikanen erin geslaagd waren de institutionele banden tussen de Universiteit van Johannesburg en de Ben-Goerion Universiteit te verbreken, heeft de Universiteit van KwaZoeloe-Natal een lezing geannuleerd die een vertegenwoordiger van Israel daar zou geven.

Het is veelbetekenend dat de eerste belangrijke successen op het vlak van de academische boycot van Israelische instellingen uit Zuid-Afrika komen. Voor iedereen die het wil zien illustreert dit duidelijk hoe de Zuid-Afrikanen – in het verleden zelf onderdrukt – de parallellen herkennen tussen hun eigen onderdrukking onder het apartheidsregime en de apartheid waarvan de Palestijnen nog altijd het slachtoffer zijn. Ook plaatst dit de aard van de beweging voor Boycot, Desinvesteren en Sancties (BDS) in perspectief, en meer in het algemeen ook de aard van de Palestijnse strijd. Het dwingt ons om niet uitsluitend te denken in termen van de bezetting, maar in plaats daarvan drie lagen te onderkennen in de onderdrukking van de Palestijnen door Israel: bezetting, nederzettingen-kolonialisme en apartheid.

Het is het element apartheid waarop wij ons hier willen concentreren. Want dit wordt vaak het minst begrepen en herkend, ondanks de zich opstapelende internationale studies die onweerlegbaar aangetoond hebben dat Israel schuldig is aan het misdrijf apartheid. Het is van wezensbelang dat de wereld dit begrijpt: alleen de beëindiging van de bezetting zal nog geen gerechtigheid brengen voor de meerderheid van de Palestijnen, van wie  69 procent vluchteling of binnenlandse ontheemde is, maar liefst 50 procent in ballingschap leeft en van wie slechts 38 procent woont in de in 1967 bezette Palestijnse gebieden. Van deze laatsten is 40 procent vluchteling. Evenmin zal dit al hun in het volkenrecht verankerde rechten herstellen. Om gerechtigheid en gelijkheid te bereiken moeten wij de Israelische apartheid begrijpen en ons daartegen verzetten.

Velen hebben Israel reeds veroordeeld voor het praktiseren van apartheid, onder wie de voormalige Amerikaanse president Jimmy Carter, de Zuid-Afrikaanse aartsbisschop Desmond Tutu en Richard Falk, de Speciale VN-Rapporteur voor de Mensenrechten. In enkele gevallen waarin publieke figuren de beschuldiging van apartheid onderschreven hebben, doelden zij specifiek op de apartheidspolitiek in de bezette gebieden en niet in Israel binnen zijn – nog altijd niet vastgestelde – grenzen van vóór 1967. Benadrukt moet evenwel worden dat gezaghebbende meningen de reikwijdte van Israelische apartheid uitbreiden: kortgeleden heeft het Russell-Tribunaal in zijn zitting te Kaapstad uitgesproken ‘dat het Israelische bestuur over de Palestijnen, waar zij ook gevestigd zijn, één geïntegreerd apartheidsregime vormt’. Voorts stelde de 80e Zitting van de VN-Commissie voor de Eliminatie van Rassendiscriminatie in 2012 dat Israel zich schuldig maakt aan het misdrijf apartheid bij de behandeling van zijn Palestijnse burgers binnen Israel; zij bepaalde dat veel overheidsbeleid binnen Israel tevens een schending betekent van het verbod op apartheid, zoals dat is neergelegd in Artikel 3 van de Internationale Conventie voor de Eliminatie van alle Vormen van Rassendiscriminatie (ICERD).

Wij zijn van mening dat Israel niet een apartheidsstaat aan het worden is, of het risico loopt daarnaar af te glijden, zoals veel linkse zionisten ons graag willen doen geloven. Volgens de VN-definitie van die term is Israel een apartheidsstaat en is het dat vanaf zijn stichting in 1948 geweest. Dat de beschuldiging de laatste jaren grotere populariteit gekregen heeft, betekent vooral dat men zich van dit aspect van Israels onderdrukking meer bewust is geworden, als gevolg van de fanatiek racistische wetten die door het Israelische parlement (de Knesset) zijn aangenomen en de talloze rappor­ten van mensenrechtenorganisaties die de zaak vanuit een juri­disch perspectief beschouwen. Bovendien hebben meer Zuid-Afrikaanse anti-Apartheidslei­ders met hun moreel gezaghebbende stem Israel beschuldigd van apartheid.

Maar wat is apartheid en waarom precies wordt Israel als een apartheidsstaat beschouwd?

Wat is apartheid?

De term apartheid is afkomstig uit de taal Afrikaans en is voor het eerst gebruikt met betrekking tot Zuid-Afrika. Daar sloeg apartheid op duidelijke geïnstitutionaliseerde en gelegaliseerde segregatie door blanke kolonisten jegens de inheemse bevolking. Later kreeg de term een internationale juridische dimensie. In 1973 is apartheid opgenomen in de Internationale Conventie voor de Onderdrukking en Bestraffing van het Misdrijf Apartheid van de VN, welke later (in 2002) overgenomen is door het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof.

In Artikel 2 van de Conventie wordt het misdrijf apartheid gedefinieerd als ‘inhumane daden die worden bedreven met het doel overheersing van een raciale groep personen door een andere groep personen te vestigen en te handhaven en deze stelselmatig te onderdrukken’. Tevens omvat het ‘soortgelijk beleid en soortgelijke praktijken van rassenscheiding en discriminatie als gepraktiseerd in zuidelijk Afrika’. De apartheid naar Zuid-Afrikaans voorbeeld is één referentiepunt, maar de beslissende factor voor het misdrijf apartheid is de vraag of onderdrukkende politiek en dito praktijken beantwoorden aan de lijst van schendingen die in Artikel 2 van de Conventie is opgenomen.

Het misdrijf apartheid wordt gedefinieerd in termen van onderdrukkers en onderdrukten – niet meerderheden en minderheden, zoals sommigen het ten onrechte opvatten en het verbiedt het institutionaliseren van racistische discriminatie en onderdrukking waarbij racisme door middel van overheidsinstellingen wettelijk vastgelegd wordt. Rassendiscriminatie wordt volkenrechtelijk gedefinieerd als het maken van onderscheid dat is gebaseerd op ras, huidskleur, afstamming of nationale dan wel etnische afkomst. Kortom, de redenering dat apartheid niet van toepassing is op de Palestijnen omdat zij geen ‘ras’ zijn is op zijn best een misverstand en op zijn slechtst opzettelijk misleidend.

Israelische apartheid

Op de Westelijke Jordaanoever en in de Strook van Gaza heeft de langdurige Israelische bezetting zich ontwikkeld tot een wijdverbreid apartheidsstelsel. Dit omvat onder meer checkpoints, de Muur, de sloop van huizen, het verwoesten van eigendommen, het ontzeggen van onderwijs, willekeurige gevangenneming, gebruik van bepaalde wegen (bypass roads) door uitsluitend Israeli’s en de staat van beleg. De Palestijnse vluchtelingen die in 1948 van hun grond zijn verdreven, zijn eveneens aan de Israelische apartheid onderworpen, in de zin dat hun internationaal erkende recht om naar hun woongebied terug te keren hen op grond van hun etnische of nationale identiteit wordt ontzegd – een schending van Artikel 2c van de Apartheidsconventie, en ook van VN-resolutie 194 van december 1948.

In Israel hebben de Palestijnen te maken met apartheid door een ingewikkeld Israelisch wettelijk stelsel met ruim twintig wetten, dat het verankerde systeem van rassendiscriminatie mogelijk maakt en rechtvaardigt. Zoals Zuid-Afrika zijn beruchte Wet op Bevolkingsregistratie had, heeft Israel zijn eigen Bevolkingsregistratiewet (1965), krachtens welke elke burger zijn of haar nationaliteit moet laten registreren zoals deze door de staat is gedefinieerd. In Israel wordt een groot deel van het leven en worden veel rechten en voorrechten georganiseerd op grond van nationaliteit, die primair gedefinieerd wordt als Joods of Arabisch (daarnaast zijn er andere categorieën, zoals Druze en Bedoeïen). In dit stelsel wordt geen ‘Israelische’ nationaliteit erkend, zoals blijkt uit de arresten van het Israelische Hooggerechtshof, waarin verzoeken van burgers om zich als Israeli te laten registreren, zijn afgewezen.

Behalve dit twee-laagse stelsel van burgerschap is ook de Israelische grondpolitiek vergelijkbaar met Zuid-Afrika’s Wet op de Groepsgebieden (1950), waarin  87 procent van de Zuid-Afrikaanse grond voor blanken gereserveerd werd. In Israel is 93 procent van de grond gereserveerd voor Israels joodse burgers. Het is slechts een greep uit de vele wetten die de mythe van een Israelische democratie ontkrachten. De belangrijkste van deze racistische wetten bestaan al vanaf de stichting van de Staat Israel en hadden de steun van zowel progressieve als conservatieve Israelische regeringen. De spanning tussen enerzijds wetten, zoals die van de Eed op de Loyaliteit en de Bevolkingsregistratiewet, en anderzijds de door Israel beleden democratische waarden doortrekt vele aspecten van het politieke leven. Palestijnse politieke partijen in Israel, bijvoorbeeld, moeten om bij parlementsverkiezingen kandidaten te mogen stellen, Israel erkennen als Joodse en democratische staat. In deze samenhang is het electorale proces geworden tot weinig meer dan een dekmantel voor rassendiscriminatie.

conclusie

Het onderschrijven van het fundamentele en onvervreemdbare recht van het Palestijnse volk op zelfbeschikking betekent minimaal dat de volkenrechtelijk vastgelegde grondrechten van de Palestijnen erkend moeten worden. Een oproep om de bezetting te beëindigen, raakt in het gunstigste geval aan de rechten van 38 procent van het Palestijnse volk. Het Palestijnse volk als geheel kan zijn zelfbeschikkingsrecht niet uitoefenen zolang Israelische apartheid niet wordt afgeschaft en de rechten van de vluchtelingen niet erkend worden. Werkelijke solidariteit met de Palestijnen betekent dat Israels bezetting, kolonialisme en ook apartheid afgewezen moeten worden. Slechts dan kunnen de Palestijnen vrijheid, gerechtigheid en gelijkheid genieten.

Omar Barghouti

bron: Palestin­ian Campaign for the Academic & Cultural Boycott of Israel (PACBI), 1 juni 2012

Omar Barghouti is een van de oprichters van PACBI; afgelopen jaar verscheen van zijn hand: Boycott, Divestment, Sanctions: The Global Struggle for Palestinian Rights; Chicago: Haymarket Books; 320 pages

vertaling: Paul Kuiper

Dit artikel is afkomstig van de website van het Nederlands Palestina Komitee

11 comments for “Israelische Apartheid: What’s in a Name ?

  1. October 4, 2012 at 7:09 pm

    Wat een flauwekul, de Arabieren in Israel hebben meer burgerrechten dan in welk Arabisch land dan ook!

    Gelijkheid voor man en vrouw, vrijheid van godsdienst, democratie, kiesrecht voor vrouwen, homorechten, persvrijheid, eigendomsbescherming, bescherming van de rechten van minderheden als christenen en druzen, bescherming van vrouwen tegen kindhuwelijken, vrouwenbesnijdenis en eerwraak enz. enz.

    Daar kunnen andere Arabieren slechts van dromen.
    Of een revolutie beginnen.

  2. October 4, 2012 at 9:33 pm

    Ik ben bang dat u zelf niet eens begrijpt hoe racistisch uw opmerking is.

  3. Egbert Talens
    October 7, 2012 at 9:32 pm

    @ Likoed Nederland,

    Zou u zo vriendelijk willen zijn de volgende Israelische wettelijke term te vertalen, voor diegenen hier die het Hebreeuws niet machtig zijn? … nifkadim nohamim …

    Deze term is van toepassing op enkele Palestijnen, die binnen Israel proper ´wonen´, maar buiten de wettelijke bepalingen van Israel vallen.
    Zelf weet ik wel wat nifkadim nohamim betekent, maar als u, als voorvechter(s) van déze staat Israel, de vertaling geeft, klinkt dat vele malen betrouwbaarder dan wanneer ik, als criticus van dít Israel, die zou verstrekken, niet waar?

    En verder; het is, vind ik, niet van direct belang een vergelijking te maken tussen de Arabische inwoners van Israel, en Arabische inwoners elders; ‘de’ Israelische regering is alleen verantwoordelijk voor de politiek-maatschappelijke constellatie ín Israel; toch? En waarom refereert u aan búrgerrechten voor Arabieren in Israel, in plaats van aan politiéke rechten voor de, of (de), niet-joodse gemeenschappen in Israel?
    Uw reactie, hoe kort die ook is, is op tal van punten dermate juridisch onzuiver dat er geen pertinente conclusies op gebaseerd kunnen worden. Mogelijk was dit ook wel de bedoeling, maar als u zaken helder wilt maken — en het ‘flauwekul’ )van anderen’ lijkt in die richting te wijzen — dan is het zaak u niet zelf schuldig te maken aan misleidend taalgebruik, c.q. flauwekul…

  4. Egbert Talens
    October 7, 2012 at 9:37 pm

    Correctie: in de laatste alinea van mijn reactie hierboven staat )van anderen’ Dit moet zijn: (van anderen)

  5. Egbert Talens
    October 11, 2012 at 4:58 pm

    @ Likoed Nederland

    Dat u of iemand van LN nog niet toekwam aan een reactie op mijn vraag, de Hebreeuwse term ‘nifkadim nohamim’ voor de lezer(s) van Alexandrina te vertalen dan wel uit te leggen, bevreemdt mij enigszins. Doorgaans is LN er snel bij met een reactie, als hier of daar iets in schriftelijke vorm verschijnt dat in uw ogen nadelig is voor Israel, of niet strookt met wat u ziet als de ware omstandigheden rond of gegevens over deze Joodse staat.
    Mijn vermoeden mag onjuist zijn, maar ik verwacht eerlijk gezegd geen antwoord (meer) in deze. Toch stel ik opening van zaken over genoemde term nog enkele dagen uit. Als er op 14 oktober 2012 nog geen uitleg van de kant van LN is gekomen, beschouw ik mijn poging als mislukt, en zal dienovereenkomstig handelen. Een ruime week moet toch wel voldoende zijn om te reageren, vind ik.

    • Egbert Talens
      October 22, 2012 at 5:52 pm

      Nu Likoed Nederland nalatig blijft inzake mijn verzoek, dan wel ‘gewoon’ afziet van het beantwoorden van mijn vraag, wil ik zelf níet nalatig blijven met betrekking tot de (Hebreeuwse) term ‘nifkadim nohamim’, zoals deze in Israelische juridische nomenclatuur gehanteerd wordt. Vertaald in het Nederlands houden die meervoudige begrippen het volgende in: aanwezige afwezigen…
      De korte stilte die ik na die begrippen laat volgen, … , heeft tot doel de navrante strekking ervan te laten doordringen. Ik bedoel: hoe kan iemand die aanwezig is, gelijktijdig afwezig zijn? Ik doe een poging tot een antwoord, waarbij ik — opmerkelijk of niet; in elk geval niet toevallig — terug ga naar een situatie waarin Joden woonachtig waren of zich ophielden in gemeenschappen, zonder echt te worden beschouwd als tót die gemeenschappen te behoren. Vreemdelingen als het ware, omdat ze zich afzijdig hielden van de normale, doorsnee sociale verhoudingen van die tijd. Van die tijd? Over welke periode gaat het hier eigenlijk? Ik verwijs daarvoor naar de prachtige HISTORISCHE ATLAS van het JOODSE VOLK die onder de hoofdredactie van ELI BARNAVI tot stand kwam, en waaraan niet minder dan 48 andere auteurs hun medewerking verleenden. Ik neem aan allemaal Joodse auteurs, net als Barnavi, en nmbm hebben ze een geweldig product geleverd.

      Al op pagina VI, in Inleiding I , wordt het volgende opgemerkt: ‘Het woord ‘Joden’ impliceert ook verstrooiing (cursief; e.t.): men denkt dat ze overal zijn, zelfs als ze afwezig zijn.’ Verwezen wordt naar de omzwervingen van de aartsvaders, en naar streken elders, zoals in Europa.
      In de beperkte ruimte van deze reactie, is het vrijwel onmogelijk uitvoerig stil te staan bij de implicaties van die Joodse omzwervingen; opgemerkt wil ik hebben dat de hier naar voren gebrachte observatie afkomstig was uit eigen Joodse kring en van toepassing was op de eigen Joodse samenleving. Van enig pejoratief geladen besef was geen sprake. Hoe anders ligt dit als in de Israelische juridische structuren gehandeld wordt met betrekking tot de niet-joodse aanwezigen binnen de Israelische grenzen (van dat moment). De Palestijnen, dus, en hen aanduiden met nifkadim nohamim heeft enkel een pejoratieve component, omdat hun aanwezigheid slechts geduld wordt op praktische overwegingen waaraan eigenlijk niet valt te ontkomen, óf de Israelische autoriteiten moeten opnieuw drastische stappen nemen, zoals in de periode van de onafhankelijkheidsoorlog, 1948-1949, toen enorme aantallen Palestijnen uit hun steden, dorpen, huizen, met geweld werden verdreven, nadat David Ben-Gurion, op 12 juli 1948 in Yazur, met woord of gebaar het Israelische leger daartoe instrueerde: “Garesh otam” (cursief; e.t.); Verdrijf ze…
      En mogelijk zag Likoed Nederland er dáárom maar liever van af, het punt van de aanwezige afwezigen nader te duiden dan wel uit te leggen…

  6. Egbert Talens
    October 23, 2012 at 6:16 pm

    @ Likoed Nederland… [ Wanneer verschijnt er van die kant eens een naam, naar wie ik op een normale manier kan reageren? Zó blijft dit een afstandelijke vertoning, nmbm. Maar wie ben ik...? ]

    Een opmerkwaardiglijkvreemde manier, van de kant van LN, om zó te reageren op die nohamim nifkadim kwestie; á la de beproefde methode: ‘Niet op reageren, Lena! ‘t Waait vanzelf wel over’, misschien? ‘t Is gebeurd, inmiddels…, vandaar beproefde.

    Als een vlucht naar voren, zo vat ik deze LN-reactie op. Tja, als solide middelen ontbreken, dan maar een andere aanpak hanteren. Maar om te zeggen dat ik hierdoor onder de indruk ben…? Nou nee, ‘t is meer zoiets als ‘been there; done that’, want de aangedragen info was mij maar al te bekend. Ik val over de term ‘wetenschappelijke weerlegging’, want enkel lieden opvoeren die één kant van medaille aandragen, is allesbehalve wetenschappelijk; volstrekt het tegendeel, vandaar mijn afstandelijkheid. Jammer dan, LN, want ik laat mij graag overtuigen, zelfs van (mijn eigen) ongelijk, opdat steeds meer duidelijkheid onstaat over die uitermate roerige ontwikkelingen in het voormalige BMP – British Mandate Period.
    Ik wil een voorstel doen, opdat er schot komt in het uitpluizen van die ontwikkelingen rond het politiek-zionistische project der Judenstaat (cursief te lezen) dat vanaf ca. 1860 vorm begon te krijgen, en langs tal van stadia — zoals de Balfour Declaratie, welke op zich al boekdelen vergt — deels z’n beslag kreeg met het uitroepen van de staat Israel, door David Ben-Gurion, op 14 mei 1948 in Tel-Aviv. Deels, want nmbm was het project daarmee nóg niet af; omdat Yesha — Yehuda wa Shomron — nog ontbrak, inzake het beoogde grondgebied voor Eretz Yisra’eel.
    Mijn voorstel houdt het volgende in: Likoed Nederland komt over de brug met een vertaling (Engels, of Nederlands, of Frans, etc.) van het dagboek van Yosef Weitz, in 1948 in het Hebreeuws geschreven, dat de Engelse onderzoekers Adams en Mayhew mochten inzien, onder de strikte voorwaarde dat er níet uit geciteerd mocht worden. [ Josef (of Joseph) Weitz was directeur van het Koloniale Departement van het Joods Nationaal Fonds (JNF). ]
    In het boek The Birth of Israel – Myths and Realities, van de Israelische chroniqueur Simha Flapan, komt de naam van Weitz eveneens voor; volgens Flapan komen in Weitz’ dagboeken interessante details naar voren, die o.a. erop wijzen dat de vlucht van Arabieren niet geheel vrijwillig was: de Arabische huurders (van grond van in het buitenland verblijvende effendi’s) moesten, volgens Weitz’ opvattingen, verwijderd worden: of door het betalen van compensatie (door het JNF) of met ‘andere middelen’. Weitz verkreeg voor zijn plan tot evacuatie van Arabieren, uit dorpen in het gebied van de Joodse Staat (volgens het VN-verdelingsplan), en hun transfer naar naburige landen, steun van Yisrael Galili (hoofd van de Hagana), van Ezra Danin (senior Hagana Intelligence Officer), en van Eliyahu Sasson (Jewish Agency’s expert on Arab affairs). … Nmbm nuttige data ter vervolmaking van een wetenschappelijk onderzoek ter zake, omdat op deze manier de daarvoor noodzakelijke factor ‘falsificeerbaarheid’ de nodige ruimte krijgt… Graag wil ik antwoord van Likoed Nederland op mijn suggestie; of het een haalbare zaak is, of niet.

    Een wonderlijke voorstelling van zaken, weten de verdedigers van dít Israel ons telkens voor te schotelen. Omdat er (alleenbij mij?) steeds vragen rijzen, bij die voorstelling, zoals ook door Likoed Nederland wordt bedreven. Als de Palestijnen dan geen ongewenste bewoners waren in Israel, waarom mochten de weggetrokken, weggevluchte, maar dán dus níet verdreven Palestijnen, dan niet terugkeren? Zoals Folke Bernadotte bepleitte, en met de dood voor die ‘stommiteit’ moest betalen? Waarom ging Israel dan niet in op het voorstel waarmee vertegenwoordigers van het Ramallah-congres in april 1949 op de proppen kwamen? Een voorstel dat inhield om op basis van VN-AV-resolutie 181-II met elkaar tot een akkoord te komen? En waarom kwam Israel in 1967, na afloop van de Zesdaagse Oorlog, dan niet tot een akkoord met de Palestijnen, toen de eerste eindelijk de volledige contrôle had over dat voormalige BMP? Het almaar schermen met de namen Haj Amin Al-Husseini, en Yasser Arafat, ja van wie al niet, kan toch alleen maar opgevat worden als het opwerpen van een levensgroot rookgordijn? En zo kunnen we blijven doorgaan met ons vragen te stellen over dit wonderlijke politiek-zionistische project der Judenstaat (cursief) waarvan langzamerhand een kind kan vaststellen dat dit anachronistische gedrocht alleen maar op een armageddon van ongekende proporties kan uitdraaien. Omdat de propagandisten van dít Israel, van déze Joodse Staat, niets beters weten te bedenken dan het toepassen van de slogan: blaming the victim… Tja, de slachtoffers de schuld geven; zoals kleine kinderen doen, als ze betrapt worden op iets dat niet deugt. Quo vadis, zionist Israel?

  7. Egbert Talens
    October 26, 2012 at 9:44 pm

    @ Likoed Nederland,

    Mogelijk voelt u er niet voor op mijn voorstel in te gaan — met de/een vertaling komen van het Dagboek dat Jozef (Joseph) Weitz in 1948 bijhield — maar is het dan te veel gevraagd om dit te vermelden? Dan weet iedereen die deze gedachte-uitwisseling tussen ons volgt, waaraan zij of hij toe is. Wel zo prettig.

    • October 29, 2012 at 11:14 am

      Weet u dan niet waarom de vluchtelingen niet terug keerden?

      Het Arabisch Hoger Commando verklaarde: “Het is ondenkbaar dat de vluchtelingen terug gaan. Het zou een eerste stap zijn in de richting van Arabische erkenning van de staat van Israel.”

      Het probleem is natuurlijk dat de Arabieren die vluchtelingen niet integreerden maar hen, hun kindeeren en kleinkinderen opsloten in kampen.
      Waar Israel het veel grotere aantal Joodse vluchtelingen wel integreerde …

  8. Egbert Talens
    October 29, 2012 at 10:15 pm

    @ Likoed Nederland,

    “Al wéér: een vlucht naar voren van uw (LN) kant…

    “Hoogstwaarschijnlijk denkt u, als verdediger van dít Israel, weg te komen met deze reactie die in deze vorm er op neer komt dat de oorzaak, de schuld, de verantwoordelijkheid of wat niet al, van/bij/voor het punt van de Palestijnse verdrevenen en/of vluchtelingen, níet bij Israel ligt, maar bij de tegenpartij(en): de Palestijnen zelf, en de Arabische landen, onder de paraplu van het AHC, dat niet zoals u schrijft staat voor Arabisch Hoger Commando maar voor het Arabische Hoge Comité. Uw reactie in deze vorm kan omschreven worden met de term, zoals ik die aan het eind van mijn laatste reactie hierboven typeerde: blaming the victim, ofwel de slachtoffers de schuld geven, zoals kleine kinderen doen als ze betrapt worden op iets dat niet deugt. Kortweg komt uw reactie zó dus neer op een uitvlucht. Een uitvlucht waarmee u en anderen die Israel menen en meenden te moeten ondersteunen, in het verleden wegkwamen, omdat er geen verweer tegen bestond, of omdat pogingen tot enig verweer konden worden weggehoond of afgedaan als antisemitisme, of klinkklare leugens… Leugens?

    “Wat u hier ‘presteert’ kan volgens mij niet als leugen(s) worden afgedaan; er schuilt wel degelijk een bron van waarheid in uw voorstelling van zaken, maar… het is niet het héle verhaal. Daarmee verkrijgt uw verhaal het karakter van wat wel een halve waarheid wordt genoemd. Misschien zegt u nu: ‘Nou, da’s mooi dan; tenminste is een deel van ons verhaal waar.’ Nou nee, als u het zó interpreteert, dan begrijpt u mij verkeerd. Want wat is het kenmerk van een halve waarheid: dat geprobeerd wordt dát deel van wat er is voorgevallen te benoemen, omdat het als een vóórdeel wordt beschouwd — voor Israel, bijvoorbeeld — maar weg te laten wat níet ten gunste van één van de partijen — Israel bijvoorbeeld — wordt gezien. Maar in díe vorm, op díe manier, is een halve waarheid nog erger dan een regelrechte leugen. Mocht u in het bezit zijn van mijn boek, Een bijzondere relatie…, dan kan hoofdstuk 6, HALVE WAARHEDEN…, u van dienst zijn, op dit punt, maar mogelijk tevens op andere… [Mijn voorstelling van zaken m.b.t. het onderhavige conflict wordt overigens onderbouwd met tal van bronnen, die u zeker van dienst kunnen zijn.]

    “U schrijft: ‘Weet u dan niet waarom de vluchtelingen niet terug keerden?’ Een halve waarheid, want er ontstond een situatie waarin Palestijnen metterdaad terugkeerden, waarvan de in mijn reactie van 23 oktober 2012 genoemde Yosef, Josef of Joseph Weitz, de dramatische consequenties voor de Joodse Staat onmiddellijk onderkende. Dit gebeurde vlak na de (eerste) wapenstilstand tussen Arabieren en Israel in juni 1948. Die verdreven Palestijnen zaten toen nog lang niet allemaal opgesloten in kampen, zoals u suggereert, maar ze verbleven nog tamelijk dicht in de buurt van hun voormalige woonsteden, net over de grens tussen Israelisch gebied en nóg niet door Israel veroverd c.q. bezet gebied op Westelijke Jordaanoever en in Gaza-strook.

    “Ik acht het zeker niet voor uitgesloten dat het Arabische Hoge Comité die door u genoemde verklaring heeft uitgesproken. U vermeldt geen bron, maar ik acht het (ook nu) niet voor uitgesloten dat het in casu een Israelische bron betreft. Iets anders is of de verdreven Palestijnen wel een boodschap hadden aan wat AHC, Arabische Liga, en of staatshoofden van omliggende Arabische landen, allemaal te berde brachten, in samenhang met wijze raad aan hun Palestijnse ‘broeders’. Zij, die ‘wijsneuzen van verre’ konden hen, de Palestijnen, wel van alles proberen voor te houden, maar in de afgelopen decennia hadden ze wel gemerkt dat het voornamelijk neerkwam op beaucoup de bruit, et peu de besogne… [ Geen wonder dat op het Ramallah Congres in het voorjaar van 1949 de Palestijnen ertoe besloten dat zij in het vervolg voor hun éigen, Palestijnse, belangen moesten opkomen, en dat de leiders van de Arabische buurlanden zich niet hoorden te mengen in de typisch éigen Palestijnse maatschappelijke belangenbehartiging, vooral in de relatie met Israel. ‘Omdat alleen het Ramallah Congres het recht bezat de Palestijnen te vertegenwoordigen. En dat ook de Arabische staten en de Arabische Liga zich zullen moeten houden aan de richtlijnen van dit Congres dat vertegenwoordigers van vluchtelingencomités uit Palestina, Libanon, Egypte en Syrië uitnodigde.’ (Ebr…, pag. 204)

    “Ook aan uw schildering van de Palestijnse vluchtelingen-kampen in de Arabische gast- dan wel opvang-landen, zitten enkele steekjes los, en met betrekking tot de Joodse vluchtelingen is dat al evenzeer het geval.”

    - – -

    Opvallend afwezig in deze uitvlucht-reactie van Likoed Nederland is het achterwege blijven van énige notitie met betrekking tot mijn verzoek, inzake het dagboek van 1948 van genoemde Jozef Weitz. Maar wellicht neemt het in hun bezit krigen van dit dagboek de nodige tijd in beslag. Zodat LN mogelijk over niet al te lange tijd met een vertaling voor de dag komt van dat in het Hebreeuws geschreven verslag van de gebeurtenissen in Palestina en Israel (ná 14 mei 1948)…

Comments are closed.